Hoe Stefan Hoevenaar ruimte maakt door ondernemerskracht op te bouwen

Happyplaces Project (video)

Ik ben met leuke dingen bezig. Vooral. En tegelijkertijd ook met een worsteling, bijna altijd wel, met tijd en geld. Je hebt een idee. Daar wil je wat meer mee doen. Je gelooft erin. Je betrekt er mensen bij. Die zijn ook enthousiast. En die vragen: ‘Wat wil je nou precies? En wat gaan we nou precies doen?’ En dan wordt het concreter. Je kunt zeggen dat ik serial entrepeneur ben, maar soms ook parallel entrepeneur. Dat is wel gevaarlijk. Dat leidt tot een tekort aan tijd en geld soms. Teveel tegelijkertijd. Geen richting.

Wat ik nu wel vaak heb is dat ik voor meerdere bedrijven tegelijkertijd aan het worstelen ben met: ‘Wat nu?’ Ik heb een persbureau van de toekomst, daar gaat eigenlijk mijn meeste tijd naar toe. Ik heb een innovatiebedrijf. Daarbinnen weer een nieuw product. En die vragen allemaal aandacht. Je vraagt je wel eens af of dat wel verstandig is om dat allemaal tegelijkertijd te doen. Dat gaat niet zo goed. Even somber beginnen hoor. Even een ingetogen begin.

Onbereikbaar bereikbaar

Ik ben op een gegeven moment begonnen met het idee voor Zapaday. Een toekomstkalender. Een kalender met toekomstig nieuws. En ik wilde dat bootstrappen, financieren met eigen geld. Dus ik was aan de slag met freelance klussen met een paar mensen. En met mensen die werkten aan Zapaday. Op een gegeven moment waren dat acht mensen her en der in de stad. We zaten in cafeetjes, we zaten thuis. Toen dacht ik: ‘We moeten wat orde, we moeten elkaar wat vaker zien.’ Toen hebben we ons eerste kantoor gehuurd aan het Waterlooplein, nu zo’n drie jaar geleden. Dat ging eigenlijk zo snel dat dat clubje dat samen zat ook maar een eigen bedrijf moest worden. De freelance club is toen een bedrijf geworden. Toen zaten we op een gegeven moment op minder dan 100 vierkante meter met soms 30 mensen. Dat sloeg helemaal nergens op. We hadden ‘the cave’, dat was een hokje achterin, daar konden wel zes mensen in hadden we ontdekt. Dan viel er nog wel goed te werken. Toen zijn we op een gegeven moment gaan zoeken naar iets anders. Toen kwamen hier, in het centrum van Amsterdam. Een hele mooie plek. Eerst dacht ik: ‘Ik ga nooit over de Amstel heen, vanuit Oost.’ Want dan kom ik daar, met die grachten en het gedoe met parkeren. Dat werkt nooit. Ik heb het ook eerder meegemaakt. Mensen komen altijd een half uur te laat. Maar waar we nu zitten op het Rokin is zo onbereikbaar met de auto, tenzij je goed wet wat je doet, dat mensen het ook niet proberen. Dus iedereen komt hier netjes op tijd. Iedereen neemt de trein, gaat naar het station, loopt een stukje. Het lijkt heel druk, maar eigenlijk is er heel veel rust hier. Iedereen weet wel dat je hier niet moet gaan filerijden.

Uit je hoofd

We zitten hier nu met twaalf nationaliteiten. Dat is wel bijzonder. Wat ik het meest bijzonder vind is dat mensen op een gegeven moment hun plek weten te vinden in dit team. Dat je ook ontdekt dat het team het ook zelf gaat doen. Je komt binnen op een maandagochtend en er zit een groep mensen van een man of vijf, zes, hier te overleggen. En eerst denk ik: ‘Hé! Wat is dit voor overleg, waarom weet ik hier niets van?’ En dan: ‘O, wacht even. Dat is dus een overleg, het gaat ergens over.’ En dan ga ik snel weg. Dan denk ik: ‘Dit is te gek! Uit eigen initiatief zijn mensen hier dingen aan het doen.’ Dat is dan bij een startup die nog niet zo heel oud is. Waar mensen elkaar inwerken, mensen gaan elkaar aan de hand nemen, goed overleggen. Mensen gaan zelf de richting bepalen. Ik denk dat het laatste, dat dat ’t belangrijkste is wat je moet doen bij een startup. Dat je bezig moet blijven met welke kant je eigenlijk op gaat en je moet zorgen dat iedereen dat ook snapt voor zover dat te snappen is. Je hebt een idee. Je weet nog niet helemaal waar het naar toe gaat. Je moet er met vijf, tien, vijftien of twintig mensen aan werken. Hoe krijg je iedereen dezelfde kant op? Vaak zit er veel meer in je hoofd, tenminste bij mij, dan dat er bij andere mensen misschien direct duidelijk is. Dan neem ik soms teveel aan dat iedereen het wel snapt. Ik heb heel erg geleerd dat elke keer weer opnieuw, iedereen bij elkaar, goed delen wat we eigenlijk aan het doen zijn, waar gaan we eigenlijk naar toe, wat willen we bereiken, zoveel belangrijker is dan ik dacht. Ik ging er vaak vanuit dat iedereen het wel snapte. Maar dat is natuurlijk dikke onzin. Je moet mensen continu vertellen wat je er bij voorstelt en of mensen dat zelf ook zien zitten. Het verandert ook de hele tijd, dus dat is een groot aandachtspunt nu voor mij.

Overgang

In 2004, negen jaar geleden, ben ik begonnen aan SimPC. Een simpele computer, vooral voor senioren. Eerst een idee. Veel kijken wat er nu eigenlijk kan. Wat willen we nu eigenlijk simpel maken? Is dat de interface? Is dat het beheer van het ding? Ik weet nog goed dat ik op een gegeven moment ik in Moerdijk stond met een shaggie in mijn mond, te wachten op de eerste lading. De eerste container uit China. Voor mij was dat een soort hoogtepunt. Er kwam een container uit China met echte computers die wij hadden ontworpen, die wij hadden besteld, die kwamen aan. Op het laatste moment, bijna de poort dicht. Mocht niet meer naar binnen, maar daar was-ie dan echt. Toen sloeg plotseling het hele bedrijf om. Tot dan toe waren we allemaal aan het bedenken, aan het ontwerpen. En vanaf dat moment moesten we plotseling gaan verkopen. Dat was nog niet zo makkelijk, want je had het over een doelgroep die heel voorzichtig een nieuwe wereld gaat betreden. Wij dachten dat die dingen de deur uit zouden vliegen. We hadden ons voorbereid op een stormloop, maar die kwam niet. Uiteindelijk is het wel goed gegaan, is het nog wel winstgevend, het bestaat nog steeds, SimPC. Maar de overgang van een idee naar ontwerpen, het hele businessplan, dan heb je wat. Dan het gaan verkopen en dan gaat het door in operations. Dat zijn een paar overgangsmomenten waar je eigenlijk voor alles continu een ander team nodig hebt. Een andere ruimte, een andere manier van samenwerken. Een andere manier van afstemmen. Een andere manier van luisteren voor jezelf. Dat was toen voor mij de eerste keer.

Nee zeggen

Toen kwam er een nieuw idee, voor Zapaday. Daarmee kan je vooruit kijken in de toekomst. Dat idee ontstond, ik ben dat toen met een groepje mensen gaan uitwerken. Dat heeft best lang geduurd voordat dat concreter werd. Het wordt nog steeds elke dag concreter. We zijn dus gaan freelancen met een groepje om dat te financieren. Eigenlijk is het een soort paard waar je op wed. Je gaat het niet doen en dan denken: ‘Nou, dit is het, hier ga ik voor en dit is het nu.’ Intussen moet er brood op de plank. Je gaat freelance klussen doen. Dat bijt elkaar wel. Je bent hier bezig met je geweldige idee van Zapaday en tegelijkertijd moet er brood op de plank. Dus je doet hier een project, daar een project… Dat kan bijten. En als er nog een keer een nieuw idee bij komt, een designbureau wat meer vormgeven omdat al die freelance projecten eigenlijk best serieus geworden zijn. Wacht even; dus we hebben nu een Zapaday, we hebben een designbureau. En die hebben een product gemaakt wat eigenlijk best wel heel gaaf is. Dat product moet eigenlijk ook aandacht krijgen. We hebben nu een soort samenwerkplatform voor organisaties gemaakt. Dat heet Plek. Nog een startup. En dan heb ik het nog niet over de dingen die eerder zijn gebeurd. Waarom doe je dat nou eigenlijk? Waarom zeg je niet nee tegen jezelf? Tegen anderen? Ik denk dat het nieuwsgierigheid is. Ik ben nieuwsgierig om te zien of iets kan gaan werken. Je wilt bewijzen dat het kan. Op een gegeven moment gaat er ergens in je hoofd een soort klik omdat je denkt: ‘Dit is gaaf. Dit moet lukken. Dit is geweldig. Dit is mooi. Dit moeten andere mensen zien. Dit kan mensen helpen.’ En vanaf dat moment is het moeilijk om er nee tegen te zeggen. Maar je tijd is beperkt, je geld is beperkt, er zijn maar zoveel mensen waar je een beroep op kunt doen. Nee zeggen is de laatste tijd voor mij het lastigst. Bedacht vanuit mijn eigen tijd, vanuit focus, vanuit geld. Teveel tegelijkertijd is niet goed. Dat leidt tot zorgen; het gaat goed maar het is wel teveel bordjes tegelijkertijd in de lucht. Daar word je echt wel eens helemaal gek van.

Ondernemerskracht opbouwen

Er zit ook een element in van op meerdere paarden wedden. Uiteindelijk wat je wilt… Ik geloof heel erg in het opbouwen van een soort ondernemerskracht. Zeg maar, hoe meer goede mensen je om je heen hebt, hoe meer budget je hebt, hoe meer ideeën je groot kunt maken. Met een andere inbreng van jezelf. Dat is een soort spel om te komen op zo’n punt, waar een soort vliegwieleffect ontstaat. Ik heb het gevoel, eerlijk gezegd, dat dat er nog niet helemaal is. Het is soms nog een beetje schrapen. Hier nog een opdracht doen en daar ben je met een nieuwe onderneming bezig. Dat is best moeilijk. Je hoopt natuurlijk dat een van die dingen zo aanslaat, dat de economie van het geheel, van al die dingen, niet meer de issue is. En dan moet je eigenlijk opnieuw gaan afvragen: ‘Wat ben ik eigenlijk aan het doen?’ Op dat punt ben ik nog niet… Eigenlijk al wel, maar op mijn schaal van ‘waar ben ik nou mijn geld weer in aan het stoppen zonder dat er ooit iets voor terug komt’. Dat moet je eigenlijk telkens opnieuw afvragen. Als ik nu kijk naar vijf jaar geleden, toen was ook alles weer op een andere schaal. Dus misschien is het ook wel iets wat blijft.

Mensenmix

Ik ben heel blij met het team wat we hier hebben. We hebben een team dat voor ene groot deel bestaat uit stagiairs die zijn blijven hangen. We hebben 12 nationaliteiten, in totaal zo’n 30 mensen. De meeste mensen komen hier als stagiair uit Indonesië, uit Rusland, uit Oekraïne, uit Australië. Als die mensen een plek kunnen vinden, daar kunnen we voor zorgen samen, dan ontstaat er een team van mensen die samen nieuwsgierig zijn. Samen enthousiast zijn. Samen lunchen. Samen veel etentjes en borrels heeft, dat is belangrijk om iedereen enthousiast te krijgen. Ik geloof in de drive die mensen hebben als ze al naar Nederland komen. Er zijn hier mensen die solliciteren die komen uit een ver land, soms met best wel moeilijke zaken qua vergunningen. Maar alleen al het feit dat ze de stap nemen hier naar toe te komen, vind ik al wat. Dat vind ik al goed, bewonderenswaardig. Als je iemand spreekt, dan heeft iemand een totaal anders… Soms spreek je iemand uit Iran, of uit China; dat is best wel wennen qua cultuur, met elkaar werken. Maar iemand heeft wel een andere invalshoek. Iemand heeft wel een andere manier van kijken, van denken. Dat kan ook lastig zijn, dat is ook vaak lastig. Wat ook nog meespeelt is dat mensen, dat ontdek je dan ook gewoon, heel graag in Amsterdam willen zijn. Wat wel een voordeel is. Kijk, een startup , werven vanuit een startup is niet altijd makkelijk. Want niemand heeft er ooit van gehoord. Dus het is iets wat nog niet bestaat, net bestaat maar nog niet altijd even duidelijk is. En jij moet er voor gaan werken. Misschien zit daar wel een extra klik, tussen startups en mensen uit het buitenland, omdat die niet zo goed weten of iets bekend is of onbekend. Ze grijpen misschien eerder een kans aan dan mensen ui Nederland die denken: ‘Wat is dat nou weer?’ En vaak zijn de startups waar we mee bezig zijn toch internationaal. Engelstalig. Ik denk dat dat een hele goede combinatie vormt. En als je dan hier met die mensen uit al die landen bent; met de lunch staan hier mensen om de beurt uit die verschillende landen te koken. Iemand kookt Israëlische dingen. Iemand kookt Indonesische dingen. Dat gaat allemaal spontaan. En als dat spontaan gebeurt word je daar heel blij van.

Als je nou kijkt hoe je er mee om moet gaat dat je zoveel tegelijk doet… Vorig jaar is mijn vader overleden. Begin dit jaar mijn schoonvader. Dat heeft me heel erg geraakt. Ik ben daar heel veel mee bezig geweest, vanzelfsprekend. Het heeft me ook geholpen om meer focus te vinden. Om me meer af te vragen: ‘Waar ben ik eigenlijk me bezig?’ En een van de dingen die is gebeurd, is dat ik meer routine aan het omarmen ben. Discipline sets you free heb ik geleerd. Dus ik sport heel regelmatig. Ik hou me veel meer aan afspraken. Zoals mijn schoonmoeder zegt, ik ben een beetje ‘klokzwak’. Dus ik ben meer met mijn eigen ritme bezig, mijn eigen levensritme. En inderdaad, daarbinnen kan ik nog veel meer dan ik al deed. Dus ik deed al met weinig tijd teveel, maar door gewoon jezelf steeds strenger toe te spreken kom ik tot meer. Kom ik tot meer resultaten.