Stop met blind handelen en denk

Doen doen doen. Dit is waarop de klemtoon ligt in onze hedendaagse maatschappij. Geen tijd voor theorie, geen tijd voor denken: actie is de heilige graal. Als psycholoog is dit voor mij dagelijkse kost. Patiënten komen binnen met symptomen, vragen om symptomen te behandelen en de therapeut antwoordt vaak op dito wijze met, inderdaad, het behandelen van symptomen. Vreemd is dat enkele maanden na de behandeling, diezelfde patiënten opnieuw terugkomen met een hele resem aan nieuwe symptomen. Het enige wat constant blijft, is diezelfde vraag naar ‘actie’ jegens de persoon van de psycholoog. Het probleem is dat psychotherapie lang niet meer lijkt op wat het zou moeten zijn, maar verandert in een praktijk die we beter kennen onder de naam ‘brandjes blussen’. Op die manier verliest men helaas maar al te vaak het oog op ‘the bigger picture’. Door het direct optreden en triviaal uitvoeren van acties vergeet men namelijk het meest cruciale dat prior staat aan elke vorm van (be)handelen: het denken. In plaats van louter symptomen te elimineren, laat ons inderdaad misschien eens beter focussen op een reflectie rond wat die problemen in eerste instantie tot stand heeft gebracht.

Ook in de academische wereld vindt men dit fenomeen terug. De klemtoon ligt hier vooral op uitvoerend onderzoek waarin zoveel mogelijk gegevens worden verzameld om die vervolgens op de meest statistisch hoogstaande wijzen te verwerken en te rapporteren. Doen doen doen, opnieuw is dit het waarrond alles draait. Geen tijd voor theorie, geen geld voor conceptueel onderzoek, alle subsidies gaan naar empirische studies waar op de meest banale manieren data wordt gedestilleerd tot een aantal grafieken en tabellen die zonder verder kritisch denken moeten worden afgelezen. ‘Empirisch accuraat zijn’ staat hier centraal, doch ken ik geen discipline die minder empirisch accuraat is dan de psychologie. Het feit dat men in een recente poging om 100 psychologische studies te repliceren, vond dat in 66% van de gevallen dezelfde resultaten niet konden worden bekomen, spreekt voor zich. Ik pleit daarom voor het zetten van grote vraagtekens bij heel deze redeneerlijn van het blind ageren en handelen. Het moment is aangebroken om over te schakelen tot een kritisch nadenken dat het handelen niet langer zo maar als gratuit aanneemt.

Dat het een probleem is dat zich niet alleen beperkt tot de psychologie is voor mij eveneens duidelijk. Kijk bijvoorbeeld maar naar het domein van armoedebestrijding. Ook hier ligt de nadruk op het zo snel mogelijk handelen: broden verzamelen, geld ronselen, voedsel inzamelen, kleren bijeenbrengen… allemaal om zo snel mogelijk af te geven aan de armen. Met bewonderenswaardige (maar verkeerd gerichte) intenties neemt men de verantwoordelijkheid op zich om het kwade rondom zich te remediëren en armoede zo te bestrijden. Het probleem is echter dat al deze remedies de ziekte helemaal niet genezen. In tegendeel zelfs, ze houden het alleen maar in stand. De werkelijke klemtoon dient namelijk niet te liggen op het bestrijden van de symptomen (armoede als symptoom van een disfunctionele maatschappij), maar wel op het construeren van een samenleving op dergelijke basis dat armoede in eerste instantie onmogelijk wordt (begrijp mij niet verkeerd: tot de tijd dat dit ook effectief gebeurt, is liefdadigheid een absolute noodzakelijkheid). Dit impliceert dat men minstens voor even zijn ambitie van het nodeloos handelen opzij dient te zetten en plaats moet maken voor een kritisch en behoedzaam denken. Is dit niet waar het motto van onze universiteit (UGent) voor staat: ‘Durf Denken’? Wel, denk dan!

Junior Ingouf (22) behaalde zijn Master diploma in de klinisch psychologie met de grootste onderscheiding. Gedurende zijn opleiding liep hij stage in Community Housing and Therapy (CHT), een verzameling van therapeutische gemeenschappen gevestigd in London, waar de klemtoon voornamelijk op de behandeling van psychose ligt. Tot op heden is hij als doctoraatsonderzoeker verbonden aan de vakgroep Psychoanalyse en Raadplegingspsychologie (Universiteit Gent). Zijn onderzoeksinteresses situeren zich voornamelijk rond post-structuralistische filosofie en de implicaties van deze denkkaders op het domein van de psychiatrie.