Martijn Teerlinck

Lied


lied

ik heb een brede lach van afgeknipte takken
en eeuwwervels houden mijn rug bij elkaar
en hoog in mijn oren fluisteren kinderen
hun liedjes door luchtgedroogd tandvlees

en als ik naar school liep dan rookte ik over mijn longen
de zoete tabak uit de mond van de meester
ik leerde toen hoe ik met houtskool kon spreken

en dan las ik de kleur van mijn handen
en dan las ik mijn knokkels die vetbulten waren
en dan las ik de witte figuren van verf op mijn nagels

en dan zei ik in stilte tegen mijn handen:
jullie worden grote handen, lange handen
deze palmen zullen de zuidpool verwarmen
en op de noordpool dansen de vingers een wals

ik heb een brede lach van afgeknipte takken
en eeuwwervels houden mijn rug bij elkaar
en de zee van mijn navel zoekt naar een kade
van vlees, naar een kade van leven

en als ik weer thuis kwam dan vleugelde ik mij naar boven
en legde mijn mensenhuid af op mijn bed
en werd ik het roodwitte engelendier dat ik was in die tijd
en dan zong ik van takken en wervels en ruggen

en dan schaduwde ik mijzelf schuchter de herfst in
en dan gleed ik mijzelf onder bladeren door
en dan knipte ik lachknoppen af met mijn vingers

en dan zag ik de dode bloem tot mij spreken
dan zag ik de pijn uit haar liktekens fluisteren

en dan werd ik weer mens en dan zong ik de woorden
van houtskool en zei ik vergeef mij mijn dochter
want ik heb een brede lach van afgeknipte takken
en eeuwwervels houden mijn rug bij elkaar


Uit: Ademgebed. Verschijnt 18 september 2014.


‘Poëzie bood Martijn Teerlinck een kans op overleven, omdat zijn stoffelijk bestaan maar kort zou duren. Zijn taal spat van vitaliteit van het papier en is hyperlyrisch, machtig mystiek en op een ontroerende manier berustend. Wie het leven wil vieren moet dit lezen’ Erik Jan Harmens

De gedichten in Ademgebed resoneren en dreunen in het hoofd van de lezer, staan vol ingenieuze verwijzingen en zijn veelal opgebouwd uit zelfverzonnen of vergeten taal. Het is literatuur die beklijft om die taal en haar oorspronkelijkheid, in de geest van Teerlincks helden Paul Celan en Osip Mandelstam. Geen ironie, geen gratuite oneliners, maar poëzie die ons laat opstijgen. Als een gebed.

Martijn Teerlinck overleed op 10 december 2013 op 26-jarige leeftijd. Als dichter maakte hij naam door in 2010 Nederlands kampioen Poetry Slam te worden. Teerlinck was ook een bijzondere muzikant: als The Child of Lov maakte hij een veelgeprezen cd, waarop o.a. Damon Albarn (Blur) een bijdrage leverde, waarmee hij een NME-award in de wacht sleepte.

http://youtu.be/OPphaUiYssc
http://youtu.be/KTJg78fDNjM

Email me when Verhalen & poëzie publishes stories