“Je doet het voor die glimlach”

Vervoersdienst Winterswijk

Aan de eettafel zitten Theo en Benno. Ik heb hun namen al vaak voorbij horen komen. Zij zijn beide betrokken bij de vervoersdienst in Winterswijk.

Beide hebben een geschiedenis met het regelen van vervoer. Theo organiseerde wekelijkse clubavonden voor mensen met een verstandelijke handicap. Het viel hem op dat mensen te laat kwamen, maar ook dat als er drie mensen uit Aalten kwamen er drie busjes op de stoep stonden. Hij besloot contact op te nemen met de regiotaxi en het kon zo geregeld worden dat er een vaste rit kwam die de verschillende mensen ophaalden. Zo kwam er maar één bus en op tijd.

Ook Benno liep er tegenaan bij de VASA. VASA organiseert zwemavonden voor mensen met een handicap. “Soms kwamen ze zo laat aan dat omkleden geen zin had. Of stond de taxi al weer voor de deur terwijl mensen nog aan het zwemmen waren.” Hij kon regelen dat mensen door een vrijwilliger werden opgehaald en zo op tijd kwamen. “De vrijwilligster rijdt de bus en helpt ze bij het aankleden. Nu hebben ze echt tijd om te zwemmen.”

Het blijkt dat vervoer bij meer activiteiten een probleem kan zijn. “We kregen ook een vraag van een orkest. Mensen kwamen daar steeds te laat en dat verstoorde de repetitie.” Theo vult aan: “Mobiliteit is vaak niet opgenomen in het programma, terwijl vervoer ook onderdeel van de activiteit is. Zo vertelde het zwembad dat een aantal ouderen ineens niet meer kwam zwemmen. Wat bleek? Ze hadden geen vervoer meer. Door de bussen van welzijn in te zetten was het zo opgelost.”

Hun ervaringen met vervoer leidde in maart 2015 tot de oprichting van de vervoersdienst. De welzijnsinstelling had op dat moment al een klussen- en vriendendienst. “Vrijwilligers rijden mensen tegen kilometervergoeding naar hun plaats van bestemming. Vaak zijn dat ritjes die voor de taxi niet rendabel zijn,” vertelt Theo. Benno regelt het vervoer en bemiddelt tussen de vrijwillige chauffeurs en mensen die vervoerd willen worden. “We hebben bijvoorbeeld een ouder echtpaar dat niet meer zelf durft te rijden, wij brengen ze naar de markt. Een andere vrijwilliger brengt iemand naar het koor. In weer een ander geval brengen we een kind met autisme naar zijn vader.”

Volgens de mannen gaat het om een andere groep dan de mensen die de regiotaxi gebruiken. “Sommige mensen zijn te kwetsbaar voor de regiotaxi. Zij stoppen na een paar keer. Met ons durven ze wel mee. De vrijwilliger haalt ze bij de deur op. We hebben nu bijvoorbeeld een vrouw die naar de oogarts in het ziekenhuis moet. De vrijwilliger blijft dan wachten en dat geeft een veilig gevoel. Maar we hebben bijvoorbeeld ook een vrouw die een eigen stoel mee moet nemen als ze gaat bridgen. Anders kan ze niet zitten. Die nemen wij mee. Dat is in de regiotaxi toch wat lastiger.”

Benno weet vrijwilligers te vinden. “Ik ken mijn mensen. Ik kwam laatst iemand tegen die met pensioen was en dan zeg ik: Ik heb nog wel iets voor je.” Hij coördineert de dienst, maar gaat bewust niet overal tussen zitten. “Met vakantie regelt het zichzelf. Chauffeurs ruilen onderling. Ik heb nu een man van 82 die in het weekend naar zijn vriendin gaat. Met de Valys doet hij er soms 2 of 3 uur over. Ik heb geregeld dat iemand hem heen brengt en dat hij terug met de Valys kan. Dan is het rustiger en gaat het sneller. Laatst vroeg hij me of hij terug niet ook opgehaald kan worden. Dan zeg ik: “Vraag het de jongens maar”. Ik blijf daar buiten.”

De vervoersdienst liep zo goed, Benno wilde graag onderzoeken waar nog meer bundeling mogelijk was. Theo regelt nu het contact met de provincie, gemeente en de subsidieaanvraag om het verder uit te rollen.

“We kregen contact met Estinea, een instelling voor dagbesteding. Sommige mensen konden niet meer naar de dagopvang. Ze hadden een vrijwilligerspool met chauffeurs, maar de helft was afgevallen. Ze zochten nieuwe vrijwilligers,” vertelt Benno. Theo: “We zijn toen het gesprek aangegaan. Hoe is het nu geregeld? Kan het niet efficiënter? Inmiddels lukt dat steeds beter. In de bussen zitten mensen van verschillende instellingen. Maar de bussen staan toch nog 80% stil. Tussen de piektijden en in de avonden en weekenden. We willen die bussen ook kunnen gebruiken voor sociaal vervoer.”

Het is gelukt om nu te rijden voor beide instellingen en steeds meer gaat gezamenlijk. De training, de VOG’s en de verzekeringen. “Het vraagt wel voorbereiding. We kunnen bijvoorbeeld niet zomaar een andere chauffeur inzetten. We moeten een nieuwe chauffeur heel langzaam introduceren en eerst mee laten rijden. Soms kan ik niet in dezelfde bus rijden. Dan bereidt de instelling ze voor: “Benno komt morgen met de rode bus.” Anders stappen ze niet bij me in,” vertelt Benno. “Laatst was het met sinterklaas wat onrustiger. Dan moet je goed opletten. Voor je het weet geeft iemand een opmerking en krijgt van een ander een klets om zijn oren.”

“We proberen het noaberschap van mensen aan te spreken” vertelt Theo. “De vrijwilligers zelf krijgen er ook veel voor terug. Ze zijn ook onder de mensen. Een van onze vrijwilligers kon niet meer rijden maar zij leest nu voor bij de dagbesteding. Ze dragen haar op handen.” “Ja, het is mooi werk,” vult Benno aan, “Je doet het voor die glimlach, die is zo veel meer waard dan die euro.”

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.