russian agit prop train

Dirk Polak

Suicity 4 (een surrealistisch feuilleton, met medewerking van Hidde de Vries) 



4

Ducasse sliep onbepaald lang en droomde in het Spaans, wat opmerkelijk was omdat hij die taal niet beheerste. ‘De Dictator’ zou wel eens uitkomst kunnen bieden één en ander te verklaren en dan met name het ingebouwde audio gedeelte, dat echter nog in een premature fase verkeerde, waardoor de optie verviel; een acute doofheid bij Gordolev had de ontwikkeling vertraagd, maar de realisering zou niet lang op zich laten wachten, dat had hij plechtig beloofd.

Het ontwaken verliep traag en Ducasse besloot het gegeven voor het ogenblik te laten schieten; hij zou er later wel op terug komen. Nu had hij andere zaken aan het hoofd. De audiëntie bij Vogue-face bijvoorbeeld, waar hij de aanschaf van de anagraaf veilig moest stellen tijdens een feestelijk maal. Ducasse werd opgehaald door Odessa in een loodgrijze geblindeerde mini met een ossenbloed rood dak. Zij was de vertrouwelinge van Vogue-face en tevens hoofd van het onderhoudsteam van ‘Droomoord’, zoals het landgoed heette waar de jonge weduwe resideerde en dat zich over een ruime honderdvijftig hectare uitstrekte. Haar stuurmanskunst stak de capriolen van de Sfinx naar de kroon in de kolkende agglomeratie, maar zij schakelde onnavolgbaar over naar het geluidloos glijden van de limousine toen de eerste velden zich aandienden, die in een ritmische cadans de redelijke duur van de afstand verdeelden. Plotseling draaide Odessa een gemetselde poort van baksteen met smeedijzeren hek in en vervolgde haar weg over een lange majestueuze laan die werd gekaderd door kastanjebomen. Aan het eind van de florale tunnel verhief zich met enig geraas een fontein, die een monogram schreef van haar ontwerper Jasz. Achter het fijnmazig watergordijn doemde een adellijke villa op, met een golfslagbad in de catacomben, een respectabel aantal gastvertrekken op de eerste verdieping en ateliers op het noorden van de zolder. Aan de westzijde bevond zich het terras dat uitzicht bood op een aantal tennisbanen van paars gravel. De welig tierende mimosa en wolfskers op het complex completeerden de eigenzinnige kleurschakering, die een aanslag van dodelijk ernst deed op het gemoed. Vogue-face begroette Ducasse met het welbekende linkshandige saluut in de marmer betegelde hal en stelde hem onmiddellijk voor aan Buenaventura, een traditionele huurling die op doorreis was en een jeugdkameraad van haar overleden man.

Zij begaven zich naar de gemoedelijke zitkamer waar zwarte thee werd geserveerd met petit–four en een keur aan handgemaakte pralines die ‘hemelse stenen’ werden genoemd. Het gezelschap vermeerderde met een andere logee, Walter Holdsock, een voormalig Kanaalzwemmer, die zich had opgeworpen als schermleraar van Vogue-face, die op de floret werkelijk excelleerde. Het was een goed bewaard geheim dat de adembenemende gastvrouw over wel meer gaven beschikte van uitzonderlijk gehalte, waar ze eigenlijk nauwelijks gebruik van maakte. Tijdens de luchtige conversatie legde Holdsock Ducasse uit wat voor preparaties tot een recordpoging nodig waren om het Kanaal over te zwemmen, terwijl Vogue-face zich in het Spaans onderhield met Buenaventura.

Toen begreep Ducasse dat hij de huurling al eerder had gezien en wel in zijn jongste droom! Alvorens aan tafel te gaan volgde een korte bezichtiging van de kapitale villa. De bibliotheek kwam Ducasse direct al bekend voor; het was dezelfde die hij op schaal bij de presentatie van Suicity had gezien! Een theaterzaal die met enkele ingrepen was om te toveren tot een galerie, studeerkamer met gecapitonneerde wanden, volgden gelijkvloers en het geheel deed Ducasse onwillekeurig denken aan Cluedo, het gezelschapsspel waar een moord diende te worden opgehelderd middels drie bewijzen: 1. Dader, 2. Wapen, 3. Locatie.

Alle gastvertrekken, alsook de privé vertrekken van Vogue-face bevonden zich dus op de eerste verdieping. De zolder was verdeeld in vieren. Als gezegd ateliers op het noorden, schermzaal zuid, westelijk een terras en ten oosten de energiebronnen die Droomoord draaiende moesten houden.

Het menu ging in een vijftal gangen en betrof variaties van de eend als soep, mousse, paté, vlees en vliezen; truffel diende als ideale verbinding van hartig naar zoet.

Zonder het onderwerp maar te hebben aangeroerd, werd Ducasse een beurs toegeschoven die voldoende de kosten dekte tot aanschaf van de anagraaf. Vogue-face stelde voor de benen te strekken en het landgoed te verkennen, waarop de verstijfde ledematen zich in beweging zetten. Opvallend was de tred van Jasz, die zich had aangesloten. Zijn stappen waren zelfverzekerd, soepel. Alsof de aarde pas draaide onder zijn voet.

Eerste oponthoud na veel brem en ligusterhagen was Paviljoen 1, een architectonisch waagstuk uit de koker van onze stoere wandelaar. Hij ging als eerste naar binnen en joeg in één machtige beweging de in het plafond gepositioneerde sensoren met een lieflijke samenvoeging van zijn handen aan, waarop verschillende apart gekleurde lampen van kraalformaat werden ontstoken. Ducasse weekte sloom los van de troep en begon zijn eigenzinnige exploratie van het paviljoen met een breed titanium paneel dat zich naast een tot het plafond reikende glazen kast bevond. Hij bezocht het merendeel van de toetsen met zijn blik en merkte op dat een aantal bekleed was met een reliëf schrift. Het gloednieuwe orkest van meedogenloze apparatuur kwam zonder de monnikachtige mijmering van kwetsbare ventilatoren tot leven en wikkelde de gasten in een cocon van repeterende aanbiedingen.

Als gecentrifugeerd verlieten zij één voor één het centrum, uit het lood geslagen voor een moment, maar met een gewassen geest die niet zomaar verklaarbaar was, waarbij de vertrouwde zuurstof die de omringende natuur afgaf een niet te onderschatten rol speelde tot hernieuwde frisheid. Paviljoen 2, opnieuw aan technocratisch vernuft ontsproten, was een soort opslag- annex werkplaats, waar de demontabele staat van het exemplarisch station direct in het oog liep en wat later de locomotief en zijn wagon tevoorschijn kwamen vanachter een stapel rails, die willekeurig te verleggen was door een centraal geleid systeem dat zich in Paviljoen 1 bevond.
Vrouwelijke mecaniciens waren in een koortsachtige bedrijvigheid gewikkeld, in vakmanschap verpakte actie die onpeilbaar was. Voor de automatische piloot was hier geen plaats, zo veel was duidelijk; de passie droop van hun tenue.

Onder de indruk verliet het gezelschap, waarvan Odessa en Jasz zich hadden losgekoppeld, de ruimte en stapte in het duister van de gevallen nacht. Voor een bezoek aan Paviljoen 3 restte geen tijd meer dus slenterde men terug naar Droomoord, waar Vogue-face Ducasse een kamer aanbood om van de belevenissen bij te komen. Odessa zou hem de volgende dag terug brengen naar de stad per mini, of misschien zou het traject wel afgelegd kunnen worden met de trein, om te bewijzen dat het spoor zo organisch in het landschap te vlijen was, dat geen mens er iets van merkte. In elk geval nam hij afscheid van Buenaventura en Walter Holdsock, rookte zijn pretsigaret zoals Vogue-face haar sigaar in het klimaat gestuurde deel van de studeerkamer en trok zich terug op de hem toegewezen kamer na de innemende gastvrouw oud-hoffelijk zijn erkentelijkheid te hebben bewezen.

Tussen het pluche en verloren gewaande accessoires in het flink bemeten vertrek, mijmerde Ducasse over de bindende impressies die hij in Droomoord had opgedaan en de ermee verweven ongemeen en onbedoeld sterke indruk die Odessa op hem had gemaakt, voor hij in een risicoloze slaap viel. Hij werd gewekt door iemand die hij herkende als één van de ‘mecaniciennes’ uit Paviljoen 2. Zij gidste hem door het uitgestorven huis naar het bordes, waar de lok en zijn onafscheidelijke coupé al op hem wachtten, klaar voor vertrek. Het zakelijk interieur deed Ducasse denken aan de agitprop treinen van de bolsjewieken. En inderdaad scheen de route van het spoor geruisloos in het landschap gevoegd; leek het zelfs heel gewoon dat het exemplarisch station verrees pal naast de voordeur van Ducasse’s appartement, waar hij werd verwelkomd door Czar in tweetonig grijs, die hem een belangrijke mededeling had te doen.


Dirk Maurits Polak (1953) is een fenomeen in de culturele scene van Amsterdam, een rasmuzikant én een rasverteller. Polak groeide op tijdens de Europese wederopbouw in het levendige Amsterdam van de zestiger en zeventiger jaren. Hij was frontman van de spraakmakende, in het alternatieve circuit opererende groep Mecano, vernoemd naar het in 1901 gepatenteerde speelgoed Meccano, waarvan één c werd geofferd omwille van eventuele strafvervolging. Het was ook de titel van zijn muzikaal egodocument in boekvorm. Polak is vader van twee kinderen, een zoon en een dochter, en is behept met zowel de signatuur van rebels beminnelijke authenticiteit, als met de sporen van een gelaagd leven zonder al te veel concessies.

Email me when Verhalen & poëzie publishes stories