Dé oplossing, of een kansrijke oplossingsrichting?

Een week geleden heeft de vrijdaggroep zich intensief gebogen over hun vraagstukken. Is dit het urgente vraagstuk waar wij ons de komende week mee bezig gaan houden? Of ontdekken we nog een diepere laag waar we eigenlijk mee aan de slag moeten gaan? Dit is soms een lastig proces; net als je denkt klaar te zijn, word je door een gesprek of een inzicht toch weer een andere kant op gestuurd. Het is natuurlijk fijn om een helder kader te hebben waarmee je echt aan de slag kunt.

Nu is dit vaak gemakkelijker gezegd dan gedaan, bij complexe vraagstukken zoals die van de Safari. Daar zijn de kaders vaak niet helder, en blijkt het vraagstuk niet voor iedereen zo vanzelfsprekend te zijn als het op het eerste oog lijkt. Juist daarom besteden we hier zoveel aandacht aan. Noem het de diagnosefase.

Prototypen
Op dag twee is het hernieuwde vraagstuk het vertrekpunt voor de groepjes. Via diverse protoypes van mogelijke oplossingsrichtingen probeer je, samen met je eindgebruikers, meer informatie over kansrijke oplossingen te verzamelen. Deze methodiek komt oorspronkelijk uit de designwereld. Het uitgangspunt hierbij is dat je zo, op een snelle, tastbare manier meer te weten komt over de ideeën die je hebt geformuleerd rondom je product of, in ons geval, het vraagstuk.

Deze werkwijze is voor velen nieuw, en levert de nodige vragen op. Voor ons als begeleiders zijn dit de mooiste momenten, omdat je het leerproces voor je ogen ziet voltrekken. We merken dat enkele groepjes de opdracht van vandaag anders interpreteren dan wij bedoelen. In plaats van diverse, uiteenlopende oplossingsrichtingen te verkennen focussen sommige groepjes zich op het doorontwikkelen van één mogelijke oplossing.

Dit is een herkenbare reflex. Vaak is het idee, ook buiten het onderwijs, dat een oplossing volgt uit een grondige analyse en het schrijven van een plan. Het eindproduct van dit plan is de oplossing voor het desbetreffende probleem. Echter, dit blijft vaak een papieren werkelijkheid. Wanneer de oplossing daadwerkelijk wordt geïmplementeerd, loop je vaak tegen allerlei onvoorziene zaken aan waar je geen rekening mee hebt gehouden. Kort door de bocht: je hebt veel tijd en energie verloren, en moet weer een stapje terug doen.

In de Safari-methodiek proberen we de ‘planreflex’ te onderdrukken. In plaats van een degelijke analyse vragen we deelnemers gelijk de actie in te gaan. Betrek je stakeholders (zoals geformuleerd in de Rich Pictures) gelijk bij het in het klein uitproberen van een aantal ideeën. Het leuke hierbij is om breed te denken en verder te kijken dan je eerste indruk. Zo leer je in een vroeg stadium hoe, en waarop je kunt bijsturen. We werken geen oplossing uit die helemaal af is, maar leren over de kansrijke elementen vanuit diverse oplossingsrichtingen door deze in het klein met een aantal betrokkenen uit te testen. Je blijft dus continu in een reflectieve diagnosefase.

Zo zagen we dan een probleem rondom een leerlijn in een groep in eerste instantie werd aangepakt door deze leerlijn te verbeteren. Na doorvragen bleek er ook een eilandcultuur op school te bestaan, waardoor iedere leerkracht op zijn eigen manier lesgaf zonder dit onderling uit te wisselen. Hierdoor was de leerlijn bij voorbaat al mislukt, hoe doordacht je deze ook uitwerk. Wellicht is het veel kansrijker om in dit probleem op zoek te gaan naar manieren om de eilandcultuur te verbeteren!

Het leerproces van de deelnemers van de Safari is dus het primaire doel, en niet direct het oplossen van het probleem voor een school. De casus is het middel waarmee deelnemers werken. Uiteraard biedt de Safari alle kansen om deze vraagstukken uit te diepen en een stapje verder te brengen. Wat de groepjes leren over het prototypen en uitproberen zullen zij op dag drie omzetten naar adviezen voor de scholen die het vraagstuk hebben ingediend. Dit advies gaat dus over welke oplossingsrichtingen kansrijk zijn om verder te verkennen, en niet zozeer over de implementatie van een uitgewerkte oplossing. Uiteraard zijn we ook benieuwd hoe de deelnemers zelf dit leerproces hebben ervaren.

Tot morgen!

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.