Waarom meten we naast prestaties ook de competenties van kinderen?

Het voordeel van het meten van prestaties én competenties is dat je gemakkelijk kinderen kunt signaleren die onderpresteren of overpresteren.

Geplaatst op maandag, 2 juni 2014

Bij prestaties zijn we alleen geïnteresseerd in de ‘schoolse resultaten’ met betrekking tot kennis en bekwaamheden. Met een procesgerichte benadering wordt de lat hoger gelegd: Kinderen moeten kennis en vaardigheden niet alleen toe kunnen passen tijdens een toets of in een werkboek, maar moeten deze kennis ook kunnen laten zien in andere complexe situaties. Het gaat hier om twee soorten manieren van leren: oppervlakkig leren of diepgaand leren. Lees verder om te lezen wat diepgaand leren is.

Helaas leren kinderen nog vaak erg oppervlakkig. Denk maar eens aan een leerling die perfect de verdubbelingsregel (bal- ballen) tijdens de spellingsles kan toepassen bij een bepaald soort oefening, maar deze vaardigheid niet kan toepassen in een vrije schrijfoefening. Of een leerling die de keersommen zeer vlot kan uitrekenen in het rekenwerkboekje maar geen idee heeft hoe hij snel de tegelvloer in de tuin bij papa en mama kan uitrekenen. Deze voorbeelden laten zien dat kinderen vaak oppervlakkig leren. Er is dan geen diepe ontwikkeling omdat kinderen het geleerde niet snel op andere momenten zal gebruiken.

Competenties zijn de opbrengst van ontwikkelings- en leerprocessen die kinderen achter de rug hebben. Het gaat hier om ‘life skills’ die verworven zijn door ‘deep-level-learning’. Competenties kunnen ook af te leiden zijn uit het leervermogen of de vlotheid waarmee nieuwe vaardigheden en inzichten door een kind worden verworven. Iemand is pas echt competent als hij niet alleen nieuwe kennis heeft bijgeleerd, maar bovendien tot een andere wijze van functioneren is gekomen. Zo kan een leerling een heel ander beeld van de wereldkaart opbouwen nadat hij tijdens de olympische spelen deelnemende landen heeft opgezocht in de atlas. Hierdoor is hij tot de ontdekking gekomen dat China en Amerika niet eens zo ver uit elkaar liggen als hij dacht!

Het voordeel van het meten van prestaties én competenties is dat je gemakkelijk kinderen kunt signaleren die onderpresteren of overpresteren.
Wanneer een kind hoge prestaties haalt, lijkt het alsof hij/ zij het allemaal wel kan (bijvoorbeeld door veel stapsgewijze rekenoefeningen te maken). Toch merk je als leerkracht — meestal op minder voorgestructureerde momenten — dat het kind de leerstof en vaardigheden nog niet voldoende beheerst om het in andere situaties toe te passen. Het kind is dus nog niet competent genoeg.
Anderzijds merken we dat kinderen soms onderpresteren: Het blijkt dat sommige kinderen op andere (vaak minder schoolse) momenten meer in hun mars hebben dan hun resultaten op toetsen doen vermoeden. Ze slagen er bijvoorbeeld niet in om een kale rekensom snel en correct uit te rekenen, maar tonen wel inzicht in toepassingstaken of nieuwe situaties. Door dus alleen te kijken naar prestaties kan je een groot ontwikkelingsgebied van een leerling over het hoofd zien.

Scores toekennen voor competenties doe je binnen Looqin PO, net als voor welbevinden en betrokkenheid, op basis van observaties. Voorwaarde hiervoor is wel dat er ook rijke activiteiten (krachtige leeromgeving) zijn waarin je competenties breed kunt observeren. Als kinderen de kans krijgen om bijvoorbeeld in een groepje een realistisch probleem op te lossen, kun je meer zien over hun ondernemingszin, sociale competentie en taalvaardigheid.


Originally published at looqin.nl.