Hoe Vincent Bijlo ruimte maakt door het hervinden van de ruimtebeleving

Happyplaces Stories (video)

Ik was best nerveus vanwege Vincent. Toch een beetje spannend. Ik had alleen ervaring met doofheid, vanwege mijn vader. Dat was misschien ooit een van de mogelijkheden voor mijn vader. Hij werd doof door hersenvliesontsteking, of eigenlijk de medicijnen. Bijwerkingen konden zijn blindheid, doofheid, een cocktail van die twee, niks van dat alles of van alles niks. In de vijftiger jaren was het wat minder weten, meer gokken of hopen. Hij werd doof. En prees zichzelf soms gelukkig dat het de minst slechte optie was, alsof het een keuze was. Dat kende ik wel, daar groeide ik mee op. Doofheid. Wilde hem eigenlijk filmen hoe zijn ruimtebeleving, of ervaring was als dove. Maar dat kwam er helaas niet meer van.

Ik zocht Vincent thuis op. Ik werd hartelijk ontvangen, door zijn vrouw en hemzelf, in de tuin achter het huis. Waarin hij zijn werkplek heeft. Hij vroeg me gelijk wat ik van zijn behang vond. Iets in mij vond dat een grappige vraag. Ik wil zo blanco en oordeelloos de ontmoetingen in, maar toch is dat dan ineens lastig als een blinde vraagt hoe mooi je iets visueels vindt. Vincent haakte zich aan mijn arm en samen liepen we naar de auto. Best spannend, een beetje het veoel dat je hebt als je een kindje van een ander tijdens kraamvisite in je armen krijgt. Niet sneu ofzo, maar een mix van spannend en verantwoordelijkheid. Ik was zijn ogen ineens. Terwijl alleen maar gewend was iemands oren te zijn.

Vincent had bedacht naar een landgoed vlakbij te gaan. Landgoed Oud Amelisweerd, omdat het daar zo mooi was. Ik verwonderde me over die opmerking. Ik begeleide hem de auto in en samen reden we weg. Het was vlakbij. Na een tijdje vroeg Vincent of we er niet al waren. Ehm. Nee. Maar ik had ook niet echt een idee waar ik naar toe reed. Het was vlakbij, straat uit en dan. Ruim twintig minuten reden we nog rond in de omgeving van Utrecht. Ik was zijn ogen, hij mijn gids. Maar ik wist niet wat ik als zijn ogen eigenlijk moest zien. Intussen hadden we geweldige gesprekken. Todat ik ergens de naam las van de plek. Ik parkeerde en zag in de verte de plek waar we ongeveer vertrokken waren. Oeps. De terugweg ging een stuk sneller. Terwijl we van de auto over een laan richting het landhuis liepen vertelde hij waarom het daar zo mooi was. De rust, de ruis van de bomen, het gezoef van de snelweg ver weg, het gevoel van de plek. Ik zag het voor me ook al kon ik het gewoon zien. En vroeg me af hoe en of dat ook zo voor hem zou zijn.

Niet echt. Echt niet.


‘Kijk weet je, ruimte is natuurlijk een waanzinnig belangrijk begrip. Alles is ruimte. Als blinde heb ik pas heel laat geleerd hoe je je eigen ruimte moet innemen. Dat heb ik eigenlijk pas geleerd bij haptonomie. Heel veel blinden zitten eigenlijk zó. Dus heel verdedigend. Want er kan natuurlijk altijd iets gebeuren. Er kan altijd iets op je af komen. Dus ga je zo zitten. Ik merkte zelf ook, vroeger zat ik heel vaak zo, heel defensief. Maar op een gegeven moment gaat er natuurlijk van alles verkrampen en het voelt ook niet lekker. Want je blijft altijd in deze stand zitten. Je schouders omhoog. Je kunt je hoofd natuurlijk net zo goed naar beneden doen, want je blijft het wel horen. Op een gegeven moment kreeg ik dat door. En kreeg ik ook door dat het eigenlijk veel lekkerder is om veel breder te gaan zitten.

En toen merkte ik op het toneel, als ik op het toneel stond dat ik dat ook deed. Dat ik toch teveel zo stond. En dan krijg je op een gegeven moment een beetje last van je stem. Omdat je altijd een beetje met je hoofd omhoog staat en je adamsappel dan omhoog duwt. Dus toen ben ik naar die haptonoom gegaan, want dat was me aangeraden door mensen, en die leerde mij dat je al die ruimte kunt innemen om je heen. Dat je dan ook een veel beter gevoel hebt waar je bent en waar je staat en hoe het in je omgeving is.

Na die haptonomie ben ik Alexandertechniek gaan doen en dat is helemaal iets geweldigs. Alexandertechniek is ontwikkeld ooit door een Australische acteur. Die heette Alexander, vandaar de naam. En die man bedacht ook: ‘Waarom beweeg ik me eigenlijk zo stijvig.’ Die kreeg ook last van zijn stem op het toneel. Die dacht: ‘Er moet iets zijn.’ Dus hij heeft zichzelf met spiegels steeds bekeken. Op een gegeven moment begon hij bepaalde patronen te zien. En toen dacht hij: ‘Eigenlijk zou ik me veel meer moeten gaan bewegen conform mijn skelet.’ Zoals kinderen dat eigenlijk doen. Kinderen denken namelijk altijd omhoog. Kinderen zijn natuurlijk klein, die hebben een enorme aandacht voor wat boven hun is. En dat verliezen wij als wij volwassen worden. We denken heel vaak alles naar beneden. Zo benaderen we ook alles. We benaderen alles met zwaarte. Terwijl je een beetje dat kathedraalgevoel moet hebben. Je kent het wel, als je in een kathedraal loopt of staat, dan voel je die ruimte om je heen. Je voelt dat er heel veel lucht boven je is. En dat gevoel moet je eigenlijk altijd hebben. Ook hier, ook buiten. Dan ben je veel bewuster van de omgeving.

Dat ben ik ook gaan doen. En dat is werkelijk waanzinnig. Want nu kan ik. bijvoorbeeld ook door… Nu voel ik eindelijk weer meer. Van wind op je huid, van, letterlijk, de omgeving. Ik vind eigenlijk dat iedereen dat eens zou moeten proberen, Alexandertechniek, want het is een waanzinnige manier van jezelf opnieuw uitvinden. Ik voel me nu ook vaker zoals ik me als kind ook voelde. Dat ik echt ook weer zin heb om op dingen te gaan klimmen, of dingen te gaan doen. Juist omdat je er veel vrijer door wordt. Dus ook, als je bijvoorbeeld iets optilt. Je tilt een koffer op. Dan hebben we de neiging om het zó te doen. Dus we spannen dit (bovenarm) allemaal samen. Maar eigenlijk zou je die koffer zo moeten tillen. Je voelt eerst wat hij weegt, dan stel je er precies genoeg tegenkracht daar tegenover. En dan til je hem op. Je levert geen energie meer dan nodig is om de zwaartekracht op te heffen. Zo moet je eigenlijk alles doen. Dat kost je veel minder energie, dat is veel vrijer. En dat is dus echt een fantastische ruimtebeleving die ik heb hervonden. Want ik ken hem wel, omdat ik hem als kind ook had. Maar ik heb hem nu weer.

Dat zijn mooie dingen wat betreft ruimte. En ik denk dat, als je het hebt over verschillen tussen zienden en blinden qua ruimtebeleving, dat denk ik dat er eigenlijk… We leggen eignlijk is ons leven teveel nadruk op de verschillen, terwijl je het veel meer over de overeenkomsten zou moeten hebben. Want dat zijn er namelijk veel meer. En in dit geval, is het zo dat qua ruimtebeleving, zijn de overeenkomsten natuurlijk ook veel groter. We beschouwen ruimtes altijd in sferen. Wat wij onthouden van een ruimte is niet de grote details maar is hoe het er was. Hoe het er voelde. En dat is voor ons toch altijd hetzelfde. Ondanks dat je als ziende die boom ziet, het landhuis ziet, het bruggetje ziet. Ik weet het. Ik zie het niet, maar ik weet het. Of dat nou van vertellen is, of niet. Ik kan het ook horen aan bepaalde echo’s. Dus waar we zijn, dat maakt niet zoveel uit of je ziet of niet.

Het is niet zo, als je je ogen dicht doet, of een blinddoek voor doet, dan wordt het natuurlijk radicaal anders, maar dan beleef je het ook niet zo als ik het beleef. Omdat je dan een zintuig wordt afgenomen. Dan beleef je dat gewoon op een heel andere manier. Het is ook onzin om gewoon het licht uit te doen en dan te denken dat je dan de wereld beleeft zoals ik de wereld beleef. Dat is niet zo. Het begrip ‘donker’ ken ik helemaal niet. Omdat ik het begrip ‘licht’ ook niet ken. Alles bestaat bij de gratie van het contrast. Dus donker kan alleen maar bestaan als je ook licht kent. Zoals zwart ook alleen maar kan bestaan als je wit kent. Het begrip ‘zwart’ ken ik ook niet. En sowieso ken ik geen kleuren. Kleuren zijn voor mij woorden. En die zijn ook niet uit te leggen. Je kan niet vertellen… Je kan alleen zeggen: ‘Een boom, het blad van een boom is groen.’ Dat kan je zeggen. Maar wat groen dat is, dat kan je niet uitleggen. Dat is net zoals je ‘Do-Re-Mi’ voor de doven ook niet kan uitleggen. Kan het benoemen, maar je kan niet uitleggen wat een toon is. Zo kan je ook niet uitleggen wat kleur is. Maar, kleuren hebben natuurlijk wel sferen. Dus als jij het over kleuren hebt, dan kan ik me wel een soort sfeer bij voorstellen. Bedenk maar hoe mensen kleur gebruiken in hun interieur. Het design van hun interieur. Of hun kleding. Daar willen ze altijd iets mee zeggen. Kleuren zijn media. Dat zijn geen doelen. Kleur is een middel om je uit te drukken. Dus in die zin bestaan ze wel, maar alleen maar als sfeer. En ik kan ook wel bedenken wat iets voor kleur zou moeten zijn. Wat ik iets voor kleur zou willen hebben. Dan kan ik het er met mensen over hebben. Kan ik overleggen. Zou het niet leuk zijn om het zo te doen? Omdat ik het jargon een beetje ken. Maar ik kan het nooit checken dus ik heb geen feedback, in die zin.

Dus die ruimte is dus eigenlijk voor ons allemaal wel gelijk. Het verschil, natuurlijk, is wel dat ik de beweging mis die er is. Als de visuele beweging. Kijk, ik hoor natuurlijk dingen voorbij komen. Ik hoor dingen. Dus dat maakt mij ruimtebeleving misschien wel iets rustiger. Vooral in steden is dat wel een verschil. Wat ik ook mis, en daar ben ik vreselijk blij om, is alle reclame. Want ik zat ook wel eens te bedenken wat een enorm bombardement van reclame uitingen zienden de hele dag maar moeten verwerken. Dat doet natuurlijk allemaal z’n best om er zo goed mogelijk uit te komen. Om om voorrang te strijden om bij jou binnen te komen. Dus dat zal een schreeuwerig en enorm gedoe zijn. Na ja, dat mis ik dus. Nou ja, dat mis ik helemaal niet, ik ben heel blij dat ik dat niet hoef mee te maken. Hoewel je daar ook wel weer aan zou wennen. Ik bedoel, dat geldt natuurlijk voor alles. Maar, dat is wel een verschil, en verder zijn er denk ik niet zoveel verschillen. Want wij leven natuurlijk allemaal in dezelfde wereld. De fysieke structuur is voor ons allemaal hetzelfde. De lucht is hetzelfde die we in ademen.

Dat is iets dat ik altijd wel als een van de kernthema’s in mijn werk… Is altijd dat het over ‘wij’ gaat. Niet over ‘wij’ en ‘zij’. Als je mensen in groepen gaat onderverdelen, zij die niet kunnen zien en zij die wel kunnen zien, zij die geen Ariërs zijn en zij die wel Ariërs zijn, of wat je dan ook voor clubs gaat maken. Dat leidt altijd tot vreselijke situaties. Ik ben ook altijd een hartstochtelijk strijder voor een inclusieve wereld, waarin we zoveel mogelijk mensen insluiten. En proberen zoveel mogelijk muren weg te halen om onszelf heen. Zonder dat we natuurlijk een totaal genivelleerde, platgeslagen, ‘totaalmensen’ worden. Want daarvan zijn er al wel behoorlijk veel.

Daar zat ik ook vannacht nog over na te denken. Over soms toch ook wel dictatuur zonder dictator waarin wij leven. Waaraan je moet meedoen, de vrijheid die ons gevangen houdt. Dus de keuzevrijheid die wij dan zogenaamd hebben. Maar dat is eigenlijk helemaaal niet zo’n keuzevrijheid omdat al die aanbieders van al die producten eigenlijk allemaal hetzelfde willen. Die willen namelijk allemaal gewoon winstmaximalisatie en die bieden dat allemaal net iets anders aan. En wij worden als consument dan maar geacht daar achteraan te lopen. En om zogenaamd de beste aanbieding te kiezen. maar dat is-ie natuurlijk nooit. Ze willen allemaal hetzelfde namelijk. Ze willen allemaal ongeveer evenveel aan jou verdienen. Maar goed, dat gaat uren duren als ik daar nou ook weer een college over ga geven. Dat hoeft nou ook weer niet. Misschien waren zit zo ongeveer mijn ruimtelijke verkenningen.

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Marcel Kampman’s story.