Hoe Thijs van Spaandonk ruimte maakt door als generalist te verbinden

Happyplaces Project (video)

Ik ben dus architect. Ik ben opgeleid als architect. Ik ben afgestudeerd als architect. Maar ik vind mezelf niet echt een architect in de klassieke zin van het woord. Ik heb nog nooit een gebouw gemaakt of ontworpen. Het is altijd een beetje iets anders geworden. Ik ben in het dagelijks leven vooral stedenbouwkundig ontwerper, hoe ik het dan zelf definieer. Waarin je kijkt naar de gebouwde omgeving, de ruimtelijke omgeving an sich. En probeer daar als ontwerper vorm aan te geven. Maar ook te onderzoeken. En dat onderzoeken is wel een belangrijk deel van het werk wat we doen. En dat vind ik eigenlijk het interessantste. Ik ben namelijk niet echt iemand die de details van een gebouw gaat uitwerken. Daar kan ik mijn concentratie niet bijhouden. Maar het onderzoeken wat nou de stromen zijn, wat de trends zijn die bepalen hoe onze ruimte eruit ziet, dat vind ik superinteressant. En vooral om te kijken hoe je dat kunt gebruiken als ontwerper. En hoe je die stromen wellicht kunt sturen als ontwerper.

Stad?

Als je kijkt naar de laatste jaren, dan is er heel veel gesproken over de stad. Omdat alle beleidsmakers wereldwijd allemaal geïndoctrineerd zijn door alle retoriek van dat meer dan de helft van de wereldbevolking in de stad woont. Dat er vooral in opkomende landen, ontwikkelende landen, dat daar nog steeds een gigantische stroom van mensen richting de stad gaat. Daar zijn de kansen. Daar is economisch perspectief. Daar kan een toekomst worden opgebouwd. Dus die steden zijn ontzettende magneten voor menselijke acitiveit. De statistieken zeggen dat nu meer dan de helft van de wereldbevolking in de stad woont. Dat zal richting 2050 80% zijn, of 90%. Ik weet het niet. In elk geval veel. Maar wat is dan die stad? Dat vind ik een interessant vraag. Hier in Amsterdam vinden we de stad al vrij snel ophouden bij de ring A10. maar als we dan gaan kijken wat we nog meer onderdelen van die stad vinden, is dan de haven onderdeel van de stad? Is dan Schiphol onderdeel van de stad? Als we gaan kijken naar Nederland. Is dan het Westland onderdeel van de stad? Zij alle plekken waar onze goederen binnenkomen en gedistribueerd worden naar de binnenring van Amsterdam of de ruit van Rotterdam, om maar even geen concurrentie uit te spreken, zijn die plekken ook onderdeel van de stad?

Wat ik interessant vind is te duiden wat die stad dan is. Als we het bijvoorbeeld hebben over urban farming, wat dan in de stad gebeurt. Waarbij leuke sociale buurtprojecten worden georganiseerd door mensen die op daken van leegstaande kantoorpanden wat bloemkolen verbouwen. Wat dan natuurlijk voor de maat van de mensen die daar dan van moeten eten absoluut nergens op slaat, maar wel een leuk cultureel project is. Maar is dat het Westland ook urban farming? Dan wordt het een serieus project. Id dat dan stad? En moet je aan zo’n plek ook iets ontwerpen? Want qua ruimtelijke kwaliteit — we vinden dat niet echt leuke plekken. Maar er wonen wel mensen. Wat mij fascineert in de jaren dat ik daar me bezig ben, is dat in wat wij traditioneel stad noemen en woonwijken, of dat nou een vinex-locatie is of binnenstedelijk, hoeveel architecten en ontwerpers er op de vierkante milimeter bezig zijn om alles te duiden en alles te bepalen. Daar is zoveel aandacht voor. Maar voor dat soort grote plekken, waar eigenlijk onze stedelijke leefstijl wordt verdiend of wordt gefaciliteerd, daar gewoon geen aandacht voor is vanuit het vakgebied. Of heel weinig in ieder geval. Dit zijn wel juist plekken waar de stromen… Dat is wel iets, doordat we globaliseren, doordat we spullen steeds meer van andere plekken in de wereld halen, dat zijn wel de plekken die behoorlijk bepalend zijn voor onze huizige manier van leven. Hoe lopen die stromen? Wie zijn de bepalers daarin? En wie bepaalt waar dan bijvoorbeeld zo’n distributiecentrum komt? is dat omdat het een mooie plek is of is dat puur vanuit de logistiek gedacht. Daar liggen hele andere mechanismes aan ten grondslag dan die we in de stad kennen.

Ontwerpend onderzoeken

Het onderzoek daarnaar, en ook kijken wat je als ontwerper daar aan toe kunt voegen, dat vind ik superinteressant. Omdat je als ontwerper, als enige in het krachtenveld van alle mensen die daar mee bezig zijn, economen, ondernemers, politici, consultants, noem maar op, als ontwerper ben je als enige uitgerust met technieken om dingen te verbeelden. Om te tekenen, om dingen te versimpelen. Om thema’s te maken. Om te proberen echt de essentie van waar het nou over gaat, wat we nou precies bedoelen en wat we zouden willen bedoelen, kunnen vatten. Want dan worden er onderzoeken gedaan, dan komen er rapporten, dan komen er beleidsnotities — op het moment dat je gaat tekenen wat er in die tekst staat, dan wordt in één keer evident wat er dan bedoeld wordt. Dan kun je het ook communiceren met elkaar, ook met leken. Van: ‘Hé, dus dat wordt bedoeld. Die ambitie die we hier opschrijven die strookt niet echt met die ambitie die we daar opschrijven. Wat dat waren allebei toch vrij holle woorden.’

Door de input van de ontwerper in die processen krijg je die dingen helder. En kun je er iets van gaan vinden. Dat onderzoekende proces, dat noemen we ‘ontwerpend onderzoek’, dat is waar ik over het algemeen mee bezig ben. Dat je probeert te vinden hoe die processen lopen en vervolgens kijkt hoe je dat kunt verbeelden en hoe dat verhaal beter gecommuniceerd kan worden. En welke dingen kunnen met elkaar verband houden. Waar vroeger in de stedenbouw toch de overheid een bepalende rol had, van het plannen waar een nieuwe wijk komt door het trekken van een paar lijnen, waarna het verder wordt uitgewerkt, zijn we nu er mede door de crisis achter dat de huidige ruimtelijke ontwikkeling niet meer werkt. Het model van het kopen van een weiland voor €5,00 per vierkante meter, dat verkopen aan een projectontwikkelaar voor een veelvoud, wat dan het verdienmodel is van de gemeente. Dat werkt niet meer.

Wat nu interessant is om te zien is dat er ook andere spelers op dat gebied van de ruimtelijke ordening komen. De overheid zelf is niet meer bij machte en is niet meer de partij die de agenda bepaalt, maar ook ondernemers. Of burgers die zich verenigen. Die worden ook spelers. Doordat die spelers diverser worden, wordt ook die communicatie tussen die spelers steeds belangrijker. Architecten, ruimtelijk ontwerpers kunnen daar in die communicatie een superbelangrijke rol spelen. Dus dat gaat vele minder over de architect als elitaire kunstenaar die het meesterwerk aflevert, maar veel meer over een architect die een soort ‘projectmanager’— ja, het is misschien niet zo’n mooi woord — een procesrol krijgt. De schakel is tussen al die partijen die met elkaar toch iets moeten gaan maken. De ruimte vormgeven met elkaar. En bepalen hoe onze leefwereld eruit ziet.

Generalisten

Er is ook verandering in de opleidingen. Mijn opleiding, ik heb in Eindhoven gestudeerd op de TU, daar werd je nog wel opgeleid tot… Laat ik het zo zeggen: de ene helft van de architectuur docenten vond dat de architect kunstenaar was, de andere helft vond dat de architect een ingenieur was. Dus je had altijd dat spanningsveld: ben ik nou kunstenaar of ingenieur? De afgelopen jaren werd natuurlijk ook het vak van de architect — dat is een discussie die in de architectuurwereld heel vaak gevoerd werd — anders doordat de verantwoordelijkheden van de architect ingeperkt werden. Dat er allerlei andere consultants bij betrokken waren die allemaal dingen overnamen. Dus de bouwprojectmanager en de kostendeskundige en de bouwbegeleiding werd door iemand anders gedaan. Dus de architect verwerd tot een soort ‘esthetisch consultant’.

Hoe ik het vakgebied zie als ruimtelijk ontwerper, is dat je dan niet zoveel te maken hebt met die discussie. Die ruimtelijke ordening is zo’n interessant veld en daar gebeurt zoveel zonder dat we dat zelf weten. Ondanks dat nu de hele markt stil ligt. Er wordt amper een woning verkocht. Er wordt geen grond uitgegeven. Geen enkel groot project. Gemeentes maken geen nieuwe plannen. Maar toch gebeurt daar superveel. Toch die trek naar die steden: we zijn steeds beter in staat te verbinden met andere plekken op de wereld. Ook de nieuwe digitale media, de social media… We bedenken steeds nieuwe manieren, dat noemen we dan ‘smart cities’, hoe we bepaalde dingen die schaars zijn in onze steden, hoe we die beter kunnen delen. De deelauto is steeds verder ingeburgerd geraakt. Het deelkantoor, het nieuwe werken, allemaal van dat soort concepten. Dus de stad zoals we die zien, wordt steeds complexer. En omdat die steeds complexer wordt is het daarom steeds belangrijker dat er iemand is die die complexiteit toch weet te vatten en te verbeelden. En dat dat ook andere mensen, de specialisten, in staat stelt om keuzes te maken welke ontwikkelingen nodig zijn.

Ik zie het vak van de architect of van de ruimtelijk ontwerper helemaal niet somber in. Wij zijn opgeleid als generalisten. Je weet van heel veel dingen weet je iets. Maar niet heel diep. En je probeert dat te onderzoeken. Dus als je een thema raakt, bijvoorbeeld ‘voedsel in de stad’, dan ga je je daarin inlezen. Op een gegeven moment weet je daar wel redelijk wat over. Maar dan kun je het ook koppelen aan iets dat je weet van bijvoorbeeld infrastructuur. Of omdat je ook iets weet over hoe het watersysteem in Nederland werkt. Of over hoe de steden zijn ontstaan. En als generalist weet je al die specifieke vakgebieden te verbinden. Het is toch een trend dat in de wetenschap, of in consultancy — alle andere beroepen— dat er steeds meer gespecialiseerd wordt. Omdat de niches steeds kleiner worden is het juist belangrijk dat er generalisten zijn die van al die dingen iets weten. Die verbindingen weten te leggen. De weten te benadrukken van: ‘Hé, jij bent met dit bezig en dat is superinteressant want daar is iemand met dat bezig. Als je dat op deze manier aan elkaar koppelt dan kan dat iets toevoegen. Dan kan dat waarde genereren.’