Ferry moest de oplossing gaan worden.
Ferry was niet goedkoop. Dat was vervelend, maar als je zoveel problemen oploste als Ferry dan was het niet meer dan logisch dat je daar een fikse prijs voor moest betalen.
Ferry loste om te beginnen het probleem op dat nog weinig kijkers de zender kenden. Zodra ze Ferry onder contract hadden staan en dat wereldkundig werd gemaakt, kon je er zeker van zijn dat de zender in één klap een bekend fenomeen zou zijn. En niet meer ergens in de achteraf steegjes van miljoenen hersenpannen zou figureren, maar zou verhuizen naar één van de centrale pleinen.
Overal waar Ferry verscheen of zijn naam werd gefluisterd, ontstond er iets. Zo op de man af gevraagd zou hij niet eens weten wat Ferry nou precies veroorzaakte en waarom uitgerekend Ferry die voortdurende en niet te stillen aandachtsstroom achter zijn kont had hangen.
Maar goed, de statistieken logen nu eenmaal niet.
Als Ferry een scheet liet, dan begon iedereen zowat te gillen om de geur ervan zo vers en indringend mogelijk te kunnen inhaleren en zelfs het afstandelijke journaille, dat stiekem neerkeek op een sympathieke duizendpoot als Ferry, deed zijn uiterste best om zodra men wist dat Ferry iets nieuws ging doen, een volgende stap in zijn carrière ging maken, op de eerste rij te zitten.
Want zij die zwegen over Ferry konden feitelijk niet zeker meer zijn van hun eigen bestaan.
Wie Ferry links liet liggen of te laat op hem reageerde, deed er niet meer toe.
Dat was zo’n beetje de situatie.
De kracht van Ferry was, hoe dan ook, dat hij ondanks al die opwinding rond zijn persoon geen enkel signaal afgaf waaruit bleek dat hij zich van zijn positie bewust was. Ferry straalde nog evenveel kinderlijk enthousiasme uit als toen het publiek hem, ruim vijf jaar terug, voor het eerst van een glinsterende trap af zag dribbelen en als een aimabele showmaster leerde kennen. Zijn ogen twinkelden tegenwoordig nog even helder. Zijn lach was tegenwoordig nog precies even gul en gemeend. Zijn lichte tred tegenwoordig nog exact even zorgeloos. Zijn vermogen om alles met alles te verzoenen en de suggestie van unanieme vrede op aarde avond na avond nieuw leven in te blazen, bleef ronduit verbluffend.
Ferry, het onstuitbare zondagskind.
Hij kon bijna niet wachten op het moment dat Ferry voor het eerst live op de zender zou verschijnen en hij, de volgende dag, de exploderende grafieken via zijn laptopscherm aangereikt zou krijgen. De nerveuze en valiumpillen slikkende schuiver met programma’s, die hij nu nog was, zou definitief verdwijnen. Daarvoor in de plaats kwam de visionaire zenderbaas, die de ene na de andere adverteerder mocht begroeten en met Ferry in zijn achterzak ongeveer elke prijs kon vragen.
Nog vijf minuten. Dan zou Ferry tegenover hem zitten.
Hem was door zijn ‘Director Content’ ingefluisterd Ferry tijdens de aankomende plechtigheid alsjeblieft niet meteen lastig te vallen met programmavoorstellen. Want Ferry was een jongen die creatieve vrijheid hoog in het vaandel had staan en, alweer volgens ‘Director Content’, zenuwachtig werd wanneer hij het gevoel kreeg in een bepaalde hoek te worden geduwd. Ferry scheen een broertje dood te hebben aan vergaderen en al zijn successen, beweerde iedereen, waren te schrijven op het conto van zijn ‘spontaniteit’. Juist met die eigenschap scheen hij de vonkenregens richting massapubliek tot grote hoogten te brengen.
Als Ferry na het zetten van zijn handtekening maar niet eiste dat hij om half twee ’s nachts een magazine over vogelbekdieren of uitstervende grassoorten mocht gaan presenteren. Hoe spontaan zo’n idee ook bij de grote Ferry opkwam.
‘De delegatie is binnen,’ meldde de telefoniste en terwijl hij onder het bureau met zijn ene hand een vuist maakte, bleef zijn stem kalm en zei bijna lijzig: ‘Oké, laat ze maar doorlopen.’
Eén minuut later keek hij tegen drie heren aan, keurig in pak, grijs bij de slapen, die zich achtereenvolgens voorstelden als Ferry’s persoonlijke assistent, Ferry’s juridisch adviseur en Ferry’s zaakwaarnemer.
‘Ferry is er niet,’ sprak zijn zaakwaarnemer na het handen schudden met een onmiskenbaar gevoel voor urgentie bij de tegenpartij. ‘Ik moet hem verexcuseren. Het afgelopen tv-seizoen heeft Ferry meer uitgeput dan hij zelf wil toegeven. Honderd vijftig keer bij mensen aanbellen en telkens opnieuw een inspirerend gesprek op touw zetten, desnoods over opblaaskrokodillen of hinderlijk hondengeblaf, gaat je niet in de koude kleren zitten. Op ons advies heeft hij er dan ook een extra weekje op de Malediven aan vastgeplakt.’
In één adem deelde Ferry’s zaakwaarnemer mee dat Ferry deze delegatie volledig gemachtigd had om het contract bij de zender te bekrachtigen en dat hun handtekeningen derhalve van precies evenveel gewicht waren als Ferry’s eigen krabbel. De zaakwaarnemer overhandigde hem een document waarop dit — inderdaad, met een digitale hanenpoot van Ferry — zwart op wit werd bevestigd.
‘Pas als Ferry helemaal uitgerust is en niets aan zijn kop heeft, is hij in staat voor de volle honderd procent de Ferry te zijn waar we allemaal van houden en waar uw zender graag de vruchten van wil plukken,’ sprak zijn persoonlijk assistent. ‘Vandaar ons advies aan Ferry nog even volop van zijn rust te genieten.’
Iets in hem wilde op een kiezelstrand een paar joekels van stenen oprapen en die met een keiharde rotvaart tegen de hoofden van de delegatieleden aan gooien. Hij hield zich echter in, verzocht hen te gaan zitten en haalde het te tekenen contract uit zijn bureaula. ‘Alles goed met Ferry?’ vroeg hij op meelevende toon aan het bezoekende trio.
‘Waarschijnlijk ligt hij languit op een bank met een console in zijn knuisten,’ glimlachte de assistent.
‘Urenlang te gamen. Ach… dat is nu eenmaal zijn verzetje. Vraag ons niet naar de reden. Zo is Ferry nu eenmaal: privé een monomane mafkees die tot drie uur ’s nachts probeert duizenden vogeltjes uit de lucht te knallen om een hoger level te bereiken, in het openbaar een veelzijdige en attente allemansvriend, die camera’s betovert en miljoenen kijkers voor zich inneemt.’
Dit antwoord stelde hem op de één of andere manier gerust. Hier waren overduidelijk Ferry’s intimi aan het woord, mensen die van nabij aan hem geroken hadden, niet een paar gladde jongens die hem als een door en door perfecte Messias probeerden te slijten.
De juridisch adviseur verdiepte zich intussen in het contract en zei op een goed moment: ‘Zullen we de zaken dan maar afronden?’
Handtekeningen werden gezet. Champagne werd ontkurkt.
Weer een uur later ruimde hij zijn bureau op, lichtjes boerend van de glazen champagne die hij zonet naar binnen had geklokt. Alsof hij het genot van de beklonken transactie wilde verlengen, liep hij met Bourgondische traagheid een rondje door zijn eigen kantoor: de plek waar het lot van de zender naar zijn stellige inschatting een scherpe bocht had gemaakt.
Persoonlijk zag hij Ferry het liefst op de zaterdagavond landen, met huisdieren aan de slag gaan, of met kleine kinderen, gehandicapten misschien, enfin, zo’n combinatie waarmee hij vervelende journaalbeelden moeiteloos uit de hersenkamers van het miljoenenpubliek weg zou masseren. Succes verzekerd.
Zijn oog viel op enkele kamerplanten in de vensterbank, die hem in hun weelderigheid en felle kleuren meer dan ooit bekoorden. Hoe was het mogelijk, vroeg hij zich af, dat hij nú pas oog had voor hun buitengewone pracht?
Zou hij meteen al zijn aangestoken door de pas gecontracteerde Ferry en voortaan net zo gewichtloos door het leven gaan als de volksheld?
Ja, Ferry behoorde tot de állergrootsten.
Ferry’s fysieke aanwezigheid was natuurlijk het toetje geweest, maar zijn geest was schijnbaar krachtig genoeg om vanaf de Malediven reeds zijn invloed te doen gelden en hem, nu al, met een andere blik naar de wereld te laten kijken.
Die kwaliteit, dacht de zenderbaas, was niet in geld uit te drukken.

Hans van Willigenburg (1963) is journalist, dichter, schrijver, copywriter, ghostwriter, literatuurwetenschapper, redacteur, spreker en mede-oprichter van Stadslog Rotterdam (@Stadslog010). Hij kluste voor zo’n beetje alle kranten en bladen die er ooit toe deden. En was ook nog acht jaar lang docent journalistiek op een HBO. Tegenwoordig zit hij voornamelijk achter zijn PC of leest een boek: ‘Op mijn leeftijd wordt het leven simpeler en kaler. Hopelijk wordt mijn proza daar ook door besmet.’
Email me when Verhalen & poëzie publishes stories
