Een bericht aan de herinnering

Het menselijk geheugen is geen aaneengesloten film. Zo gestructureerd werkt ons brein niet. We herinneren ons flarden, fragmenten die niet altijd een duidelijke chronologie kennen. Het structureren van herinneringen gebeurt pas als je ze probeert te verwoorden, zoals biografen dat doen. Ook Marjon Zomer verwoordt herinnering, maar weigert ze in een mal te gieten en doet eer aan het fragmentarische dat zo eigen is aan ons geheugen. De resulterende tekst is een gedicht met de enigmatische titel ‘Automatisch geparfumeerd (denk ik aan Henck)’.

Het uit acht strofen bestaande gedicht oogt op het eerste gezicht haast klassiek: een aantal kwatrijnen, gevolgd door twee kortere strofen. Maar schijn bedriegt, een sonnet is het allerminst: geen eindrijm en geen dreunend metrum. Zomer kiest zo grotendeels voor vrij vers, zonder structuur volledig los te laten. Ook inhoudelijk speelt de dichter met structuur, waarin ze balanceert tussen de chaos van het spontaan herinneren en de orde van het verwoorden.

Gemis

Het gedicht verhaalt over hoe de ik-persoon denkt aan vroeger; haar jeugd met haar zussen en een broer. Dit ‘mijmeren’ wordt afgewisseld met de behoefte te communiceren met de broer genaamd Henck. De acht strofen waaruit het gedicht bestaat zijn samen te voegen tot een viertal strofeparen die als tanden van een rits in elkaar grijpen: het eerste paar samen met het derde paar vormen de verleden jeugdherinneringen, en het tweede met het vierde paar zijn een uiting van communicatie in het heden. Ook de focalisatie verschilt in deze tweedeling: het klassieke element van de apostrof, de aangesprokene, duikt in de eerste regel al op. Deze je, Henck, speelt een centrale rol in alle strofen, maar opvallend is dat de ik-persoon in de strofen die over de behoefte aan communicatie gaan de meeste ademruimte krijgt. Waar de ‘ik’ in het verleden nog een ‘we’ was, is ze nu enkel en alleen een ‘ik’. Dit geeft het gedicht spanning, waarbij de ‘ik’ vanuit het heden naar de ‘jij’ van het verleden wil stromen om weer samen te komen.

De jeugdherinneringen zijn ogenschijnlijk onschuldig. Het herinneren begint met het kinderlijke geloof van de jongere broer in de tandenfee en impliciet de paashaas. Deze fantasie trekt de dichter door naar de achterbankpoëzie, gemaakt van nummerborden en uiteindelijk in de vorm van Hendricka, het kleine broertje in vrouwenkleren. Henck toont zich eerst als een kind dat gelooft in fantasiefiguren om vervolgens zelf een fictief personage (Hendricka) te worden en om uiteindelijk te verdwijnen als louter herinnering in het leven van de ik-figuur. Hij wordt steeds denkbeeldiger.

Het thema van afwezigheid komt ook naar voren in het ontbreken van geur op foto’s, het zwembad dat er ooit wel was, het uitblijven van het antwoord op de vraag waarom Messenger een bliksemschicht als symbool heeft en het meest expliciet aan het einde van het gedicht: een ansichtkaart als weggeworpen filtersigaret, de vergankelijkheid trotserend. De ik-persoon worstelt met een gemis, niet alleen aan Henck, maar ook aan haar jeugd in het algemeen. De brug tussen dit afwezige verleden en het heden bouwt de ik-persoon door contact te zoeken met Henck.

Een vervreemdend — of wellicht ontnuchterend — element in het gedicht is het benoemen van (Facebook) Messenger en Google. Het is een contrast met het haast tijdloze van de herinneringen; deze zijn contextloos, onafhankelijk van trends, merknamen, los van vergankelijkheid. Het weet het heden (het moment van vertellen) te versmallen tot een moment, een tijdsbeeld dat niet meer dan enkele jaren bewegingsruimte heeft, terwijl de herinneringen rondzweven door decennia. Dit contrast is ook te vinden in de titel: het automatisch laten parfumeren van je woonkamer versus de geur van het huis die niet te zien is op foto’s. Daarbij speelt ook dat herinneringen geen directe waarneming zijn, terwijl iets wat wel direct aanwezig is letterlijker benoemd kan worden, zoals de Willem George Frederik Kazerne. Dit is simpelweg het voorlezen van de kaart die er is, terwijl er bijvoorbeeld geen enkel stuk achterbankpoëzie letterlijk geciteerd kan worden. De herinnering is algemeen, enigszins onscherp, terwijl het heden glashelder aanwezig en benoembaar is.

Regels gebroken

Automatisch geparfumeerd (denk ik aan Henck) kent subtiele stijlfiguren, wat in lijn valt met het verhalende karakter. Zoals eerder gesteld, is er geen eindrijm; klank is ondergeschikt aan inhoud. Op inhoudelijk gebied is er namelijk wel herhaling aan te wijzen: het meest in het oog springend is de nagenoeg letterlijke herhaling van de derde regel. Deze komt in de zesde strofe terug, met de minieme, maar betekenisvolle, verandering van het woord ‘huis’ in ‘thuis’. Een huis is een fysieke plaats, een thuis een emotionele. Dit geeft een verloop aan van een observatie naar een verlangen, van een waarneming naar een gevoel.

Het breken van grammaticale regels maakt dat het gedicht zich verder loszingt van proza. Overbodige woorden zijn weggelaten, woorden die door de lezer probleemloos ingevuld kunnen worden. Zo dwaalt de regel over ‘achterbankpoëzie’ grammaticaal af in de volgende regel, waarbij de strofe, als we deze als één zin zien, geen persoonsvorm kent of juist de persoonsvorm gebruikt uit de voorgaande strofe (het woord ‘zie’). Het creëert een soort spreektaal of beter gezegd een soort denktaal. Een herinnering bestaat niet altijd uit volzinnen, maar eerder uit beelden, uit gevoelens die in elkaar vastgrijpen waarbij het ene uit het andere voortkomt en er zo een onvoorziene keten van herinneringen ontstaat. Als verhaal lijkt dat dan ongestructureerd, maar het is simpelweg het onbewuste associatieve vermogen van degene die herinnert dat dit voortbrengt.

Zomer weet met haar gedicht een alledaagse wereld te scheppen die, ondanks het verhalende toch uiterst poëtisch blijft. Ze vervalt niet in sentiment, benoemt de weemoed niet direct, maar geeft de lezer de handvatten om dat gevoel wel te pakken te krijgen. Ze mijdt clichés, ondanks het veel gebruikte thema van gemis, in zowel woordkeus als stijlvormen. Het is een gedicht waar veel in gebeurt, dat erg gelaagd is in tijd, ruimte en waarneming. Het is een gedicht dat bij elke herlezing meer onthult, meer dan hierboven besproken is.