De treden van de trap

Ik tel de treden van de trap. 6, dan sta ik in ’t midden. Nog 10 en dan ben ik boven. In gedachten ga ik terug naar vroeger. Hoe vaak ben ik niet gedachteloos die trap opgestormd? Maar vandaag niet. Vandaag ben ik me bewust van elke stap die ik zet. Eenmaal boven neem ik de volgende trap en met een hoofd vol herinneringen dwaal ik door de bijna lege kamers.
De badkamer, waar ik als klein meisje in het bad zwom en waar ik later als puber uren stond te tutten. De slaapkamer van mijn ouders, waar ik naartoe vluchtte als de demonen me in mijn dromen achterna zaten en waar ik een veilige plek vond als ik weer eens door ziekte geveld was. De zolder, verboden terrein, want een hele toer om er te komen en levensgevaarlijk vanwege te broze houten balken.

Dan droom ik lopend verder naar mijn eigen kamertje, waar ik met poppen speelde, waar ik huiswerk maakte, fantaseerde over de toekomst en waar later mijn eerste vriendje ook mocht logeren. Overweldigende herinneringen aan een voorbij verleden, dat nu, met de verkoop van mijn ouderlijk huis voorgoed niet meer bij mijn heden zal horen.

Ik dwaal nog even verder en neem de kamer voor de laatste keer goed in me op, voordat ik langzaam de trap weer afloop naar beneden. Ik stap de woonkamer binnen, waar de hulptroepen de spullen al uit hebben gehaald. In de lege ruimte echoot de radio de muziek door de speakers. Het onmiskenbare geluid van Radio Noord dringt langzaam tot me door. Als ik m’n ogen sluit herbeleef ik alle gebeurtenissen in eens stroomversnelling. Die woonkamer was de plek waar we samen aten, tv keken, feesten vierden en waar ik eindeloos met vrienden en vriendinnen thee dronk met bastognekoeken. De plek waar zoveel samenkwam, verhalen verteld werden, verdriet gedeeld, ruzies uitgevochten en waar het leven van alledag zich afspeelde.

De plek ook, waar ik voorgoed afscheid nam van de belangrijkste man in mijn leven. De plek die daarna nooit meer hetzelfde is geweest. Mijn blik dwaalt af naar het grote raam, met het uitzicht op de Rijksstraatweg, naar de Vondellaan, waar de wieken van de molen ver boven de huizen uitsteekt. Een blik die ik, zittend aan de rand van mijn vaders ziekbed, de laatste maanden van zijn leven vaak met hem deelde.

Dit huis, mijn ouderlijk huis, werd bijna drie jaar lang een plek die ik ’t liefst vermeed. Omdat er zijn zoveel leegte en gemis deed voelen die niet gevuld kon worden. Vandaag echter voel ik die leegte niet. Voel ik alleen een dankbaar soort verdriet en vele, vele dierbare, warme herinneringen. Daar waar t me de afgelopen maanden niet lukte om die waardevolle momenten belangrijker te maken dan t rusteloze verdriet, lijkt het me vandaag wel te lukken. Het huis voelt even weer als vroeger. Veilig, warm en voor altijd een deel van mij.

En zo kan ik afsluiten wat met het overlijden van mijn vader eigenlijk al afgesloten werd, maar waarmee ik de afgelopen jaren nog geen vrede leek te kunnen hebben. Ik bleef vasthouden aan dat wat er niet meer was en ook nooit meer zou komen.

Ik kijk nog een keer goed om me heen en neem alle hoekjes en kieren goed in me op. Dan loop ik voor de laatste keer de trap weer af naar de voordeur. 16 treden, dan sta ik beneden. De voordeur klemt, maar ik ben sterker. Ik stap de deur door en met een ferme ruk trek ik de deur voorgoed achter me dicht. Het houdt hier op en aan de overkant van de straat begint mijn moeder aan een nieuwe start, waar de dierbare herinneringen aan dit huis de revue nog vaak zullen passeren.

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Janinne!’s story.