Met ogen dicht in de bus

Een lunch bij de dagbesteding in Winterswijk

Wanneer we bij de De Helmhorst aankomen, is net het moment dat de lunch gaat starten. Mensen komen de kamer binnen en wijzen naar ons, “Wat komen die hier doen!” roept een meisje. “Stel je maar voor”, geeft de manager Rob aan. Een van de meisjes loopt maar me toe, geeft me snel een hand en zegt: “Welkom”, en loopt weer door.

Ik ga bij drie cliënten, een begeleider, Ida, en een stagiair aan tafel zitten. Ik vraag hoe ze de bus vinden. “Leuk” vertelt de één, de ander geeft aan: “Ik doe lekker m’n MP3 op”. Ook deze groep zit elke dag in de bus met dezelfde groep mensen met dezelfde chauffeur. Sterker nog, bij ziekte van chauffeur blijken sommige dan niet naar dagbesteding te komen. De begeleider vertelt: “Hij kent de mensen. Hij weet precies welke mensen niet naast elkaar moeten zitten en welke dichtbij hem moet zitten omdat het anders mis gaat. Dat is belangrijk, want het is niet veilig als hij tijdens de rit moet ingrijpen.” Ik vraag wat er dan precies gebeurt. “Dan kunnen ze elkaar bijvoorbeeld gaan slaan”, vult ze aan.

“Bij deze groep mensen komt alles heftiger binnen. Ze zijn erg gevoelig voor prikkels. Daarom is het fijn dat alles op dezelfde tijd en dezelfde manier gebeurt. Dan weten ze waar ze aan toe zijn. Als er verandering is, kan het teveel worden.” De manager had me die ochtend ook al aangegeven dat een te veel aan prikkels tot problemen leidt. Op dat moment had ik nog geen goed beeld van hoe dat er in de praktijk uit zou zien. Tijdens ons bezoek kwamen we echter een jongen tegen die alleen op een bank zat, heftiger heen en weer bewegend. “Hij heeft z’n dag niet”, werd aangegeven. Inmiddels zat hij rustig in zijn eentje aan een tafel te eten. “Een te veel aan prikkels kan ook leiden tot huilen of agressief gedrag”, vertelt de stagiair.

Ik vraag ondertussen aan de vrouwen aan tafel of ze wel eens met de regiotaxi gaan. “Nee, maar wel met de Valys.”Hoe vindt je dat?” “Saai, want dan zit ik alleen in de bus.” Het sociale aspect blijkt van belang. De begeleiding vertelt dat sommige cliënten zich in het weekend en in de vakanties erg vervelen en ook eenzaam kunnen voelen. “Sommige komen op hun vrije dagen hier nog elke dag koffie drinken.” Ik vraag aan de ander wat ze in het weekend heeft gedaan. “Trouwen”, zegt ze en ze kijkt er ondeugend bij. “Met wie?” “Gerard Joling”, zegt ze lachend.

Na de lunch hebben sommige cliënten een taak om op te ruimen, andere hebben pauze. Een van de vrouwen gaat voor de televisie zitten en kijkt naar een kinderprogramma. Een ander gaat in een eigen kamer een half uur kleuren om rustig te worden. Ondertussen praat ik verder met de begeleider. “Ik vind het bij sommige van onze cliënten spannend als ze met de regiotaxi gaan. Ze zijn toch kwetsbaar. Ze stappen in en vertrouwen helemaal op de chauffeur. Als iemand ze verkeerd afzet, hebben ze dat niet door. Vaak worden ze ook bij de deur afgezet en niet binnen. Wij weten dan niet dat er iemand terug is. De chauffeurs die ze rijden naar de dagbesteding kennen alle ‘gebruiksaanwijzingen’ en zitten wat minder strak in de tijd. Soms moet iemand ineens naar de wc als de bus aankomt. Dat duurt dan even. Maar dat kan gelukkig. Ze gaan niet weg voordat ze iedereen hebben.”

Vanmorgen vertelde manager Rob dat door de andere aanrijtijden niet alle cliënten op het zelfde tijdstip arriveren bij de Helmhorst. Ida geeft aan dat dat lastig is: “Je mist de sociale interactie, het elkaar leren kennen. Normaal starten we samen op. We praten dan samen en helpen de cliënten bij het contact maken met elkaar. Het zijn al mensen die het moeilijk vinden om sociale contacten aan te gaan. Dat samen starten kan hen daarbij helpen. We leren dat met kleine stapjes.” Ze legt uit dat het altijd dezelfde cliënten zijn die later komen. Dus het zijn ook altijd dezelfde die het opstarten missen. Ik stel me voor hoe ik het zou vinden als ik in een groep zit en ik kom altijd later. Dat lijkt me best lastig en ik heb geen verstandelijke beperking.

Als we over de aanrijtijden praten vertelt Ida me dat over het ophalen. Ze vertelt dat cliënten soms 40–60 minuten zitten te wachten in de Helmhorst tot de taxi komt. En dan moeten ze nog in de taxi zitten. 15–45 minuten. Ik schrik ervan. Maar Ida bagatelliseert. “Ze weten niet beter. Van kinds af aan worden ze al overal heen gebracht en opgehaald en zitten ze in die bus. Ze zijn altijd afhankelijk.”

Ondertussen komt een andere cliënt langs. “Zij fietst zelf”, geeft de begeleider aan. “Ja, ik ga echt niet in de bus zitten hoor. Het is daar een gekkenhuis.” De begeleider vertelt dat zij er qua niveau wat bovenuit steekt. Zij vindt het te druk in de bus. “Je hebt ook mensen die doen hun ogen dicht als ze in de bus stappen en pas weer open als ze thuis zijn.” Twee hele andere voorbeelden, maar het wordt me steeds duidelijker hoeveel impact ‘prikkels’ hebben. En ondanks dat wij ook een prikkel waren, waren we toch welkom!

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.