Hoe Sander Gordijn ruimte maakt door de leerhonger nooit te stillen

Happyplaces stories (video)

Meester Sander’s leerkracht is dat hij bovenal Sander is én meester. Kleutermeester, in een wereld van juffen. Buitengewoon nieuwsgierig, onderzoekend, energiek, aanstekelijk delend om kleuters en grotere kinderen de lust voor een leven lang leren nooit te laten verleren. Sander was meester van Wout, mijn zoontje. En daarmee voor een jaar een superheld in de wereld van Wout: altijd voetballen in alles wat pauze was, nieuwe werelden verkennen die regelmatig door stekkers en internet overal zouden kunnen zijn, proberen, spelen, leren, klooien, knutselen, fröbelen, fouten maken, vallen en weer opstaan. Een andere leerkracht van Sander is dat hij meester is in delen. Waardoor Sander nu nationaal gezien wordt en kennis deelt om andere leerkrachten superkrachten te geven, in 2017 benoemd is tot meest innovatieve leerkracht en een heel nieuw onderwijsconcept heeft kunnen neerzetten.


Ik ben meester Sander. Ik geef les aan jonge kinderen. Hoe komt dat nou, dat ik ’t het tofst vind om aan jonge kinderen les te geven? Vanwege de puurheid en ik voel dat ik dan mezelf kan zijn. En dat ik door mijzelf te zijn met hen in contact kom. Ik vind ruimte in mijn onderwijs door in contact te komen met die kinderen en met hun ouders. Dat is het belangrijkste denk ik, dat je samen het onderwijs, of eigenlijk het leven maakt. Want het gaat niet om alleen dat stukje onderwijs, dat kind groeit elke dag, elke minuut. Het kan elke minuut leren en niet alleen hier op school. Als je dat beseft, dan zit het hem dus niet in ‘een werkblad maken’ of ‘een kind kan het pas als het een toets goed heeft gedaan’. Jij als leerkracht zien dat kind en je weet wat het nodig heeft. Ik ga in gesprek als ik het niet weet. Of juist in gesprek als ik het wél weet. Het gaat mij er in het onderwijs om dat ik kinderen kan inspireren om het beste uit zichzelf te halen. Het gevaar is dat we ons gaan richten op het curriculum, op de doelen en niet op het kind zelf. Het is belangrijk dat je als leerkracht weet welke doelen we in Nederland hebben afgesproken, maar je moet die doelen niet groter maken dan dat ze zijn.

Samen maak je het leven. Het gaat niet om alleen dat stukje onderwijs, een kind groeit elke dag, elke minuut. Het kan elke minuut leren en niet alleen op school.

Levensecht

Het is belangrijk dat je onderwijs maakt, met elkaar, met de kinderen samen en dat je zorgt dat daar iets gebeurt. Dat het kind met jou in gesprek gaat en laat zien wie het is en dat jij jouw kennis, jouw vaardigheden en ook de dingen die jij als mens belangrijks vindt, dat je die overdraagt. Wat je ziet gebeuren en wat ik heel erg mis, zijn die leerkrachten die de KLOS (Kleuter Leidster Opleiding School) hebben gedaan vroeger, daar kan ik altijd heel goed mee opschieten omdat die dezelfde filosofie hebben, om vanuit een soort basisontwikkeling kijken naar kinderen en aansluiten op het spel. Je gaat spelen met de kinderen en daar vanuit komen levensechte situaties voor. Je bouwt een winkel, en die winkel is dan echt voor de kinderen en daarin gebeuren dingen met taal en rekenen. Dan is het opeens interessant om te gaan leren en om te gaan schrijven. Maar als jij zegt, we gaan met z’n allen aan een tafeltje zitten en schrijf nu dit woord op… Dat kan een werkvorm zijn, waar je zal zien dat een groot deel het gewoon netjes volgt omdat ze weten ‘de leerkracht verwacht dit van mij, dan krijg ik een sticker’. Maar er zal ook 20% zijn die jou niet volgt of die gedragsproblemen vertoont op een gegeven moment. En dat komt omdat die kinderen door hebben: ‘Hé, dat klopt niet, wat er gebeurt. Dit moet ik doen voor de juf, maar niet voor mezelf.’ Die mens, die heb je nodig. Die kinderen, daarom zeg ik ook vaak dat jongens de ideale leerlingen zijn, die geven je vaker die spiegel als leerkracht. Klopt het wat ik in mijn les doe? Is het inspirerend genoeg? Mogen kinderen genoeg bewegen?

Zelf ben ik misschien wel het meest beweeglijke voorbeeld. Dat geeft mij soms ook ruimte om kinderen goed te begrijpen. Ik wil het liefst leren door te doen, door te ervaren. Ik denk als kinderen dat mogen doen, dat ze dan ook in situaties komen waarin ze hun grenzen mogen verleggen.

Zelf ben ik misschien wel het meest beweeglijke voorbeeld. Dat geeft mij soms ook ruimte om kinderen goed te begrijpen. Ik wil het liefst leren door te doen, door te ervaren. En ik denk als kinderen dat mogen doen, dat ze dan ook in situaties komen waarin ze hun grenzen mogen verleggen en met een ander gaan praten, zich gaan ontwikkelen, door hebben wat er in een winkel gebeurt of in een andere situatie die je met kinderen naspeelt. Daarvoor moet jij als leerkracht alles uit de kast trekken. Daar ben je je tijd aan kwijt. Als het goed is ben je niet je tijd kwijt aan het registeren van alles, maar juist aan de volgende stap. Mooi dat je het opgeschreven hebt, maar wat gebeurt er daarna? Wat ga je daarna in de klas doen? Wat zie jij gebeuren bij dat kind waardoor je het kunt bereiken en helpen na de volgende stap? Dat is niet in je boek kijken wat daar staat en zeggen: ‘Ja, dat kan het kind nog niet.’ Het is juist kijken wat het kind nu nodig heeft om de volgende stap te bereiken. En dus ook ouders en kinderen daarin serieus nemen. Als zij aangeven dat ze iets moeilijk vinden, steek er dan extra tijd in en ga niet door naar het volgende.

Leerhonger

Als je in de landen om ons heen kijkt, maar ook in de rest van de wereld, dan is de wijze hoe we ons kleuteronderwijs inrichten eigenlijk bizar. We zijn meer bezig met werkbladen, met verplichte taken die kinderen moeten doen… Ze moeten drie taken in een week doen. Dus stel je voor: je hebt 40 schoolweken, je doet drie taken per week, dan hebben kinderen 120 knutselwerkjes gemaakt die jij bedacht hebt. Maar wanneer jij een hoek ontwerpt, of je hebt een dierentuinhoek en kinderen mogen iets in gaan maken dan kunnen ze ook leren hoe ze een schuine vouw maken of 16 vierkantjes vouwen. Dan heeft het betekenis en willen ze er misschien wel 100 maken. Maar als jij steeds kinderen een ei laat maken of een narcis laat vouwen… Er zijn kinderen die dat prachtig vinden, die doen op maandagochtend alle drie de taken en dan gaan ze de rest van de week achterover hangen. Dan krijgen we kinderen die niet pro-actief zijn, niet meer zelf willen leren. Die leerhonger willen we stimuleren bij die jonge kinderen, die kleuters die gewoon door willen. Dat is mijn drijfveer, als ik kijk naar mezelf. Ik wil in verbinding staan met die kinderen en ze verder helpen. Dat wanneer ik ze over vijf of tien jaar tegenkom, dat ze nog weten wat ze van meester Sander hebben geleerd. ‘Dat hebben we op die manier gedaan en dat is iets bijzonders.’

Het gaat er juist om dat je de ruimte pakt om te kijken naar het kind en het niet stopt in zijn ontwikkeling en achterover laat leunen, maar zich juist actief inzet.

Spelen in de wereld van nu

Zo weet ik van mezelf nog dat ik in groep 8 een leerkracht had die elke woensdagochtend een beeldverhaal vertelde. Hij vertelde wat hij als tiener had meegemaakt. Dat maakte op mij als twaalfjarige zoveel indruk, dat ik die lessen echt mee heb genomen in mijn eigen tienertijd, mijn pubertijd, mijn opgroeien. Zo wil ik ook zijn als leerkracht, om dat te bereiken. Wat er intussen ontstaan is doordat ik dat laat zien, doordat ik mijn eigen blog heb gemaakt, video’s maak, probeer te delen wat ik doe, zie je dat ik op steeds meer plekken kom waar ik leerkrachten mag inspireren. Ik wil die leerkrachten meegeven dat ze ook weer gaan spelen maar ook die combinatie maken tussen het spelen en die wereld van nu, de 21ste eeuwse vaardigheden of hoe je ze ook wilt noemen en het digitale. Hoe kun je dat nu gebruiken zonder dat kinderen in dat scherm zitten, een kromme nek krijgen en alleen maar naar dat stomme scherm zitten te kijken? Dat zie je dan gebeuren, dat er dan opeens in een kleuterklas 20 tablets worden binnen gefietst en dan ineens klassikaal gaan lesgeven. Want de school heeft besloten dat het gaat. Nee, kijk vanuit je eigen visie. Je hebt spel, daar vanuit ga je ontwikkelen en sluit dan daarop aan met een tablet. Je kunt tegenwoordig met augmented reality een laag toevoegen aan jouw eigen tekening, aan jouw eigen werkelijkheid of aan jouw eigen creaties. Of je laat kinderen iets ontdekken of maken daarop, wat ze eerst in de echte wereld hebben gemaakt. Een digitaal boek betekent niet digitaal tekenen, nee, een digitaal boek betekent eerst knutselen en fysiek dingen maken en daar later een digitale laag aan toevoegen. Of er een foto van maken en tekst inspreken. Dat kind kan nog niet schrijven, maar wel praten. Het kan prima vertellen en als je dat opneemt, dan voegt het iets toe. Het gevaar is dat we het programma of de app zien als de oplossing. Dat kan nooit zo zijn, want we zijn mensen en de oplossing is het contact met elkaar. Het verbinden. Vertellen dat we iets gaan maken, iets creëren voor elkaar. Daar krijg je resultaat uit denk ik. Dat is wat je alle leerkrachten van Nederland gunt. Niet die angst van moeten voldoen aan alle doelen of dat het kind niet 12 letters kent als het naar groep 3 gaat en dus niet door mag. Het gaat er juist om dat je de ruimte pakt om te kijken naar het kind en het niet stopt in zijn ontwikkeling en achterover laat leunen, maar zich juist actief inzet.

Onbelemmerd leren

Ik krijg zelf altijd ideeën als ik aan het lopen ben, aan het bewegen ben, aan het hardlopen ben. Als ik dat niet doe, dan stuurt mijn vriendin me ook gewoon naar buiten. Want ze weet dat ik heel irritant word als ik niet beweeg. Er komt niets meer uit als ik te weinig beweeg. Dat zie je bij kinderen ook. Het mooie is dat je in Nederland steeds meer beweging ziet om naar buiten te gaan met leren. Beperk dat dus ook niet! Gan naar buiten met de kinderen en dan zelf op een bankje zitten kijken en zeggen: ‘Die kinderen zijn nu lekker aan het rond rennen.’ Ga een spel met ze doen, bedenk zelf een spel of kijk om je heen wat je zou kunnen doen. Natuurlijk kun je tafels oefenen en andere dingen. Maar laat ze ook dingen leren buiten met beperkte middelen. Want juist die middelen die je buiten hebt die hebt je niet in je klaslokaal. Zet de deuren open. We hebben hier openslaande deuren in het lokaal laten maken zodat we gewoon één doorgaande lijn hebben. Als een kind met Lego naar buiten wil, dan kan dat ook. Dat geeft mij heel veel ruimte, maar ook heel veel ruimte in je lokaal en extra ruimte om te leren. En daardoor wordt het ook weer rustiger in je lokaal, waardoor er ook rustige plekken worden gecreëerd. Dat is vaak war collega’s zeggen, dat er er daardoor veel ruis is en of kinderen dat niet lastig vinden. Want dan zitten ze niet allemaal rij aan rij of aan groepstafels. Als een kind zijn eigen plek mag kiezen, kan dat kind dus ook een rustige plek kiezen of kan het er voor kiezen aan een tafel te gaan zitten waar van alles gebeurt. Misschien leeft het dan niet het meeste van wat het zelf aan het doen is, maar leert het meer van het kijken wat een ander doet. Want jij als leerkracht kijkt ook eerst het liefst wat en hoe een ander het doet, of gaat informatie zoeken. Een kind heeft dat ook nodig. Dat moet kunnen kijken naar iemand anders die iets doet. Geef het als mogelijkheid dat de mogen kijken bij een ander en reken ze dan niet af op ‘niks doen’, want er gebeurt denk ik heel veel in dat hoofd op zo’n moment.

Leren nooit verleren

Wat ik als leerkracht merk, is dat ik veel minder de kennisoverdrager ben in vergelijking de leerkrachten die ik heb gehad. Eerder kon ik kennis ophalen op school, dat weet je misschien zelf ook nog wel van je eigen schooltijd. Daar haalde je de kennis op, daar had je de boeken, ging je misschien naar de bibliotheek. En daarnaast mocht je lekker buitenspelen. Wat je nu ziet is dat kinderen met heel veel kennis op school komen, hebben zelf de wereld leren ontdekken. Hebben zoveel mogelijkheden door dit digitale tijdperk, doordat hun ouders met hen op stap gaan, doordat de wereld kleiner is geworden. Dat vraagt iets anders van je als school, maar ook van mij als leerkracht. Dat ik dus kinderen meer de weg ga wijzen hoe ze enthousiast kunnen blijven en hoe ik er voor kan zorgen dat een kind plezier in leren krijgt. En ze dus ook de zin van leren gaat zien en dat altijd in zich blijft houden en dat het een spel is. Dat als ze leren dat ze iets doen dat ze er iets voor terug krijgen, of afvragen of ze er wel iets voor terug moeten krijgen en het doen omdat ze het leuk en interessant vinden. En dat is volgens mij ook waarom ik in het hele onderwijsveld nu kan komen omdat ik dingen doe waarvan ik denk dat die interessant zijn. Die interessant zijn voor het onderwijs, waar ik kansen zie. Dat creatieve probeer ik ook te stimuleren bij de kinderen, dat ze doorgaan, dat wanneer ze een mogelijkheid zien die kans grijpen en aan de leerkracht durven te vragen of iemand anders, hun ouders: ‘Waarom doen we dit? Heeft dit voor mij nut?’ Dat ze zich durven te uiten.

Durf te kiezen

Dat het er voor zorgt dat wanneer je ouder wordt, of misschien bent, dat je je afvraagt: ‘Heb ik dat nog? Dat ik nog wil leren? Dat ik nieuwsgierig blijf naar nieuwe dingen? Of doe ik het alleen maar omdat ik weet dat dat van mij verwacht wordt? Haal ik daar energie uit?’ Als je kijkt naar alle burn-outs, dan zie je dat mensen alleen maar willen voldoen aan alle verwachtingen van anderen. Jij misschien ook, ik ook, ik wil soms voldoen aan die verwachtingen maar ik probeer daar ook zelf keuzes in te maken. Dat is misschien voor mij één van de belangrijkste lessen: durf te kiezen. Durf een keuze te maken waar je een focus op gaat aanbrengen, misschien in je vrije tijd of op je werk. ‘Ik haal hier energie uit, dus ik kies hiervoor. Dit is echt het belangrijkste waar ik nu mee bezig zijn. Ik wil me hierin specialiseren. Ik zie hier iets belangrijks gebeuren. Ik kies er voor om dit te gaan doen.’ Durf keuzes te maken, durf te kiezen. Als je alleen al kijkt naar alle mogelijkheden die momenteel als leerkracht hebt om kinderen iets te leren, als ik op internet ga kijken of wereldwijd ga kijken, dan zij er zoveel ontwikkelingen gaande dat ik voor de kinderen een keuze maak wat ik ze ga laten zien. En ook wat ik mezelf laat zien. Sommige dingen laat ik links liggen, ook al ziet het er fantastisch en tof uit. Misschien is het ook wel mijn levensmotto ondertussen geworden: durf te kiezen waar jouw kwaliteit en krachten liggen. En durf dus ook die ander te gebruiken die een andere kwaliteit heeft. Zelf vind ik het fantastisch om de nieuwste tofste lessen te bedenken, maar ik heb ook iemand nodig die mij daarin weer helpt om dat op papier te krijgen. Om het ui te schrijven. Als je dat door mij laat doen, heb ik aan drie regels genoeg. Maar een ander kan er dan niets mee. Ik heb een vorm voor mezelf gevonden door via Instagram en YouTube te delen, door het in beeld te vangen dat mensen kunnen zien wat ik doe en het daardoor beter begrijpen. Dat maakt het voor mij heel makkelijk om het op die manier uit te leggen. Maar ik merk ook dat anderen het fijn vinden om te lezen en dan is het aan mij om daar andere expertise bij te halen en dat verder te brengen. Het moeilijkste vind ik om het aan iemand anders te laten lezen. Beelden maakt me eigenlijk niet uit, hoe ik eruit zie, maar als ik tekst laat lezen aan iemand anders vind ik dat spannend omdat ik dan net als op de Pabo kan worden afgerekend op mijn spelfouten. Mij gaat het er niet om of het er goed of fout staat, maar om de ideeën, daar gebeurt het in. Het zijn ideeën die ik heb en die wil ik met je delen. Veel leerkrachten zullen dat anders hebben, maar ik heb echt dat ik denk van: ‘Wat maakt dat nou uit? Als jij mij begrijpt, daar gaat het toch om? We willen toch verbinding met elkaar maken? Of zitten die regeltjes mij dan in de weg?’ Ik maak in elk geval de keuze om me daar minder van aan te trekken. Want dat doet me wel wat, maar dat is wat ik afgelopen tijd heb geleerd, om het wél aan iemand anders voor te leggen om het verder te brengen. Dan moet ik het naast beeld ook in tekst vatten, maar beeld is voor mij de makkelijkste manier om me te uiten. Daarmee wil ook ook aan jou laten zien dat kinderen zich ook uiten door beelden. Door te tekenen in plaats van werkboeken in te vullen. Als je echt gaat praten over welk idee dat kind heeft, wat hij wil leren, dan ben je met een creatief proces bezig en bezig met leren. Dan kun jij als leerkracht feedback geven wetende dat dat ook confronterend kan zijn voor dat kind, net zoals dat voor mij confronterend is. Als je daar rekening mee houdt, dan ontstaat er denk ik een connectie. Die wil je, je wilt die connectie met die leerling en met jezelf. Dan kom je ergens.