Illustraties: Tsjisse Talsma

Vooruit!

In de serie ‘Changing Jobs’ voor Fontanel — deel 4 van 4

Geschreven voor Fontanel in de serie Changing Jobs. Eindredactie: Rens Peters.

In het eerste deel schreef ik over Barbapapa worden; diepe én brede kennis en skills verwerven zodat je je makkelijk kunt aanpassen aan elke nieuwe situatie. In het tweede deel schreef ik over hoe je je eigen school kunt zijn, hoe je kunt werken aan je telkens verversende kennis. Veelal door te dóén, door te blijven bewegen, in de vorm van projecten met maximale ruimte om te spelen en onderzoeken. Die daardoor bijdragen aan hoe mensen je zien en waarvoor ze je mogelijk benaderen. En in het derde over je houvast vinden in beweging. Hoe ik door te blijven bewegen mijn houvast houd.

Het eind van het jaar vind ik altijd maar een gekke periode. Omdat de kalender het zegt, zit iedereen een beetje in een gekke stand. Iedereen is in gedachten druk met plannen om leuke dingen te doen, maar toch moeten eerst andere dingen per se af. Er lijkt geen deadline zo strak als de jaarwisseling en we hangen er dus ook van alles aan op. Resultaten, voornemens, terugblikken. Het is hét moment om te reflecteren, de thermometer in de dingen die gebeurd zijn te stoppen, het geheugen te wissen, te resetten en opnieuw te beginnen. Om vervolgens alle goede voornemens waar te gaan maken.

“Ik neem me nooit meer wat voor, maar plan het in. Want dan is het geen vraag meer of het gaat gebeuren — dan gaat het gebeuren”

Want voornemens zijn ook makkelijk. Net als ideeën. Ze hebben dan. Ze waarmaken niet. Ik was begonnen met het schrijven van dit artikel als finale — het afsluitende stuk van de serie van vier, terugblikkend op 2017. Totdat we besloten het pas in januari te gaan delen. Zo makkelijk gaat dat, als je niet uitkijkt, ook met voornemens. Gewoon fijn vooruit schuiven in tijd. Kan nog wel, komt nog wel een keer, komt niet goed uit nu, ben te druk, moet nog zoveel andere dingen doen, ben niet in de stemming — allemaal prima redenen. Maar het simpele is ook, dat als je niks doet en alleen maar plannen hebt, er niets gebeurt en je alleen maar met een gevoel van ‘dingen moeten doen’ blijft zitten en aan het eind van het jaar nieuwe plannen maakt voor het volgende. Dus ik neem me daarom nooit meer wat voor, maar plan het in. Want dan is het geen vraag meer of het gaat gebeuren — dan gaat het gebeuren. Dan moet ik wel bewegen.

Zo heb ik voor mijn eigen schoolproject ‘Happyplaces’ inmiddels weer een boel nieuwe afspraken ingepland om te filmen. In Nederland, maar ook in Marrakech eerder in januari, in Denemarken/Zweden in maart, in Hong Kong in april en Vancouver in de zomer. En heb ik ook met Tsjisse Talsma (de man van de plaatjes bij mijn Fontanel-praatjes) afgesproken te werken aan het boek voortkomend uit Happyplaces. Superspannend, superveel werk, superveel zin in.

Gaat het dan allemaal zo makkelijk en soepel? Haha, nee. Helemaal niet. Afgelopen weken heb ik verschrikkelijk veel last gehad van gebrek aan focus. Voor de Mac-gebruikers: zeg maar zo’n toverbal op je scherm, maar dan in het hoofd. Nu, na twee weken offline te zijn geweest — waarvan een in Marrakech — is er weer volop goede zin en hebben hoofd, zin en handen weer communicatie met elkaar. Ik werk aan een aantal heel mooie opdrachten waarmee we de wereld daadwerkelijk een beetje mooier, bruikbaarder, begrijpelijker maken. Maar tegelijkertijd zit er ook een patroon in een aantal gesprekken die ik had afgelopen tijd. Gesprekken waarin telkens weer mijn rol ter discussie komt; de zowel professionele als creatief strateeg en strategisch creatief versus de vanger, vatter, vertaler, verbeelder en veroorzaker.

“Dingen helder zien als je er middenin staat is voor iedereen moeilijk”

In die eerste rol ligt de focus voornamelijk op reageren op een vraag, een ‘issue’. Waarbij ik mijn hoofd, skills en kennis van de wereld inzet voor het maken van oplossingen. Waar je vaak de deeltijd-externe bent die de zelfgeproduceerde spaghettichaos van een organisatie meehelpt ontwarren en weer opnieuw in elkaar helpt passen, kijk je nu met de frisse ogen van een buitenstaander, en voegt er vervolgens wat aan toe. Doordat je op meer plekken komt, in meer keukens kan kijken. De luxe van de projectnomade. Dingen helder zien als je er middenin staat is voor iedereen, hoe goed en geniaal iemand of een organisatie ook is, moeilijk. En omdat ik dan ook nog aardig vaardig ben in verbaliseren in woord en beeld, kun je bijdragen aan een gezamenlijk gedragen idee, beeld, verwachting van iets. Waar ik in het eerste deel al wat over schreef.

In het tweede is het anders. Dat tweede is voornamelijk Happyplaces als project. Alles dat moet in het eerste, doe ik niet daar. Geen deadlines, geen aannames, niks van dat. Maar tegelijk gebeurt daardoor veel. En daarover had ik een aantal gesprekken. Met iemand met wie ik werk die me verwijt dat ik er te weinig mee doe. Met iemand die ik ontmoette tijdens een bijeenkomst en bij de tweede ontmoeting dit ook het onderwerp werd. En bij iemand waar ik heen ging om haar te filmen, wat uitmondde in een wederzijdse reflectie, maar ook weer hier met ongeveer die conclusie. Hier sta ik zelf middenin, hier zien anderen mijn spaghettichaos en geven daar hun visie en feedback op. Dus daar denk ik over na nu. Wat te doen, welke vorm, wat moet het zijn, wat moet het worden? Of misschien is het al iets.

“Door zo’n week weg zijn in een vreemd land, onderscheid je alles dat belangrijk leek (maar niet was) van waar het wél om gaat”

Het verschil tussen lijken en blijken. Zolang iets lijkt, kan van alles nog. Als het blijkt, is het duidelijk. Daarom is focussen op de dingen die moeten, het creatieve werk naar aanleiding van een vraag, nu wat tricky. Daar vol gas op geven, dat is altijd makkelijk. Maar dat kost intussen ruimte voor het andere. Tussentijd, zoals die gekke eindejaarsperiode is daardoor altijd wat ontregelend. Dan is er meer tijd om gedachten te laten rondwaren, totdat in januari iedereen weer volle bak aan het werk is en het ritme weer meer bepaald wordt door de agenda. Dus daarom heb ik alvast die afspraken ingepland. Zo blijf ik in het ene én in het andere.

Wat ook opmerkelijk is, is dat in zo’n periode van tussentijd, wanneer je even niks doet er ondanks dat of misschien wel dankzij, een heleboel gebeurt. Terwijl ik fijn aan het worstelen was met een soort van schuldgevoel over wat ik eigenlijk aan het doen zou moeten zijn en intussen niet deed, kwamen er vanuit meerdere kanten mooie aanleidingen en mogelijkheden voorbij om te gaan verkennen de komende periode. Tegelijk werkt die tijd als een zeef. Door zo’n week weg zijn in een vreemd land, onderscheid je alles dat belangrijk leek (maar niet was) van waar het wél om gaat. Dat is niet alleen de vitamine D van de zon, maar ook alle andere impulsen, gekkigheid en perspectieven die je intussen opdoet.

“Doe goed. Maak mee. Sta open. Luister echt. Zie scherp. Blijf bewegen. Deel gul. Heb lol. Hou je vast. Kijk goed uit”

En palmbomen zien bij het wakker worden helpt natuurlijk ook. Marrakech klink al snel exotisch, maar je bent ook gelijk in Afrika en dat besef je pas als je er bent. De geur is een mix van uitlaatgassen, eten en allerlei pufjes. De drukte is groot, alles komt van alle kanten. Mannen die karren trekken met kleden erop, onderweg naar het grote plein tussen de souks waar alles wat je verwacht er ook is: drukte, schreeuwende mannetjes, fluitende mannen die slangen bezweren. Apen aan halsbanden die op commando salto’s maken. Henna tattoo-dames. Brommers, brommers, brommers. Taxi’s. Karren getrokken door ezels. Snellopende sigaret rokende Marokkaanse mannen. Mannen in gewaden, vrouwen in gewaden. Veel mannen hebben een soort jurk aan met een soort puntmuts erop aan een stuk. Vrouwen wisselend van helemaal verstopt, behalve de ogen tot alleen hoofddoek, tot westers. Maar voornamelijk veel mannen. Het is allemaal heerlijk hectisch dat Marrakech, voor alle zintuigen. Een berg hectisch geluid, geur, kleur en mensen komt je tegemoet.

Terwijl we al wandelend verdwaalden in de souks, liepen we langs een man die in zo’n steegje zat; gehurkt, getekend, stoffig, grijs haar en grijs van het stof. Hij zag mijn zoontje Wout, die zijn oranje Nederlands elftal shirt aan had. Dat zet bij mensen blijkbaar een knopje om, waardoor ze namen van Nederlandse voetballers op gaan noemen. Zo ook bij deze man. Wout bleef staan en toen zei de man in zijn beste Engels, waarbij hij ook emotioneel werd en Wout naar zich toe trok: “He is an angel!” Wout liet het gebeuren. De man pakte hem goed vast, gaf hem een knuffel en daarna een dikke kus op zijn wang. Waarna hij zei:“Hij is een engel. Want in zijn hart weet hij dat ik een goed mens ben. Daarom staat hij dit ook toe. Hij is een engel.” Wout bleef heel relaxed, lachte naar de meneer die zichtbaar heel erg geraakt was. Dat was een heel bijzonder mooi menselijk momentje. Waar het even heel erg alleen maar ging om alleen maar dat; een jongetje als mens die een vreemde meneer in een vreemd land gewoon ziet als mens. Prachtig oprecht.

Ik wens jullie een mooi jaar. Doe goed. Maak mee. Sta open. Luister echt. Zie scherp. Blijf bewegen. Deel gul. Heb lol. Hou je vast. Kijk goed uit.


One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.