We zijn geen taxibedrijf

Ik kwam met de bus aan in het dorpje Borculo. Ik belde Gerard op van de Naoberbus om te vragen of die mij op wilde halen. Ik stapte vervolgens in bij een vriendelijke man die gelijk zijn agenda van die dag erbij pakte om te laten zien hoeveel ritten hij die dag had. ‘Jij had natuurlijk gehoopt om vandaag veel mensen te spreken? Helaas moet ik je dan teleurstellen’. Er stonden tot 2 uur, maar 2 ritten gepland. Wat betekende dat ik niet zoveel passagiers kon spreken. Maar vol goede moed zijn we de dag toch maar begonnen.

Als eerste gingen we naar een oudere dame in een rolstoel. ‘Is dat je dochter?’ Ik kwam samen met Gerard binnen en ze dacht dat ik zijn dochter was. Gerard moest hier om lachen en begon gelijk met de oudere dame te grappen. Gerard zette haar in de rolstoel en bracht haar naar het busje. Ik vond het leuk om te zien hoe ze genoot van mijn aanwezigheid. Mijn accent en haar accent sloten alleen niet helemaal op elkaar aan, waardoor we elkaar soms niet helemaal goed begrepen. ‘ik vind het jammer dat ik niet zelf meer auto kan rijden’. Ze kan niet meer zo goed lopen en zit daarom in een rolstoel. Ze vindt de chauffeurs altijd erg leuk en zijn behulpzaam voor der. ‘Via deze weg’? Gerard wist dat de oudere dame de drempels verschrikkelijk vindt, daarom rijdt hij altijd via een andere weg. Ik vond het mooi om te zien hoeveel rekening er met de oudere wordt gehouden. Aangekomen bij het verzorgingstehuis waar de vrouw naar haar dagbesteding gaat, vroeg ze wel drie keer of ik mee naar binnen ging. ‘het is hier altijd heel mooi, vooral met kerst’. Het was inderdaad heel mooi versierd. Aangekomen bij de begeleiders was ze helemaal aan het glunderen dat wij haar met z’n tweeën hadden weg gebracht. ‘Dat wig wil ook nog even kijken’ De begeleiders konden hier wel om lachen en ik vertelde even kort waarom ik met mevrouw had gesproken. 
 Toen Gerard en ik naar de bus terug liepen sprak hij gelijk over het feit dat deze situatie typisch een geval is waar ze nu tegen aanlopen bij de organisatie. Gerard heeft mevrouw binnen opgehaald, in de rolstoel gezet en binnen in het verzorgingstehuis afgezet. Dit kost veel tijd en wie is er verantwoordelijk als er iets gebeurd?

Het duurde even voordat we de andere passagier gingen ophalen, daarom gingen we bij Gerard thuis koffie drinken. Ondertussen kon ik hem een aantal vragen stellen. Gerard is toen hij na zijn 60ste klaar was met werken bij een buurtbus gaan werken in Neede, als vrijwilliger. ‘Ik dacht als dit in Neede kan, waarom zou dit ook niet in Borculo kunnen?’ Wie niet waagt, wie niet wint en zodoende is Gerard met dit initiatief aan de slag gegaan. Na veel organiseren zijn ze nu een aantal jaar verder en hebben ze 25 vrijwilligers uit Ruurlo, Borculo en Nijbergen die de mensen vervoeren binnen de gemeente Berkelland.

‘We willen geen regiotaxi worden’. Daar is Gerard heel stellig in merk ik. Het vrijwilligersvervoer is bedoelt voor de kortere ritjes en specifiek bedoelt voor de mensen uit Berkelland. Mensen die daarbuiten ergens heen willen, zullen ander vervoer moeten regelen. ‘we willen graag tijd vrij maken voor onze passagiers, maar geen taxibedrijf zijn’. Bij de regiotaxi zie je weleens dat chauffeurs een paar minuten wachten, maar als ze er niet zijn, rijden ze gewoon aan.

Ik merk dat ze nog lang niet klaar zijn met het verder organiseren van de Naoberbus. Ze zijn bezig om Mobielgedeeld in de bus te krijgen. Dit is een software waar de ritten worden geregistreerd en op den duur de passagiers met een pasje kunnen betalen, net zoals bij een OV chipkaart. Daarnaast zijn ze ook nog druk bezig met de WMO indicatie van passagiers. De passagiers met een WMO indicatie die naar een dagbesteding gaan krijgen een bepaald bedrag per dag voor vervoer. De Naoberbus is het er niet helemaal mee eens dat dit bedrag volledig naar het verzorgingstehuis gaat en dat de Naoberbus hier maar een klein deel van krijgt. Ik merk dat Gerard er naar streeft om de Naoberbus te laten bestaan en wil daarom alles aangrijpen om ervoor te zorgen dat dit ook kan.

De telefoon gaat. Een vrouw belt op of we haar even naar de EMTÉ kunnen brengen. Yes dacht ik, kan ik gelukkig nog iemand meer spreken. Ze vertelde dat het gemak van de bus erg fijn vindt. ‘Ik kan zelf niet meer zo ver lopen en zo blijf ik toch nog zelfstandig’ Ze gaat met de Naoberbus heen en dan loopt ze terug met haar rollator. Ze wil niet slijmen, maar vindt de chauffeurs erg aardig en klopt Gerard even op zijn schouder. Daarnaast vertelde ze dat ze altijd behulpzaam zijn. Ze helpen haar met in en uit stappen en zetten haar rollator in de bus. Ze gaat ook weleens met de regiotaxi, maar ze vindt de chauffeurs daar niet altijd aardig. Ze gaat dus liever met het vrijwilligersvervoer, maar helaas kan ze daarmee niet overal komen.

Als laatste gingen we nog naar een vrouw die vaak een half uur van te voren belt waar de bus blijft. Gerard vertelde dat deze mensen vaak niet veel andere dingen om handen hebben en de hele dag uitkijken naar deze middag. Het is mooi dat de chauffeurs zich hier bewust van zijn en de passagiers hier goed in begeleiden. Deze vrouw is ook slecht ter been en gaat een middagje wat leuks doen in een verzorgingstehuis. ‘op tijd! Eerste pluspunt’. Ook al belt ze de chauffeur vaak op waar die blijft, is dit toch wat ze als eerste benoemt als ik vraag wat ze van het vervoer vindt. Ze gaat elke 14 dagen met het vrijwilligersvervoer en soms met de regiotaxi. Ze is erg lovend over de chauffeurs bij het de Naoberbus en als ik vraag of ze iets mist zegt ze ‘misschien een kopje koffie’.

Toen we de vrouw hadden afgezet reden we door naar het station in Ruurlo. Gerard had nog een paar ritjes die middag en ik ging met de trein terug naar Nijmegen. Ik vond het ondanks dat ik maar vier mensen heb gesproken een hele interessante en leuke dag. Ik vond het mooi om te zien hoe deze vrijwilligers zich inzetten om het vervoer in hun gemeente goed te laten verlopen. Ik wens ze veel succes voor in de toekomst.

Lotte van Wanroij

Spectrum, december 2016

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Lotte van Wanroij’s story.