Undercover gaan, wat levert het op?

Susanne Poot
Oct 19 · 8 min read
Illustratie | Floor van het Nederend

Jeroen van Bergeijk schreef spraakmakende undercoverreportages over Bol.com, Uber, Wehkamp en Gorillas. Zijn doel: laten zien hoe mensen werken aan de onderkant van de moderne arbeidsmarkt. Welke journalistieke dilemma’s en hindernissen komt hij onderweg tegen?

DOOR Jeroen van Bergeijk | FOTOGRAFIE Jiri Büller

Mag je liegen om de waarheid te achterhalen? Dat is de belangrijkste vraag die je voor jezelf moet beantwoorden als je overweegt om undercover te gaan. Ik vind dat je als journalist, en sowieso als mens, niet hoort te liegen. Juist transparant zijn over je bedoelingen is een van de belangrijkste uitgangspunten voor een journalist.

Tegelijk weet iedere journalist dat je door die transparantie vaak niet het ‘echte’ verhaal krijgt. En sta je voor het dilemma van elke undercoverjournalist: je moet liegen. Je verzwijgt dat je journalist bent om toegang te krijgen tot plekken waar je anders als journalist niet zomaar zou worden toegelaten. En zo verslag te doen van iets wat anders verborgen zou blijven.

Jeroen van Bergeijk undercover bij bol.com | Foto: Jiri Büller

Een voorbeeld: in het najaar van 2018 ging ik undercover in het distributiecentrum van Bol.com in Waalwijk. Ik zag dat er elke dag tienduizenden pakketjes retour kwamen en klanten schaamteloos misbruik maakten van de ruimhartige retourregeling; gebruikte vibrators in het doosje, stofzuigers met volle zakken, schuurmachines vol bouwstof. Ik zag hoe orderpickers elke dag tientallen kilometers door fabriekshallen zonder ramen moesten lopen, hoe er achteloos met arbeidsmigranten werd omgesprongen. Dat had ik allemaal niet kunnen observeren als ik me vooraf kenbaar had gemaakt als journalist.

Hoe ik dat zo zeker weet? Omdat ik later als journalist werd rondgeleid in een ander distributiecentrum van Bol.com. Iedere medewerker die ik daar sprak was van tevoren gescreend, en uiteraard werd ik begeleid door een pr-medewerker en een manager die niet van mijn zijde weken. Het beeld verschilde radicaal met wat ik eerder zelf had gezien.

Door mijn avontuur bij Bol.com raakte ik overtuigd van de voordelen van de undercovermethode. Toch wordt het inzetten van deze werkwijze door de meeste media als een zware aanpak gezien. Iets moet het-undercover-gaan rechtvaardigen en dat iets is meestal het vermoeden van misstanden. Maar als je alleen undercover gaat als je denkt onrecht aan te treffen, draagt dat weer het gevaar in zich dat je vervolgens te fanatiek op zoek gaat naar dat onrecht. En wat als je geen misstanden vindt? Dan was het undercover gaan dus achteraf blijkbaar niet nodig.

Jeroen van Bergeijk undercover als Uberchauffeur | Foto: Jiri Büller

Ikzelf beschouw mijn undercoverwerk daarom liever als participerende journalistiek. Als je het aantreffen van misstanden als bijvangst beschouwt en niet het hoofddoel, wordt het werk leuker. Want los van het feit dat ik gewoon heel nieuwsgierig ben naar hoe het is om Uberchauffeur of orderpicker bij Bol.com te zijn, kan ik me persoonlijk weinig leukers voorstellen dan een tijdje een heel ander leven te leiden.

Toch kijk ik altijd scherp of ik niet alsnog in openheid kan werken. Voordat ik undercover ging als verkeersregelaar, had ik als journalist een handvol bedrijven benaderd of ik niet een tijd bij hen in dienst kon, om te ervaren hoe het is om verkeersregelaar te zijn. Niet één zag het nut van een pottenkijker, en daarom deed ik het uiteindelijk maar undercover.

Dat neemt niet weg dat een enkele instelling of bedrijf wel degelijk open staat voor een verzoek om langere tijd mee te lopen. Zo mocht ik vorig jaar een maand ongestoord rondkijken bij de daklozenopvang van het Leger des Heils. Het stuk dat dit opleverde was niet anders geworden, vermoed ik, dan als ik het undercover had gedaan.

Je hoeft dus niet per se undercover voor een verhaal. Tegelijkertijd leveren undercoververhalen wel andere inzichten op. Als je zelf het werk hebt gedaan waar je over schrijft, kun je beter op de lezer overbrengen hoe dat werk voelt. Belangrijk hier is om dit werk langer vol te houden dan een paar dagen of een weekje, zoals bijna alle journalisten doen. Als je ergens langer blijft hangen, ook al denk je dat je ‘het verhaal al hebt’, ga je beter snappen hoe een bedrijf in elkaar zit en krijg je grondigere verhalen.

Jeroen van Bergeijk undercover bij Wehkamp | Foto: Jiri Büller

Door het werk zelf te doen kun je ook betere vragen stellen aan je collega’s. Je maakt mee wat zij meemaken. Dat schept niet alleen een band, maar ook inzicht. Bovendien gaan mensen aspecten van hun werk heel snel normaal vinden, terwijl die in mijn ogen beslist niet normaal zijn. Als je die mensen op een traditionele manier zou interviewen, betwijfel ik of je veel wijzer zou worden. Mijn collega’s bij het callcenter van Wehkamp waren totaal niet meer verbaasd over de vele wanhopige telefoontjes van mensen die hun schulden bij Wehkamp niet konden betalen. Iedereen was er aan gewend dat Wehkamp veertien procent rente rekende als klanten kopen op afbetaling — iets dat actief werd gepromoot. Iedereen vond het ook normaal dat je geld kon lenen bij Wehkamp, tegen diezelfde woekerrente. Je hebt een buitenstaander — of een klokkenluider — nodig om dat soort zaken aan het licht te brengen.

Voor mij persoonlijk was het meest verrassende aan al die undercoverbaantjes dat het verhaal uiteindelijk niet bleek te zitten in de misstand die ik vantevoren vermoedde. Bij Bol.com was ik vooral benieuwd naar de arbeidsomstandigheden. Maar het journalistiek relevante verhaal zat in de enorme hoeveelheid arbeidsmigranten die bij Bol.com de boel draaiende hielden, en hoe zij in Nederland leven — weilanden vol stacaravans waar vier mensen in werden gepropt voor 1600 euro huur per maand.

Jeroen van Bergeijk undercover als verkeersregelaar | Foto: Jiri Büller

Voordat ik verkeersregelaar werd dacht ik dat het beroep zwaar was omdat verkeersregelaars de hele dag worden uitgescholden. Maar dat bleek enorm mee te vallen. Het was vooral het eeuwige nietsdoen en de onvoorstelbare verveling die me opbraken. Bij flitskoerier Gorillas was ik benieuwd naar welke mensen van de service gebruik maakten. Ik dacht dat mensen een flitskoerier lieten komen voor een zak chips of een flesje rosé, maar het bleek dat veel klanten al hun boodschappen bij Gorillas bestelden. De flitskoerier was in enkele maanden een concurrent van Albert Heijn geworden. Dat soort ‘ontdekkingen’ doe je niet als je op een middagje een repo maakt.

Hoe leuk en spannend undercoverjournalistiek ook is, het kan echt flink zwaar zijn. Niet per se omdat werken aan de onderkant van de arbeidsmarkt vermoeiend is, maar omdat je in feite twee banen tegelijk hebt: de baan waar je over schrijft (Uberchauffeur, callcentermedewerker of pakketbezorger) en je journalistieke werk. Dat betekent in de pauze of op de wc — ik moet als ik undercover werk heel vaak naar het toilet — aantekeningen maken en die goede quotes opschrijven. Aan het einde van een lichamelijk uitputtende dag moet je ook de discipline hebben om die aantekeningen uit te werken. Elke dag opnieuw.

Zwaar vind ik ook het liegen dat ik eerder noemde: liegen probeer ik tot een minimum te beperken. Vooral omdat ik er heel erg slecht in ben. Daarom blijf ik zo dicht mogelijk bij mezelf. Ik solliciteer onder mijn eigen achternaam (en tweede voornaam, zodat ik niet te googlen ben of terug te vinden op sociale media), ik vertel open dat ik een zoon heb, alleenstaand ben en in Amsterdam woon. Voor het soort werk dat ik doe, blijkt niemand geïnteresseerd in mijn cv. Daar hoef ik niet over te liegen, dus geen verzonnen levensverhalen of opgeplakte snorren, rare brillen of geverfd haar bij je sollicitatie.

Jeroen Bergeijk undercover als flitsbezorger | Foto: Jiri Büller

Die ene keer dat een recruiter wel om mijn cv vroeg, toen ik solliciteerde naar een baan als verkeersregelaar, had ik een gat van vijfentwintig jaar in mijn cv laten vallen. Er stond niets anders dan mijn studie, en vijfentwintig jaar later: ‘Uberchauffeur’. Geen woord over gehoord van de recruiter. Voor flitsbezorger Gorillas kon ik zelfs zonder sollicitatiegesprek aan de slag, en bij Bol.com was de enige vraag die ik kreeg: wanneer kun je beginnen?

Collega-journalisten vragen vaak: maar word je nooit herkend? Bij mijn verhalen plaatst de Volkskrant altijd portretfoto’s — soms zelfs groot op de voorpagina. Aanvankelijk maakte ik me daar zorgen over, maar in de kringen waarin ik me begeef, leest niemand de Volkskrant.

Ik ben in de afgelopen vier jaar twee keer ‘betrapt’ — maar nooit omdat mensen me herkennen uit de krant. Eerder dit jaar schreef ik een verhaal voor De Groene Amsterdammer over het initiatief ‘Extra Handen voor de Zorg’, waarmee men actief mensen probeerde te werven zonder zorgachtergrond. Ik meldde me aan onder mijn eigen voor- en achternaam, met mijn echte cv en vertelde iedereen dat ik zij-instromend journalist was — niet echt under deep cover dus. Toen ik na maanden wachten eindelijk kon beginnen als welzijnsmedewerker in een verpleeghuis in Haarlem, werd ik na twee weken bij de directie op het matje geroepen. Of het klopte dat ik journalist was? Dat beaamde ik en toen ik ook vertelde dat ik van plan was over mijn ervaringen te publiceren werd ik zonder omhaal op straat gezet.

Een andere keer liep ik tegen de lamp nadat ik bij Bol.com enkele collega’s in vertrouwen had genomen over mijn echte beroep. Een van hen vertelde dat vervolgens aan een manager. Gelukkig gebeurde dat net nadat ik zelf al ontslag had genomen en had ik het verhaal al binnen.

Dat laatste voorval brengt me bij misschien wel het moeilijkste aspect van het undercoverwerk: de relatie met je collega’s. Liegen tegen een werkgever is vervelend, maar daar lig ik niet echt wakker van. Liegen tegen collega’s, tegen de mensen over wie je schrijft en waar je het eigenlijk voor doet, is een ander verhaal. Dat drukt altijd op mijn gemoed, het voelt nooit goed — ook al weet ik waarom ik het doe.

Hoe ik het doorgaans aanpak is collega’s in vertrouwen nemen met wie ik goed contact heb, en van wie ik vermoed dat ze begrijpen wat ik probeer te bereiken. Een enkele keer gaat dat dus mis, maar veel vaker krijg ik op die manier meer inzicht of relevante informatie doorgespeeld. Bovendien kan ik ze vragen of ik ze in mijn stukken mag opvoeren. Ik waak er natuurlijk voor dat geen van mijn bronnen te identificeren is door hun bazen of collega’s.’

Campus DPG Media

Mediamakers van morgen

Campus DPG Media

Mediamakers van morgen

Susanne Poot

Written by

Content Manager bij Campus DPG Media

Campus DPG Media

Mediamakers van morgen