Over wendingen en dingen die nooit wennen

Happyplaces Stories

Marcel Kampman
Sep 26 · 20 min read

Symen, met wie ik op de academie zat in Groningen, mailde me laatst:

‘Hoi Marcel,

in de categorie datmagookwelesgezegdworden; ik las net jouw verslag van het gesprek met Bart Vlaanderen en ben geroerd, geïnspireerd en onder de indruk. (…) Wat een kanjer was die man zeg. Hulde!

Goeds,

Symen

Verstrijkende tijd en dagelijkse dingen zorgen er voor dat je toch sommige momenten die je vast wilt houden en paraat wilt hebben, toch even vergeet. Blij was ik dan ook met het bericht van Symen. Hij was zeker niet de eerste die me iets liet weten, wel een van de meest recente, gezien het al weer bijna anderhalf jaar geleden is dat ik Bart filmde in zijn tuin, en een jaar geleden is dat hij overleed. Door het berichtje van Symen stond ik er ineens weer helemaal in, het verhaal van Bart, van onze ontmoeting en alle Bart-momenten sindsdien. Dat zijn er inmiddels heel, heel veel geweest. Daardoor is Bart nooit ver weg. Er zit altijd een mini-Bart op mijn schouder.

Eerst een stukje terug, wat ik als inleiding schreef bij zijn verhaal, daarna over alles daarna. Al vaak verteld aan anderen, maar nog niet op deze manier gedeeld.


‘Met Eric, ik heb een vraag. Of een idee, nou ja. Voor , iemand. Bart. Een goede vriend van me, tevens senior ruimtelijk ontwerper bij Amsterdam. Vakman. Maar eh, hij eh, is eh, wel ziek. Hij heeft een tumor zijn hoofd en heeft nog beperkt tijd. Maar ik dacht, misschien is het een mooi, eh goed, nou ja, een idee om hem te filmen? Want dan eh… Nou ja. Ik heb het er met hem ook over gehad en uitgelegd wat je doet en dat zou hij wel willen. Als, als jij dat ook wil, kan. Wat denk jij?’

Aan de telefoon Eric van der Kooij, over Bart Vlaanderen. Dat is natuurlijk en vanzelfsprekend goed, omdat Eric het vraagt. Eric verbond ons per mail. Ik mailde Bart met wat uitleg wat de bedoeling zou zijn en dat ik had gehoord dat hij wat ‘uitdagingen’ had. Wat later kreeg ik een bericht terug, met groen licht van Bart maar dat het misschien een goed idee zou zijn eerst even te hebben om die uitdagingen wat toe te lichten. We belden.

Het werd een gesprek waarbij tijd geen factor was, volledig zonder filter. Na wat formeel voorstellen in de eerste minuten begon Bart te vertellen. Tweeënhalf uur later hingen we op. Pf. Uitdagingen inderdaad, met een tumor in je hoofd. Ik was die dag niet echt productief meer. Geen zin meer aan werk, dingen doen. Kon allemaal wel even wachten. Omdat hij precies tien jaar ouder is dan ik. En zijn kinderen precies tien jaar ouder dan die van mij. Ongewild spiegel je dan toch.

Op een ochtend in juli zocht ik hem op, niet in Amsterdam, maar thuis in Culemborg. Aan de telefoon waren we tot het inzicht gekomen dat het daar het beste kon en niet in de omgeving van het werk. Omdat hij inmiddels zich meer uit die omgeving had onttrokken en dus thuis was. Om te, als het kan, tuinieren, want dat geeft rust. Toen ik aan kwam rijden, verwelkomde zijn vrouw mij op de oprit. Bart was aan het werk in de tuin. Samen liepen we de tuin achter het huis in.

Het was een heel mooie zonnige dag, onder een grote boom in de tuin stonden twee stoelen met een tafeltje klaar. Vanaf die plek had je een heel mooi uitzicht op de uitgestrekte landerijen achter het huis. Wat een fijne plek. We kregen koffie en koekjes en deelden daarna een kleine vijf uur samen. Ik genoot van zijn verhalen, denken, anekdotes, zienswijzen, overpeinzingen, inzichten. Tot hij moest rusten, we waren de tijd vergeten, maar zijn vrouw niet.


We besloten te stoppen, Bart moest nog even rusten want er kwam nog bezoek na mij. Ik was ook wel klaar met de dag. Gek dat je terwijl je leeft je daar te weinig actief bij stilstaat. Dat je een keer gaat weet je, wanneer niet, maar gek genoeg ga je er toch van uit dat je dat ergens rondom dat getal van de levensverwachting doet, dus zo rond je 80ste. Daar is ook alles op ingericht, niet op een ‘postje onvoorzien’; dat het dus ook op een willekeurig ander moment kan zijn en dat je daar he-le-maal niks over te zeggen hebt.

Rijdend naar huis kwam alles nog even voorbij. Loslaten, het onherroepelijke, het (on)belang van werk, bucketlists, zelf geen invloed hebben op je eigen lichaam, over meer willen weten, mantels afdoen, gelukkig worden van onkruid wieden, gesprekken voeren en verdiepen als cadeau, wonderlijke ontmoetingen, tijd als cadeau, die ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid die niet vanzelfsprekend is, dingen doen die je echt belangrijk vindt, over voortdurend keuzes hebben ook als je geen keuzes hebt, leiden als intrinsiek onderdeel van het leven, wendingen, kleine waardevolle dingen doen, op reis gaan en in je eentje je koffer inpakken, écht iets achterlaten, genieten van het leven… Ik reed gewichtsloos en zonder besef van tijd naar huis, rondhangend in gedachten terwijl de wereld in een soort van blur aan me voorbij trok. Pf.

Ik was enorm blij met onze ontmoeting en tegelijk boos, verdrietig, verward maar helder tegelijk, opgejut, aangemoedigd. Ik voelde een enorme drang om alles maximaal te willen en moeten doen, niks meer voor lief te nemen en al het mogelijke uit het leven te persen: elke mogelijke ontmoeting, elk nieuwe mogelijkheid, elke, elke, alles, alles voor mij en de mijnen.

Hoeveel ruimte is genoeg ruimte?

Toen Bart en ik elkaar voor het eerst spraken aan de telefoon had ik er net een joekel van een workload op zitten, met iets van 20 projecten waarin ik betrokken was wat er goed had ingehakt. Gehakt in mijn aanwezigheid en beschikbaarheid thuis, mijn beschikbaarheid voor andere mensen en momenten, gehakt in ruimte in mijn hoofd voor andere dingen dan projecten, in weekenden — in alles eigenlijk. Ik had daar een beste tik van gehad, mentaal en fysiek had ik een fikse jetlag. Ik was ontzettend futloos, leeg, op, prikkelbaar. Geen energie, conditie van een, nou ja, überhaupt geen conditie. Nul, niks. Elke traptrede was er een teveel.

Ik kwam er achter dat ik iets fout had gedaan: ik had mijn beschikbare ruimte maximaal gevuld met alle dingen die ik te doen had, maar geen rekening gehouden met ‘posten onvoorzien’, dingen die ook konden gebeuren waar ik zelf geen invloed op had. Een keer eerder was me dat ook al eens overkomen, toen mijn broer een beroerte kreeg en ik had bedacht dat ik alles wat daarmee te maken had en de situatie waarin hij zat ook wel even kon fiksen tussen alle andere dingen door. Toen zat ik voor het eerst in meer dan tien jaar bij de huisarts. Niet mijn huisarts. Ik had een afspraak gemaakt, maar omdat ik daar nooit kom heb ik nooit actief bijhouden wie mijn huisarts was. Bleek dat intussen de huisarts die ik had al lang was gestopt en ik nu een andere had. Toen ik door een assistente geroepen werd liep ik een kamer in. Ik vertelde aan de mevrouw wat ik dacht dat me mankeerde. Dat ik het heel druk had met werk, dat ik ook nog eens alles van mijn broer erbij deed, dat er naast alles praktisch ook een boel emotioneel gedoe bij kwam kijken en dat ik blijkbaar mezelf wat had overschat aan wat ik aan. Nadat ze meldde dat ze niet mijn huisarts was, dat die in de kamer ernaast zat maar dat ze me uit beleefdheid niet wilde onderbreken, gaf ze me aan dat ik het zelf knap helder uiteen had gezet. Ze zei deze wijze woorden waar ik regelmatig, soms ook te laat, nog wel eens aan denk of doorgeef aan anderen als advies: ‘Realiseer je dat je maar één voorraad energie hebt. Goede dingen, leuke dingen én slechte dingen komen allemaal uit die ene voorraad. Er zijn niet twee potjes wat mensen wel eens zeggen of denken. Houd dus altijd wat ruimte over voor het een en het ander en dat wat je niet kunt voorzien.’ Ik dacht dat ik dat dus ook sindsdien wel deed. Het kloterige is alleen dat je van onvoorziene dingen ook dus niet kunt voorzien hoe groot of impactvol die kunnen zijn. Dus hoeveel ruimte hou je dan beschikbaar? Blijkbaar te weinig.

De agenda leiden

De week nadat ik bij Bart in juni was en hem had gefilmd vloog ik naar Canada voor een maand zomervakantie. West-Canada is schitterend mooi: eindeloos niks, eindeloze wegen, bergen, blauwe meren, wilde dieren en bos zo ver je kunt kijken. Terwijl ik daar in het eindeloze niks was kwam Bart veel in mijn gedachten voorbij. Wat is belangrijk? Wat vind ik belangrijk? Wat doe ik eigenlijk? Doet dat wat ik doe er toe? Ik heb daar toen besloten dat de agenda niet meer mij leidt, maar ik de agenda. Want ik kan mezelf namelijk vrij gemakkelijk vergeten wanneer ik opga in van alles. De ontmoeting met Bart was die herinnering om dingen anders in te richten.

Ik heb toen heel praktisch tijd ingeroosterd voor mezelf. Om te trainen met een personal trainer. Om meer regelmaat te krijgen in de dagen, fitter te zijn, om meer energie te hebben. Sinds ik terugkwam van die zomervakantie sta ik zo veel mogelijk ’s ochtends rond 05.30 op om 2, 2.5 uur even lekker buiten te zijn, waar ik ook ben. Mijn vaste rondje inmiddels is ongeveer 12 kilometer lang, door de weilanden van Staphorst. Lopen en hardlopen om te denken, nergens aan te denken, muziek, boeken, podcasts of verhalen te luisteren, de zon te zien opkomen, etc. Dat zijn wel cadeautjes hoor, niemand schildert mooier dan de natuur. Het mooiste is om in het donker te vertrekken en het dan dag te zien worden. Liefst met wat wolken, zodat de zon die eerst van onderen aanlicht voordat ze echt op komt. Vaak kom ik reeën tegen, fazanten, hazen, konijnen, eekhoorns, vissers want vissen bijten blijkbaar alleen bij het ontbijt. Ook eens een ritmisch heen en weer en op en neer wiegende beslagen Volkwagen Passat waar blijkbaar werd overgewerkt. Om daarna met een fikse dosis zuurstof in het hoofd de dag te beginnen. Heerlijk. Heerlijk, omdat dan ook alles wat er in mijn hoofd zit op volgorde komt te liggen, ik ineens voor projecten het helderder zie of zelfs het grootste deel van het werk al doe, dan hoef ik het alleen maar uit te werken als ik op de studio ben. Nou had ik dat al kunnen weten omdat bijvoorbeeld Johan Kramer, Peter Slager, Joris Hofmans en Ritzo ten Cate me dat al hadden verteld toen ik ze filmde. Maar om iets te gaan doen heb je blijkbaar eerst een trigger nodig.

Ook heb ik toen besloten eindelijk eens de discipline te hebben om Happyplaces verder te helpen dan wat ik alleen — maar verder niemand anders — zie: naar een boek. Een boek? Ja. Mijn vader was handzetter, een vakman. Ooit opgeleid als loodzetter heeft hij dat vak beoefend tot de computers kwamen. In januari 2016 is hij is overleden. Een boek is daarom een mooi eerbetoon aan hem. Het kan dus niet iets anders dan in elk geval een boek worden. Maar ook vanwege alle mensen, die sinds dat ik hier mee startte, mij tijd hebben gegeven voor geweldige open en persoonlijke gesprekken.

Happyplaces is mijn beste school ooit. Het helpt me alles beter te zien, beter te begrijpen, geeft me emmers andere perspectieven. Ik zie de patronen, verbanden, krijg de inzichten die anderen kunnen helpen ruimte te vinden, te maken, in te nemen, vorm te geven. Dat gaat ze enorm helpen om in verschillende contexten ruimte te maken. Nou moet ik bekennen dat het me nog lang niet makkelijk af gaat om de discipline te vinden om schrijfmeters te maken. Want er komt altijd wel iets tussendoor als een reden om niet in mijn hoofd te kruipen en aan de slag te gaan. Ik heb al een jaar op elke vrijdag in de agenda staan dat ik dan schrijf, heb dat ook in elke e-mail signature staan, maar in de praktijk loopt dat telkens anders. Nu, een jaar verder, kom ik eindelijk in de juiste stand, snap ik en begrijp ik steeds beter ook wat ik aan het doen ben. Niet in de laatste plaats door feedback die ik van anderen krijg. Want ook al doe ik dit 100% voor mezelf, maak ik het niet voor publiek, ik deel het natuurlijk wel op een openbare plek en het is toch ook heel fijn als mensen de moeite nemen om iets van zich te laten horen, wat ze er van vinden. Dank daarvoor. Vaak wordt dan ook het verhaal van Bart genoemd, wat mij dan weer herinnert aan de afspraken met mezelf.

Er is altijd ruimte voor mooie momenten

Toen ik naar Canada ging, had Bart er 12 van de 14 maanden op zitten die hij mogelijk nog had. Zijn verhaal uitwerken lukte me niet meer voor het vertrek. Dus was het beste een gek idee dat ik een klein uur aan gesprek op een SD-kaartje had ergens in Nederland terwijl ik in Canada zat. Wat nou als hij intussen? Gelukkig hield Bart vol. Toen ik terug kwam was hij er gewoon nog. Maar ook vond ik het lastig. Ik besloot dat ik als eerste de video af moest maken, maar wat zou een goed moment om het te delen zijn? Voor of na? Daar hadden we het daar over gehad en Bart had aangegeven dat alles goed was, dat we niet anders zouden doen vanwege zijn situatie, maar toch.

Ik mailde hem, wat ik doodeng vond, op 1 september.

‘Hoe is het met je?’

Las hij zijn mail nog? Hoeveel mantels had hij al af moeten doen? Kon hij nog reageren? Ik kreeg gelukkig wat later een reactie. Dat het op zich nog wel goed ging. Dat hij wel meer uitval had. Iets meer evenwichtsproblemen en minder gevoel in linkerbeen en arm had. En dat hij nog terug had gedacht aan ons boeiende gesprek in de tuin onder de boom. Pf. Ik liet hem weten dat ik zijn verhaal ging uitwerken.

20 September:

‘Bart, ik heb je verhaal uitgewerkt en staat gepland voor publicatie om 14.30 uur, maar hier kun je vast lezen en kijken. Eric heeft het gisteren al gezien. Ik ben er blij mee. Hopelijk jij ook. Hoorde over hoe je lijf je in de steek begint te laten van Eric, heel vervelend te horen.

Dank voor je mooie verhalen, inzichten, lessen, je tijd. Heeft me geholpen dingen helderder te zien.’

23 September kreeg ik een reactie van hem. Die lange stilte tussendoor was telkens heel eng, want verstrijken van tijd kan natuurlijk ook wat anders betekenen. Hij gaf aan dat hij en zijn vrouw er blij mee waren, dat mede het zwaluwgekwetter als typisch zomers tuingeluid geruststellend was. Ook dat hij het niet zo goed kon beoordelen omdat hij er te dicht bovenop zat. Wat op viel aan de mail ten opzichte van de eerdere was dat deze veel slordiger was, veel fouten, veel gekke spaties. Het maakte zo heel zichtbaar dat zijn lijf het steeds meer liet afweten. Hij gaf aan dat hij ondertussen wel verder was ‘gegroeid’ in bepaalde aspecten. Dat hij op dat moment sommige dingen anders zou zeggen of meer nadruk zou geven. Dat hij ondertussen bij de volgende poort was en alweer bezig was om de volgende mantel uit te doen. Wat ten tijde van ons gesprek nog vooral de ‘werkmantel’ was. Dat het nu vooral zijn lichaam was dat hem stapje voor stapje in de steek liet. Om te vervolgen dat het verhaal van de zeven poorten naar de onderwereld niet helemaal goed verteld was door hem. Dat het geen Griekse koningin was, maar een verhaal over de Soemerische godin Inanna, vorstin van Hemel en Arde die haar zus Ereshgal wilde bezoeken. Maar dat de strekking van het verhaal is natuurlijk hetzelfde was: het stapsgewijs loslaten van alle symbolen die gericht zijn op macht, prestige, rijkdom en functies, etc. Dat maakt inderdaad voor het verhaal niks uit — leek me niet iets waar hij zich druk over zou moeten maken, maar ik snapte dat hij het deelde. Er staat immers een filmpje en een verhaal ergens online, dan is het fijn als het ‘klopt’. We hadden dat besproken, hoe een stukje video maar een moment in tijd zou zijn. Dat er altijd wel iets niet gedeeld in zou zijn. Dat had ik inmiddels wel geleerd van alle andere momenten met anderen. Na het filmen komt er altijd wel weer iets op, of een andere manier van zeggen. Mijn reactie is dan vaak dat we dan gewoon nog eens kunnen afspreken. Er daarbij van uitgaande dat het draaiboek van het leven waar Bart het in ons gesprek over had, wel gewoon volledig wordt afgedraaid. In plaats van niet, zoals nu.

Hoi Bart, fijn te horen! Het is een polaroid, hou je altijd! En je vertelt het uit je hoofd — maar maakt voor de strekking niet uit. Dat je lijf het laat afweten is niet fijn lijkt me. Ontmantelen is zo ineens een nieuw iets, niet? Ik kan me niet in je situatie verplaatsen, maar ik kan me indenken dat het raar moet zijn als lijf niet meer naar je luistert. Dank voor de moeite nemen een heel verhaal te typen. Ik kan me indenken dat dat een fikse inspanning is.

Ik blijf graag op de hoogte hoe het met je gaat. Ook als het niet goed met je gaat. Ben blij je te hebben ontmoet.

Bart:

Helemaal waar dat het een momentopname is. Onze ontmoeting is het bewijs er altijd nog ruimte is voor mooie momenten. Dank daarvoor!

Precies. Er is altijd ruimte voor mooie momenten.

Een beetje bouwstenen

25 September stuurde ik hem een aantal screendumps van reacties van mensen. Bart zijn verhaal had nogal wat los gemaakt. Vooral op LinkedIn tientallen likes, comments en duizenden views. Heel veel warmte en lieve berichten. Waarop ik van Bart een bericht terug ontving.

Dat hij veel reacties binnen kreeg op ons interview van bijvoorbeeld studiegenoten van lang geleden die nu voor het eerst leerden over zijn toestand. En dat hij het wel lastig vond daarmee om te gaan. Dat het hem een soort onrust gaf wie het al gezien had en wie niet. Of het mogelijk was om het filmpje even te parkeren op een stiller plekje op internet omdat hij merkte dat vooral het via LinkedIn nogal snel rond ging. Dat hij blijkbaar op dat moment wat minder weerbaar was.

Volkomen voorstelbaar. En voor mij ook weer niet want ik had nog niet eerder gehad dat een van de gedeelde verhalen zo snel en zoveel gezien en gedeeld was. Dat was dus even wennen, stiekem ook wel heel tof, maar tegelijk natuurlijk ook wel super onhandig voor Bart. Dat hadden we beiden niet voorzien. Dat hij een baan had bij nogal een grote werkgever, dat zijn werk te maken had met veel mensen én dat hij ook nog eens een erg geliefd en gewaardeerd mens was. Dat die mix leidt tot een soort van deelstorm en tsunami aan berichten was natuurlijk tegelijk mooi maar niet wat hij kon gebruiken. Hij had nogal genoeg aan zijn hoofd om er niet allemaal anderen bij te kunnen hebben; omgekeerd is het ook logisch, dat mensen wanneer ze zoiets leren over iemand, met wie ze op wat voor manier iets van een relatie hebben, daarop reageren. Ik verwijderde de LinkedIn post als hoofdveroorzaker van alle verkeer.

8 Oktober mailde Bart opnieuw. Inmiddels had ik een soort van tic ontwikkeld waarbij ik telkens mijn mail checkte, in de hoop op iets van geluid over de situatie van Bart, of liever — iets van een bericht van Bart. Hij schreef dat hij ondertussen veel reacties had gekregen ons interview. Hij had eergisteren nog bij een afscheid van een project diverse collega’s ‘live’ gesproken en zij vonden het een mooi interview en ook een spiegel hoe met de dood om te gaan. Wat de meeste indruk op hem had gemaakt was een reactie van een collega wiens vader ook nog maar een beperkte levensverwachting had. Die vader had veel steun gehad aan het interview. Hij had haar uitgelegd wat Bart precies met sommige uitspraken bedoelde, dat hij lotgenoot was van hem en hij dacht dat zij dat anders niet zou begrijpen. Bart zijn woorden waren een houvast voor een ander geweest. Dat had Bart enorm ontroerd. Hij schreef:

Kortom mijn vrees of mensen zitten te wachten op mijn ziekteverhaal is ten onrechte. Ik ben blij dat mensen er zelfs steun uithalen. Het maakt me eigenlijk niet uit wie het wel en niet gezien heeft, dus zet het maar neer waar je wil op internet.

Hij vervolgde:

Ik heb een mooi stukje gelezen in ‘Stand-up Filosoof’ van René Gudde: Omdat wij langer leven dan in enige andere periode en ook een langer deel van dit leven ziek of sterven, zijn wij de eerste generatie die daadwerkelijk mee te maken heeft. Er zijn nog geen regels voor hoe je daarmee moet omgaan. Er is nog geen goed verhaal over en er bestaat nog geen verstandige richtlijn voor, want het is nieuw. Die richtlijnen en verhalen moeten er nog komen, dat doe je ondermeer door te praten.

Woorden zijn de bouwstenen van het verstand.

Volgens mij hebben we hier een beetje aan bijgedragen.

Slik.

Hoe mooi.

Ik had nooit kunnen bedenken wat de impact zou zijn. Simpelweg omdat het daar nooit om te doen is geweest. Ik was al zo blij dat Bart de tijd, moeite en durf had om dit aan te durven en zonder voorbehoud en zonder filter met me wilde delen. Die dag in Culemborg was heel bijzonder. Meer hoefde het ook niet te zijn, het was al prima. Maar zo mooi dat het blijkbaar veel meer is dan we konden bedenken: een beetje bouwstenen voor een geheel andere ruimte met Bart als de senior ruimtelijk ontwerper.

Ondertussen ben ik een beetje aan het dralen bij de volgende poort, en moet ik accepteren dat mijn lichaam me toch wel in steek gaat laten. Dus ook die meest intieme mantel moet ik dus langzamerhand loslaten.

Ik bedankte hem voor het delen. Ik leende woorden van Spinvis: ‘Hou je haaks en kijk goed uit’ afkomstig uit het liedje Astronaut. Dezelfde woorden trouwens die ik gebruikte voor de overlijdensadvertentie van mijn vader, want als je dan gaat reizen lijkt me dat wijze raad. Er zijn zoals Bart al zei, geen verstandige richtlijnen voor.

Een niet religieus gebed in Lissabon

2 November mailde ik hem vanuit het vliegtuig naar Lissabon. Als deel van het leiden van mijn agenda, had ik besloten een week te ontsnappen naar en me daar volledig in onder te dompelen. Dat is een soort van conferentie-maar-dan-anders, met allemaal toffe mensen die vooral met elkaar in gesprek te delen, zichzelf en de wereld een stukje mooier trachten te maken.

Bart, ik ben hoog in de lucht. Denk aan je. Je komt geregeld voorbij. In gedachten. In keuzes die ik maak. Ben onderweg naar een week vol verhalen in Lissabon. Zin in. Ik neem je in gedachten mee. Hoop dat het goed met je is.

Ik had zin in die ontsnapping. Nieuwe en andere werelden verkennen, onderdompelen in verhalen, hopelijk mooie gesprekken en dwalen door de stad. Ik hoopte natuurlijk op een vlotte reactie van Bart. Die kwam niet. Niet na het verlaten van het vliegveld, niet toen in aan kwam in het hotel. Niet de volgende morgen toen ik door Lissabon liep naar de locatie. Het bleef stil.

Jared en Nora voor het parlementsgebouw van Lissabon

Op de eerste dag waren er zogenaamde mystery meet-ups georganiseerd. Het idee was simpel: je kreeg een locatie en daar trof je dan iemand aan die net zo zoekend was als jij, daar had je dan een afspraak mee en uiteindelijk ging je dan samen naar de opening. In mijn geval waren het twee mensen. Jared en Nora. Na het uitvinden dat we bij elkaar hoorden liepen we naar het voorplein van het parlementsgebouw. Zo’n plein met van die mannen met geweren die niet bewegen. Jared had een koffertje bij zich. Met daarin een Magic Leap mixed reality bril, een prototype — daar kun je vr/ar mixen met echt beeld, super bizar. We legden elkaar aan elkaar uit, liepen uiteindelijk richting de plek waar het event was. In de straat van de locatie, vroeg Nora aan elk van ons wat recent een impactvol moment was waar we diepe empathie hadden ervaren. Nora vertelde over een moment van haar, Jared een van hem en ik vertelde over jou. Toen stopte Nora ons midden op straat en zei: ‘We need to send Bart some love and support for his onward journey to the other side, and ask that he provides us guidance.’ We stonden stil in het midden van dat smalle straatje, legden onze handen op elkaar, sloten onze ogen en toen sprak Nora hardop onze steun aan je uit. Als een soort niet religieus gebed. Heel speciaal. Hoe vaak ben je op een plek waar volkomen onbekenden zo mooi menselijk met elkaar kunnen zijn op zo’n moment? Bart was er misschien niet maar er wel bij. Ik heb toen een stukje van mijn geweten naar hem vernoemd, namelijk dat stukje dat me een zetje geeft als ik even aan het trutten ben.

Intussen was het stil.


Ver voorbij Lissabon, op 19 november: ‘Ping!’

Hi Marcel,

Krijg nog steeds positieve reacties op het interview. Het is een mooi document geworden, dank daarvoor. Nooit gedacht dat het zo’n impact zou hebben. Het gaat steeds minder. Coördinatie slechter, lopen gaat niet meer dus steeds meer rolstoel. Hoofdpijn onderdrukken met steeds meer medicijnen. Doel is nu Kerst te halen. Hebben we dat gehaald dan ga ik voor Oud en Nieuw.

Hoop dat je mooie verhalen meeneemt uit Lissabon.

Hartelijke groet,

Bart

Ja, Lissabon was goed. Verhalen die Bart te gek had gevonden. Aan een stuk door. Gesprekken waarbij je je in de tijd verliest en je pas na de tijd voorstelt in plaats van andersom. Maar allemaal minder belangrijk dat Bart die ontmanteld werd. Ik hoorde af en toe van Eric hoe het ging. Of hoe het dus steeds minder ging.


Telefoon.

‘Met Eric, heb je het al gehoord?’

Ping.

Dag Marcel,

Hier Ada, vrouw van Bart Vlaanderen. Bart is donderdagavond
23.59, nog net op zijn geboortedag, overleden en vertrokken op zijn grote reis naar het onbekende. We hebben ontzettend veel positieve reacties op jouw interview met hem gekregen. Is een prachtig document geworden en dat ook andere weer helpt in vergelijkbare situaties. Dank daarvoor. Liefs en groet,

Ada

Eric vertelde bij het afscheid van Bart dat hij in plaats van een toespraak houden, hij niet de bedoeling had dat te doen. Dat hij een heel ander plan had bedacht. Toen in juni de diagnose kwam dat Bart was uitbehandeld had hij bedacht dat het toch niet zo kon zijn dat zijn gedachten goed zomaar zou verdwijnen. Hij had me daarom benaderd om Bart antwoord te laten geven op de centrale vraag van Happyplaces: ‘Hoe maak jij ruimte?’ Dat leek hem een geweldige manier om zijn gedachten over het vak vast te leggen. Dat het helemaal niet bleek te gaan over zijn denkbeelden over het vak, maar ging over de ruimte en de tijd die hij nog had en hoe hij daar tegenover stond veel beter was. Omdat het iets verwoordde wat nog maar nauwelijks verwoord is, waar Bart wat bouwstenen aan heeft bijgedragen. Troost en betekenis gaf aan zijn laatste maanden, weken, dagen.

Wat Bart zei: er is altijd ruimte voor mooie momenten. Mijn ontmoeting met Bart heeft er veel veroorzaakt. Ik kwam laatst een leuk kaartje tegen met de tekst: ‘Laten we samen nieuwe herinneringen maken.’ Ik heb er drie gekocht, die hangen als herinnering in de woonkamer en kinderkamers naast dat we hebben afgesproken dat we dat samen zoveel mogelijk doen. Liever mooie momenten dan dingen en spullen. Mooie momenten maken mooie herinneringen.

Dank je Bart.

Happyplaces Stories

A library of perspectives from the Happyplaces Project, a playful research project to better understand all dimensions of space to eventually create happy places.

Marcel Kampman

Written by

Owner at Happykamping, astronaut at Happyplaces Project.

Happyplaces Stories

A library of perspectives from the Happyplaces Project, a playful research project to better understand all dimensions of space to eventually create happy places.

Welcome to a place where words matter. On Medium, smart voices and original ideas take center stage - with no ads in sight. Watch
Follow all the topics you care about, and we’ll deliver the best stories for you to your homepage and inbox. Explore
Get unlimited access to the best stories on Medium — and support writers while you’re at it. Just $5/month. Upgrade