Hoe Suzanne Leclaire-Noteborn ruimte maakt door levend onderzoek

Happyplaces stories (video)

Suzanne. We ontmoetten elkaar een aantal keer, telkens in A’DAM Toren voor een bijeenkomst van de Dutch Creative Council en schreef al eerder over haar zonder haar naam te noemen in een artikel voor Fontanel:

In het tweede is het anders. Dat tweede is voornamelijk Happyplaces als project. Alles dat moet in het eerste (werk), doe ik niet daar. Geen deadlines, geen aannames, niks van dat. Maar tegelijk gebeurt daardoor veel. En daarover had ik een aantal gesprekken. Met iemand met wie ik werk die me verwijt dat ik er te weinig mee doe. Met iemand die ik ontmoette tijdens een bijeenkomst en bij de tweede ontmoeting dit ook het onderwerp werd. En bij iemand waar ik heen ging om haar te filmen, wat uitmondde in een wederzijdse reflectie, maar ook weer hier met ongeveer die conclusie. Hier sta ik zelf middenin, hier zien anderen mijn spaghettichaos en geven daar hun visie en feedback op. Dus daar denk ik over na nu. Wat te doen, welke vorm, wat moet het zijn, wat moet het worden? Of misschien is het al iets.

Sindsdien schoof onze afspraak een aantal keer vooruit door allerlei redenen. Toen ik uiteindelijk Suzanne opzocht, hadden we zoveel te delen dat het niet tot filmen kwam. Dat moest er eerst allemaal uit. Dus een nieuwe afspraak volgde opnieuw. Wat volgde was een herhaling van eerdere ontmoetingen. een uitwisseling van gedachten, inzichten, ideeën en ja, nu dan wel filmen met een eindeloos weergaloos uitzicht in Suzanne’s happy place.


Ruimte, ruimte en ruimte

Ik maak ruimte door mijn eigen ruimte op te zoeken en een plek te creëren voor mezelf. De plek waar ik nu in zit is voor mij een hele fijne plek, waar ik ruimte ervaar in een hele kleine context die ik zelf gecreëerd heb. Dat is ook heel basaal iets wat ik nodig heb: ruimte om ergens in stilte te kunnen zijn zonder dat er iemand is die in mijn ruimte komt. Dat maken van die ruimte doe ik op allerlei manieren. Door buitenshuis dit kleine kabinetje neer te zetten en door te zorgen dat het mijn ruimte is en blijft. Ik doe dat door met regelmaat te lopen en mijn eigen ruimte, stilteruimte te pakken. En ik ben door de jaren heen steeds meer de ervaring van steeds meer zelf ruimte innemen ook gaan vertalen naar anderen.

‘Naar huis gaan’

Het eerste echte bewuste moment dat ik echt bezig was met ruimte maken in mijn leven, was toen ik een jaar of zes geleden besloot weg te gaan bij een prachtorganisatie waar ik bestuurder was en ‘naar huis te gaan’. Zo heb ik dat toen genoemd, omdat dat het verlangen was dat ik had. Ik heb jaren lang in een soort van ratrace gewerkt aan mooie dingen. Maar het thema ruimte kwam echt bewust in mij op toen ik de keuze maakte op mijn 38e om na mooi werk in organisaties, naar huis te gaan zonder plan. Zonder te weten wat ik zou gaan doen. In dat proces was het voor mij de kunst ook… Ik had een eindeloos vertrouwen dat er wel een masterplan zich zou aandienen, maar dat masterplan dat kwam niet zo maar uit me rollen. Ik had besloten mezelf een half jaar te geven om eens te kijken wat het echt is wat ik wilde, omdat ik anders die beweging voor niks had gemaakt. Vraag was er overal wel naar soortgelijke rollen die ik had gehad, interimrollen en dingen die ik gedaan had in de cultuursector, maar het ging mij over ervaren wat het is wat ik echt wilde neerzetten. Dus ik stapte een eindeloze ruimte in die qua plek vooral thuis was in het begin. En door ineens veel thuis te zijn met mijn kinderen — die waren toen nog heel klein — realiseerde ik mij ook hoeveel daar gebeurde in de dynamiek. Ik was helemaal niet zo goed als ik wilde zijn in lekker een beetje dat thuisfront lopende en draaiende houden. Dus kwam die dynamiek van werk op een andere manier terug thuis. Met kinderen die veel vragen, aandacht vragen, die voortdurend in mijn ruimte kwamen. En ik dacht: ‘Hé, volgens mij heb ik hier iets laten liggen wat ik maar eens op moet pakken, en dat is hoe ik op een betere manier met mijn kinderen het thuis nog fijner kan hebben.’ Heel veel moois zat er ook in, maar ik vond het ook ingewikkeld, van de ene drukte in de andere komen.

Communiceren zonder macht

Toen ben ik een cursus ‘effectief communiceren met kinderen’ gaan doen van Thomas Gordon, een Amerikaanse psychiater. Daar kwam ik voor het eerst ‘het gesprek zonder inzet van macht’ tegen. Dat fascineerde mij mateloos. Ik leerde daar en kwam voor het eerst in aanraking hoe het is om te communiceren zonder macht en besefte mij hoe vaak macht in communicatie een rol speelt. Heel basaal doen we dat met z’n allen als we zeggen: ‘Als jij dit doen, dan krijg je geen snoepje.’ Als, dan. Maar ook hoe vaak je probeert te overtuigen in zakelijke context of wanneer je probeert de ander mee te nemen in dat wat jij wilt en je daar allerlei technieken voor inzet. Dat ontroerde mij, dat communiceren zonder macht toen ik er thuis ermee ging oefenen. Wat er gebeurd was, dat als één van mijn kinderen iets niet wilde en ik wel, of ergens veel verdriet over had of heel boos was, dan ging ik oefenen om in die boosheid het te erkennen. Erkennen van de emotie. En dan door te vragen wat de boosheid veroorzaakt, het waarom en zo steeds een niveautje dieper te komen. Vanuit de interesse wat dat opleverde, dat was zo ongelooflijk veel. Want ik leerde via mijn kinderen dat zij ongelooflijk snel tot eigen oplossingen kwamen en eigen stappen vooruit maakten als ik niet oordeelde, overtuigde, adviseerde. Maar hen gewoon in stelling bracht om hun eigen problemen op te lossen.

Dialoog

Op een gegeven moment zat ik in de tuin met een vriendin van mijn studie, zij had zich gespecialiseerd in dialoog op allerlei manieren en internationaal en vroeg haar of zij mij kon leren over dialoog en dialoogtechnieken. Want dialoog is in feite communiceren zonder macht. Want ik dacht, wat ik met mijn kinderen thuis aan het doen ben dat is zo waardevol, daar wil ik iets mee, nog niet goed wetend wat.

Ondertussen waren er nog steeds vragen voor werk. Maar had ik van Boer Bos, een boer waar ik regelmatig mee wandelde, mijn wijze man, geleerd dat elke vraag die langskwam voor een klus te filteren. ‘Laat hem eens drie dagen liggen om te kijken of die vraag je ego raakt, of dat de vraag daadwerkelijk bijdraagt aan dat wat jij wilt neerzetten in de wereld.’ En langzaamaan werd het steeds stiller want elke vraag die ik kreeg voor mooie klussen die appelleerden vaak wel even aan mijn ego, maar die resoneerden nog niet met dat wat ik zelf wilde neerzetten in de wereld, werk of privé, daar heb ik nooit zo’n onderscheid in gemaakt. Dus ik kwam dialoog op het spoor, het werd stiller, de telefoontjes werden minder dus langzaamaan kwam er steeds meer ruimte om te ervaren waar ik dan uithing.

Verschillende perspectieven

In die dialoog kwam ik weer iets tegen wat ik in een eerdere fase van mijn leven al had ontmoet. En dat is het delen van verschillende perspectieven. Ik ben opgeroeid in een gezin in Limburg, in het dorp Hulsberg, toen zo’n 4.000 inwoners en letterlijk gelegen tussen twee bergen. Ik ben een kind van een beeldend kunstenaar en een chemisch ingenieur. En daar dus in vol ornaat in de middenpositie tussen verschillende perspectieven opgegroeid. Dat leren kennen van die verschillende verhalen, beelden en beleefwerelden dat heeft me altijd van nature al in de positie gebracht dat ik daar de verbinding tussen wilde maken. Want welk kind wil dat niet. Kinderen willen dat hun ouders verbonden zijn. Mijn moeder had een taal, de taal van de kunst. Ons huis hing altijd vol met haar werk, schilderkunst, beelden, keramiek. Er kwamen ook kunstenaars bij ons. De kelder zat soms vol met keramisten die ze pottenbakken leerde. Letterlijk één grote explosie van kunst was het altijd bij ons. Die kunst gaf mij voortdurend perspectief in mijn directe omgeving op hoe het met mijn moeder ging, op hoe zij naar de wereld keek, maar het gaf me ook een frame, een andere beeld om thema’s die ik wel zag maar vanuit mijn eigen perspectief. Door mijn jeugd heen heeft mijn moeder mij ook vaak gemaakt. In brons, in klei, geschilderd. En als ze dat deed, op die momenten voelde ik mij het meest gezien. Dan nam ik het meeste ruimte in in relatie met haar. Dus kunst is voor mij achteraf gezien misschien wel broodnodig geweest, maar het heeft me ook in staat gesteld om vanuit verschillende perspectieven te kijken naar kwesties, naar zaken, naar de wereld om mij heen. Het interessante was dat mijn vader heel andere perspectieven had. Heel rationeel, scheikundig, onderzoekend. En ik altijd een enorme rijkdom aan perspectieven heb gehad.

Mijn moeder had een taal, de taal van de kunst. Ons huis hing altijd vol met haar werk, schilderkunst, beelden, keramiek. Het interessante was dat mijn vader heel andere perspectieven had. Heel rationeel, scheikundig, onderzoekend. En ik altijd een enorme rijkdom aan perspectieven heb gehad.

Ik ging studeren, Cultuur- en Wetenschapsstudies in Maastricht. Dat is probleemgestuurd onderwijs waar voortdurend vraagstukken, maatschappelijk, organisatie, wereldvraagstukken geponeerd werden in een groep studenten. Wij kregen altijd de uitdaging om economisch, politiek, filosofisch, vanuit allerlei perspectieven analyse van dat probleem te maken. Ik vond het ongelooflijk leuk om telkens vanuit een ander perspectief naar een probleem te kijken. En één perspectief waar ik het meeste bij voelde was altijd dat van kunst; het filosofische, artistieke perspectief op zo’n vraagstuk, want daar had ik van nature het meest affiniteit mee. En om te leren om een vraagstuk te onderzoeken, daarvan herinner ik me van mijn studie hoeveel ruimte ik daarin had. Want alles was dan goed, er was geen fout. Want als je onderzoekt mag alles er zijn. De rijkdom van de combinatie van perspectieven, hoe je ineens een draai kan maken in je hoofd of in een systeem waardoor je op een andere manier kunst kijken, was datzelfde wat mij in kunst nog steeds raakt. Namelijk de verwondering van een ander perspectief aangereikt krijgen en wat dat met je doet in het kijken naar een probleem of naar een vraag, dat is waar ik altijd naar op zoek ben. Wat in mij en in de relatie met anderen, ruimte is.

Wat nou als ik het leven eens zie als een levend onderzoek en dat bij alles wat ik doe, dat doe als een vorm van onderzoek? Dan kan het niet mislukken. Dan is iedere ervaring altijd leerzaam. Dan ga ik op zoek naar verschillende perspectieven in wat ik ook doe.

Levend onderzoek

Wanneer was ik daar echt bewust van? Dat was in die fase dat ik thuis was. Het stil was en ik dialoog had leren kennen. En kunst kende ik al, want ik heb als kunstadviseur in het bedrijfsleven altijd kunst verbonden zoals die pa en ma verbonden. Maar ook bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen allerlei dingen gedaan voor cultuur in Nederland en als bestuurder van het Centrum van de Kunsten. Maar toen pas besefte ik dat het voor mij gaat om die verschillende perspectieven bij elkaar brengen. En toen dacht ik ineens: ‘Waarom vind ik het nu ineens zo moeilijk om bijvoorbeeld mijn eigen bedrijf te beginnen? Wat wil ik dan in de wereld zetten? Wat maakt dat zo moeilijk voor mij? Waarom lukt dat nog niet?’ En toen heb ik op een gegeven moment tijdens een wandeling bedacht: ‘Wat nou als ik het leven eens zie als een levend onderzoek en dat bij alles wat ik doe, dat doe als een vorm van onderzoek?’ Zoals ik dat had geleerd in mijn studie en hoe ik dat al had toegepast. ‘Dan kan het niet mislukken. Dan is iedere ervaring altijd leerzaam. Dan ga ik op zoek naar verschillende perspectieven in wat ik ook doe.’ En daar ontstond, ik voel het nog, ontspanning om ruimte te maken om dingen gewoon te gaan doen. Zonder precies te weten waar het toe zou leiden. Daar ontstond ook de ontspanning voor mijn eigen creativiteit.

Ik ben toen ook weer ja gaan zeggen tegen mooie vragen die langskwamen. Om organisaties te begeleiden bij strategische vraagstukken binnen en buiten de cultuursector of om mensen één op één te begeleiden. En begon steeds meer ja te zeggen tegen die verschillende vragen omdat ik dacht: ‘In die vraag, in het werken met mensen in organisaties ga ik oefenen met voortdurend verschillende perspectieven bij elkaar halen rondom wezenlijke vraagstukken. De kunst ga ik altijd meenemen in wat we ook doen, kunst en creativiteit. In een gestolde versie heb ik daar een dienst voor ontwikkeld die ik ‘Het Kabinet voor Levend Onderzoek’ heb genoemd. Omdat ik dacht: ‘Als ik dit wil, dan wil ik ook iets doen, soms korte momenten waarin ik even voor mezelf en de ander helemaal ga ervaren wat dat dan is. Mijn eerste Kabinet voor Levend Onderzoek was in een hele mooie tent in Amsterdam, die bestaat inmiddels niet meer, ArtDeli. Daar had ik een man uitgenodigd, de founder van Skins Cosmetics die zelf aan het zoeken was rondom de vraag: ‘Hoe blijf ik onbevangen in een wereld die vraagt om zekerheid?’ Ik kwam in gesprek met hem want ik vond het zo’n prachtvraag. Ik vroeg hem: ‘Mag ik rondom deze vraag, jouw vraag, een Kabinet voor Levend Onderzoek inrichten. Want dat is wat ik heel graag wil gaan doen en onderzoeken.’

De essentie is voor mij, naast de elementen van het organiseren van verschillende perspectieven in dialoog en kunst, dat ik het aan een ander kan aanbieden als ik zelf ook continu levend onderzoek blijf toepassen voor mezelf.

Die avond waren er 75 mensen, toen hebben vier kunstenaars interactief gereageerd op dat vraagstuk vanuit hun eigen vakmanschap. Lisette Ros, een performance artist, lag naakt in een embriohouding in een kamer waarvan de deur een beetje open stond, op de grond, vier uur lang. Op een verwarmd matje weliswaar, maar als beeld heel mooi. Met gelei op haar lijf en die gelei brokkelde gedurende de avond af. Dat was een heel verstilde performance. De deelnemers van de avond liepen gedurende de avond langs die ruimte waar ze haar zagen liggen. Dat was haar antwoord op hoe zij onbevangen blijft in een wereld die vraagt om zekerheid: klein, stil. Merlijn Twaalfhoven ging improviserend werken in de groep zoals hij dat als geen ander kan. Hij ging ter plekke opzoeken wat er muzikaal in de groep leefde. Dus dat was zijn antwoord, onbevangen dus zonder voorbereiding zonder vooraf te bedenken wat, ging hij met deze groep mensen muziek maken. Zo hadden we meer performances. Gedurende de avond hebben we met een aantal professionele dialoogbegeleiders de dialoog rondom dit vraagstuk begeleid. En aan het eind van die avond wist ik: ‘Ja, okee, dit is hoe ik ruimte kan maken voor anderen. Dit is mijn vorm om ook ruimte aan te bieden aan anderen.’ Ik ben dat Kabinet voor Levend Onderzoek zo af en toe, hier en daar gaan programmeren, zelf. Rondom een vraag die ik tegenkwam, of een vraag van een ander. Ik ben ook af en toe gevraagd om het te doen voor organisaties.

Oordeel uitstellen en vragen stellen

De essentie is voor mij, naast de elementen van het organiseren van verschillende perspectieven in dialoog en kunst, dat ik het aan een ander kan aanbieden als ik zelf ook continu levend onderzoek blijf toepassen voor mezelf. Hoe ik dat vormgeef is is dat ik door de dialoog heb geleerd hoe je oordeel uit kunst stellen. Dat is één van de principes van dialoog. Dat principe is zoveel waard geworden in mijn leven want dat heeft mij geleerd dat alles wat er gebeurt, in welke situatie ik mij ook bevind, hoe pijnlijk ook of wanneer ik word aangevallen of me onveilig voel, ik het me heb eigen gemaakt om er mee om te gaan. Door eerst ruimte te nemen om er eerst vanuit verschillende perspectieven naar te kijken, om te leren het oordeel uit te stellen over wat de ander doet of zegt, maar ook over wat ik daar zelf mee doe. Want vaak maak je jezelf klein. Als je boos bent op een ander dan raakt hij iets in jou. Maar dan kun je daar samen naar kijken in plaats van er over oordelen. Het gaat vaak over dat je dan vindt dat het niet mag van jezelf, dat je niet boos mag zijn, of dat je niet bang mag zijn. Uitstel van oordeel heeft mij gegeven. En dat is trouwens een ongoing process. En, het stellen van vragen. Vragen aan anderen, vragen aan mezelf. Wat jij nu aan mij doet. Jouw vraag die je mij en heel veel anderen stelt al heel lang, brengt mij naar een manier van denken toe die constructief is. De vraag ‘hoe maak ik ruimte?’, die suddert nu al een hele tijd in mijn gedachten. Doordat jij mij die vraag gesteld hebt. Dat is altijd positieve onderzoeksruimte. Want door er over na te denken word ik geïnspireerd. Daardoor ga ik kijken in de wereld wat dan ruimte voor mij is. En bouw ik mijn hele verhaal daarmee op, waarvan dit dan de uiting is in een interview, maar het hele proces vooraf is nog vele malen interessanter. En hierna ook nog, want die vraag gaat nooit meer uit mijn systeem.

Het uitstellen van oordeel is zoveel waard geworden in mijn leven omdat het heeft mij geleerd dat alles wat er gebeurt, in welke situatie ik mij ook bevind, hoe pijnlijk ook of wanneer ik word aangevallen of me onveilig voel, ik er mee om kan gaan.

Echt oordeelloos bevragen

Wat ik ongelooflijk vind is hoe weinig wij elkaar echt bevragen op essentiële kwesties. Soms wou ik dat ik in de tijd van de Griekse Oudheid geboren was, dan was ik vast en zeker filosoof geworden. Maar Socrates deed natuurlijk niks anders dan doorvragen om tot essenties te komen. Wij leven in een cultuur waarin er zo snel mogelijk oordeel gegeven wordt. Op facebook een duim omhoog of omlaag, Twitter… Dat is het tegenovergestelde van oordeelloos doorvragen. Wat ik te doen heb en hoe ik ruimte maak naar mezelf toe en naar anderen, is dat ik ruimte creëer om niet te oordelen en om zo lang mogelijk te kijken naar verschillende perspectieven rondom een vraagstuk. Het formuleren van die vraag is wel een belangrijk ding. Waarom ik nooit een onderscheid tussen privé en werk maak is omdat ik mezelf als mens meeneem overal waar ik ben. Daarom heb ik mijn bedrijf Suzanne’s Zaak genoemd. Want ik dacht, als het mijn onderzoeksruimte wordt, als ik levend onderzoek mag gaan doen, dan weet ik nu ook niet niet precies wat ik ga doen want dat ga ik dus onderzoeken. Dan kom ik uit bij mijn kern: Suzanneszaak.nl is mijn organisatie geworden. En langzaamaan beweeg ik nu naar een punt waarvan ik denk: ‘Het klopt niet meer, want Suzanne’s Zaak is wel heel alleen.’ En steeds in die ontmoeting in de ruimte die ik creëer voor de ontmoeting met mensen, ontmoet ik ook andere mensen. Wordt het vanzelf onze zaak.

Wat ik te doen heb en hoe ik ruimte maak naar mezelf toe en naar anderen, is dat ik ruimte creëer om niet te oordelen en om zo lang mogelijk te kijken naar verschillende perspectieven rondom een vraagstuk.

Zelf kunnen bepalen hoe je door een ruimte beweegt

Een mooi voorbeeld is dat ik de Kamer van Koophandel mocht begeleiden bij hun transitie, de vernieuwing van het ondernemersplein in Rotterdam. Ik heb met een heleboel mensen uit de organisatie gesproken en daardoor gezien dat het verhaal van dat plein er wel was, maar nog niet helemaal was gestold en was vastgepakt. Toen hebben we een aantal dialogen gefaciliteerd tussen mensen uit allerlei lagen van de organisatie en ondernemers, gezamenlijk, uit alle hoeken en gaten van Nederland. Het verlangen van ondernemers en ook medewerkers, dus gewoon van mensen want het gaat uiteindelijk altijd over mensen, is dat zij plek wilden om elkaar te ontmoeten rondom vragen die er leefden. Ondernemers zeiden: ‘Wij hebben niet per se het advies van een medewerker van de Kamer van Koophandel nodig, die weten we wel te vinden, maar we willen plek voor ontmoeting. Kan dat hier? Dat heeft geleid tot een verhaal. Dat verhaal heet ‘Ons plein’, het ‘Ondernemersplein’ werd ‘Ons plein’, waarna we zijn gaan kijken hoe het gebouw was ingericht. Want het gebouw werd ook fysiek anders ingericht. Toen heb ik twee kunstenaars meegenomen, een regisseur en een kunstenaar, die hebben ook de eerste dialogen gevolgd. Wat betekent dat verlangen wat uit de groep komt, van ondernemers, klanten en medewerkers voor de plek? Die kunstenaars zijn heel basaal een aantal plannen en ideeën die er lagen voor inrichting en interieur open gaan breken en flexibel gaan maken. Want alles stond vast in het eerste scenario, er was geen ruimte. Eigenlijk was de ruimte gedicteerd door de interieurarchitect die precies wilde vormgeven hoe mensen door het pand zouden bewegen. Maar als mensen ruimte voor ontmoeting willen, dan moet je ook fysieke ruimte maken, creëren, waarin mensen zelf kunnen bepalen hoe ze die ontmoeting vormgeven. Dat wordt heel vaak onderschat, hoe goed mensen in staat zijn om ergens met de ander vorm te geven of plek te geven voor een ontmoeting. Dus we hebben ingericht en ruimte gemaakt, we hebben hele veel weggelaten en flexibel gemaakt en je ziet nu dat dat Ondernemersplein heel dynamisch is, dat er op steeds andere manieren invulling aan wordt gegeven. Afhankelijk van wat de vraag is of wat mensen willen doen daar.

Ik heb dat ook eerder gedaan bij een andere organisatie in Haarlemmermeer. Dat was een soortgelijk verhaal, waar we met ondersteuning van Bas van Tol toen gekeken hebben naar wat de organisatie nodig heeft. Het goede wat hij deed was dat hij ons ook weer leerde om ruimte te maken in het gebouw, zodat je niet vooraf dicteert en de ontwikkeling van mensen, de vrije beweegruimte tegen gaat houden met het vastzetten van hoe mensen zich zouden moeten bewegen. En steeds meer zie ik die lijn, het belang van ruimte maken in fysieke zin, mentale zin maar ook gevoelsmatig — want ruimte maken gaat ook over tijd nemen om te voelen wat er gebeurt — dat is wat ik het allerliefst doe. Waarbij je mensen altijd moet helpen met de vraag: ‘Wat levert het op?’ Dat is altijd een vraag die speelt en die ik ook heel goed begrijp. Maar de grap is dat wanneer je een proces in gaat waar je ruimte maakt voor de essentiële vraag en daar creatieven of kunstenaars in laat meewerken met andere verschillende perspectieven, dat er altijd een heel bruikbaar antwoord uit komt. Een antwoord waar iedere organisatie, iedere groep mensen of ieder individu verder mee komt.

Als een ontmoeting tussen mensen open en eerlijk is, als mensen zichzelf laten zien, is er ruimte.

Andere rol, andere behoefte, andere plek

Het beoefenen en het rijper en rijker worden in dat uitstellen van oordeel als belangrijkste principe, maar ook het verzamelen van verschillende perspectieven, dat is de missie in mijn leven geworden omdat ik voel hoe goed dat me doet. Het is zelf thuis zo, dat deze gekke kar die ik op Marktplaats heb gevonden van een helaas nog steeds onbekende kunstenaar, een belangrijke eigen plek voor mij is. Deze kar is uit een soort nood geboren, ondanks dat ik ongelooflijk fijn woon in een supermooie boerderij met mijn man en drie dochters. Die ik met heel veel liefde heb ingericht en nog steeds aan het inrichten ben, want het is nooit af. Met kunst, met spullen met een historie. En toch ben ik in die boerderij een plaatje aan het maken, heb ik daar ook allerlei rollen als moeder, als vrouw en ben ik daar heel bewust een mooie context aan het creëren, zoals ik dat vroeger ook deed voor bedrijven. Voor de inrichting van bedrijven met en door kunst. De beweging van mijn huis naar deze kleine plek voor mij alleen is een beetje de beweging die ik aan het maken ben in het zoeken en vinden van ruimte. Want hier ben ik alleen en zie ik alles om mij heen in mijn uitzicht, dit is Suzanne’s Zaak, mijn plek. Hier kom ik tot verstilling, tot schrijven, tot het verzamelen en uitwerken van die perspectieven, in stilte. En die ruimte vond ik niet in mijn woonhuis. Waar ik andere dingen doe. Waar ik voortdurend in interactie ben, waar we samen in een ruimte zijn. En de ongelooflijk fijne ervaring van hier uit huis kunnen lopen, op de dijk lopen en in dit kleine hokje schrijven en mijn eigen ruimte innemen, daar gaat voor mij de innerlijke groei over. Dat is precies wat ik nodig heb om ruimte te houden.

Waar ik naartoe wil? Deze weg klopt. Ik wil andere faciliteren om ook ruimte te maken. Niet zozeer door in mijn ruimte te komen, maar om hen handvatten te geven om ruimte te maken. Daarom neem ik altijd ook kunstenaars mee om ook een vraag te ervaren zodat mensen op gevoelsniveau ook leren omgaan met bepaalde vraagstukken en ze ruimte creëren ten opzichte van dat vraagstuk. Maar ook door de dialoog als vorm mee te nemen naar organisaties. En dat alles om een ontmoeting tussen mensen te faciliteren. Want als die open en eerlijk is, als mensen zichzelf laten zien, is er ruimte. Het enige dat ik dan te doen heb is te zorgen dat mijn eigen ruimte ook goed is geborgd. Dat ik mijn stilte organiseer en ruimte in mijn systeem houd. Want dan kan ik die stap ook goed maken.