Marathon verhalen — Griekse tragedie (2014)

De aanloop was lang naar de ‘klassieke marathon van Marathonas naar Athene’.

Het was ook erg mooi, omdat deze versie niet met twee vrienden gedeeld kon worden maar met drie. Bas is ook aan het lopen geslagen. Hij is vorig jaar begonnen met de damloop en nu is hij na veel uitvragen bij mij ook de marathon uitdaging aangegaan. De jongen die rookte. die de biertjes lust. Die hard werkt. waarvan niemand het verwacht. Die gaat vriend en vijand verrassen en die marathon volbrengen. Zo supercool!

De voorbereiding ging soepel; ik was ook iets te goed voorbereid, neem het weer serieus. Laat er best veel voor staan en ik vind het ook fijn om te doen. Veel voorbereidingswedstrijden en dat is wel een learning van vorige jaren, van een paar flinke testen word ik beter. Alle trainingkilometers die op het programma stonden ook wel gemaakt, echt slechts enkele trainingen overgeslagen. Goed in vorm zo lijkt het. De laatste trainingen hebben niet de soepelheid van de voorgaande weken. Het marathontempo loop ik evengoed wel echt super makkelijk.

De vrijdag voor de marathon op zondag tot veel te laat gewerkt. ‘s morgens vroeg 4.30 op de zaterdag uit bed. Net even teveel gedaan, teveel gestaan, teveel gelopen, te weinig geslapen. All that. Mooi appartement geboekt trouwens. Dat was nice, niet alleen de host Efi.

Chaos ontweken op de zondag: vroeg op, heel vroeg op. 4:45 stond de wekker. En Bars was er relatief makkelijk uit. Dat ging ook makkelijk, want hij had de hele nacht wakker gelegen zei die. Koffie pruttelt. Wij ook. 3 uit 5 score op het maag/darm stelsel gebied. Nog een keer extra piesen en we waren klaar voor de strijd. strijd van 42.195 meter. In de lengte. We waren niet klaar voor de strijd in de hoogte bleek later.

Het profiel van het parcours wel vijftig keer bekeken, en zoals we vermoedde reed de bus er ook al overheen op de heenweg naar het plaatsje Marathonas. Die saaie weg was ons theater in deze ochtend. Een oververhit theater zoals je dat niet verwacht op een zondag in november, ondanks dat het Athene is. Er was regen voorspelt paar dagen eerder. Nu zag ik 26 graden op de borden staan tijdens het lopen.

De eerste kilometer vlogen voorbij: en de GPS watch dook al meer naar beneden tot zelfs tempo’s van 4:30 terwijl ik mijn marathontempo had uitgetekend op 4:37 per km. Dit was naar beneden dus dat mocht ik ook doen van mezelf. Weggaan op 4:37 per kilometer is als Nederlander makkelijker gezegd dan gedaan in het vlakke Nederland. Dit is met alle hoogtemeters alleen niet te voorspellen. En dan zo erg op je klokje kijken en ‘t vooraf bedachte tempo aanhouden is dan misschien niet het beste idee. Dat was ik alleen wel aan het uitvoeren.

In mijn hoofd, met de goede voorbereidingen in gedachten, die 3:15 vastgehouden. Ondanks de hitte, de tegenwind, de veel te dunne pootjes om mij heen. Ik vond dat ik het moest gokken, als je het niet durfde zou het nooit gaan lukken. De halve marathon werd nog keurig in 1:37:34 afgelegd, oftewel 4 seconden boven schema. Het GPS signaal had mij beetje bedrogen omdat daar op de finish altijd wel 42,5 km op staat of iets in die regionen. Dus iets langzamer tempo in het echt dan op de GPS. Wist ik natuurlijk, alleen niet bedacht. Bummer.

Met het hoogteprofiel in gedachte wist ik ook dat dit nu de 10 kilometer waren die mij pijn zouden gaan doen. En met de huidige staat van het lichaam wist ik dat het heel veel pijn zou gaan zijn. Want niet alleen leek het al vanaf het begin moeilijk diep te ademen. Het begon sowieso net even te veel moeite te kosten. En dat hoort niet net na het halve marathon punt. Dat was al snel duidelijk voor me.

Dus de 3:15 uit het hoofd, op naar 3:20 en nieuw tempo vinden. Met de mensen om mij heen mee op lopen. Zo wissel je continu van plek op de momenten die omhoog gaan, waar ik veel werd ingehaald, en naar beneden mijn loopstijl zo soepel is dat ik los kan laten. Dus dan weer veel mensen inhaal.

Wel merk ik dat ik per kilometer omhoog mij meer en meer verrot voel. Met tijden bezig was, met pijn bezig was. En al doende de mental willpower om door te gaan langzaam uit mij ‘loopt’. De souplesse verdwijnt. Geen goede marathon. Dat was mij al duidelijk. Ondanks ook het gedeelde leed om mij heen. Er waren Vele slachtoffers tijdens deze marathon. En een zeer duidelijk exemplaar werd mijn eigen figuur.

Of ik teveel energie heb genomen plus water, weet ik niet, ik weet wel dat mijn maag een grote klotsbak was. En de energie een overkill leek te geven in mijn lichaam en op volle toeren draaide maar het niet meer kon verwerken. Ik was al lang aan het boeren en luchten, maar op een gegeven moment ook gewoon puur schuim aan het braken. Gelukkig nog net beetje langs de kant bij punt zonder toeschouwers (dat was niet moeilijk te vinden met deze lange lege weg). En dat gevoel bleef. Nooit vol over mijn nek, maar wel vol gevoel. En dat loopt niet lekker. dus inplaats van alles op te drinken stap ik over op de volgende tactiek: Mijzelf zo goed mogelijk te koelen met water en sponsen. Dus petje (thank god dat ik die mee had) volgooien met water. Polsen koelen. Nek volgooien. En nog even mond spoelen. Op naar de volgende water post. Dat mentale spel was het al geworden. Tijden of zoiets boeit niet. Puur de finish halen was al een hele grote uitdaging.

Kilometer 31 was dan onderhand wel voorbij, op die uitdaging van hoogtemeters had ik mijzelf goed voorbereid. Alleen daarna was het ook gewoon klaar. Niet dat ik plotseling makkelijk ging lopen omdat het een heel klein beetje naar beneden afliep. Die hoop was er nog heel even. Pijn. en nog meer pijn. Dat overwinnen. Dat. Uitlopen. Gelukkig dat mijn GPS horloge ingesteld stond op gemiddeld tempo zodat ik in ieder geval nog beetje goed gevoel had over het totaal. En ondanks de snelle eerste 21km liep dat gemiddelde relatief snel op. No good.

En al hoewel ik door vele en vele ben ingehaald haal ik op zijn tijd ook nog wel wat mensen in; zelfde schuitje. Kapot. Klaar. Wankelend. Wanhoop.

Dat tot kilometer 41. Van waterpost naar waterpost. Mentaal vechten om daar te komen. De kleine beloning van even wandelen bij een drankpost. Van afkoelen. Van een klein beetje cola. en weer verder… Jammer genoeg.

Het doel is de finish. Waarom was dit ook alweer. Hoe lang nog deze pijn? Het was al bijna uit te rekenen, als ik niet zo’n verhit hoofd had en ik nog enigszins kon inschatten welk tempo ik had. Heeft Maarten mij eigenlijk al ingehaald? Vragen, je hebt er wel de tijd voor, de hersencapaciteit alleen niet meer.

Anyway; te brede wegen, te weinig publiek, mentaal gebroken omdat de finish alleen zo doelloos lijkt voor de huidige pijn. Net voorbij kilometer 41 draaien we links. Publiek. nu plotseling in grote getallen opgetrommeld. Een weg die iets naar beneden loopt. Enthousiast. Mijn pijn. Zij juichen. Ik strompelen. Buikspieren die er voor zorgen dat ik ook echt niet rechtop kan lopen, een goede pas kan zetten. Alles verkrampt.

Ik rol een beetje door zo naar beneden. Nog een keer links en dan bereik ik eindelijk het stadion. Plotseling luid geklap en gejoel. Alsof al het geluid van het publiek bij elkaar komt precies op het punt waar wij het stadion binnen lopen/strompelen. HOE FUCKIN’ VET! kippenvel. Gaaf. Lichamelijk zeer waarschijnlijk amper reactie waarneembaar want ik ben gewoon leeg. Kapot. Moegestreden en oververhit. Kippenvel van dit moment, dit geklap. Dit stadion. En laatste meters zie ik amper wat. Versnelling is ook niet meer mogelijk. Finish. Leeg. Draai rond. Ik mag stilstaan, de pijn langzaam laten wegvloeien. Als een pinguïn verder gaan. Een hekwerk steunt waar mijn benen dat niet meer kunnen. Water! Waar is water?!

Ik strompel voort, zie Maarten finishen, die mij nog opmerkt ook! Zelfde hel meegemaakt. That’s for sure. Een slechte geruststelling.

Ik neem aan wat ik kan met eten en drinken. Crash op de grond en wacht op Maarten. Voor zijn verhaal. voor ‘t gedeelde smart.

Maarten en ik draperen onszelf uiteindelijk in ‘t parkje bij de kleding. Wachten op de heroïsche verhalen van Mitch en Bas. Terwijl we zelf weinig anders kunnen doen dan in het schaduw langgerekt in het gras liggen. Mitch is blij, heeft geleden en geniet vooral dat hij de finish weer heeft gehaald. Bars is even niet te vinden. Moet tot zichzelf komen. is gekraakt. Hij heeft ‘t gehaald en belt met zijn twee Marieke’s. Prachtig!

We hebben ‘t gedaan. We hebben de marathon van Athena veroverd. Én wat voor één!

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.