Repliek op Ligeti

György Ligeti

Blattwerk is het creatie-ensemble van het conservatorium en verzamelt elk jaar de meest avontuurlijke onder de studenten met het oog op een avond hedendaags klassiek. Op 29 januari treden deze moedigen aan in de MIRYconcertzaal. Hun programma is dit keer opgebouwd rond de befaamde Tien Stukken voor blaaskwintet van György Ligeti uit 1968. Deze mijlpaal in het genre krijgt voor de gelegenheid repliek vanuit de compositieklas. Drie studenten riposteren de Hongaarse meester met eigen werk. Hieronder gunnen zij ons alvast een glimp op het voorlopig nog stille resultaat van hun arbeid.

Het houtblaaskwintet van György Ligeti
Tekst: Régis Dragonetti

De geschiedenis van de Europese muzikale avant-garde na 1950 is bepaald niet vergeven van de jolige types. Karl-Heinz Stockhausen, Pierre Boulez, Luigi Nono, Theodor Adorno… Hoewel men al deze heren geen grote verdiensten kan ontzeggen, valt in retrospect evenmin te ontkennen dat muzikale navelstaarderij en dodelijke ernst belangrijke ingrediënten waren van de modernistische zomercocktail. Terwijl de rest van de wereld het haar liet groeien, ging in Darmstadt, het zelfverklaarde epicentrum van de ‘nieuwe’ muziek, nogal wat energie naar de vermoeiende vraag wat in het licht van de menselijke geschiedenis relevante muziek kon zijn, en vooral: wat niet. Stockhausen en Boulez bleken relevante muziek te schrijven.

Niet hoorbaar maar wel opmerkelijk is de voetnoot bij de laatste noot van de partituur…

Wie ook tot deze generatie behoort maar er tegelijkertijd enigszins buiten staat is de breed glimlachende Hongaar György Ligeti. Zijn houtblaaskwintet uit 1968 is geschreven in zijn mature stijl die de componist had ontwikkeld vanaf de vijftiger jaren. ‘Micropolyfonie’ noemde hij het zelf. Werken als Lontano, Requiem en Atmosphères (bekend uit Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey) maken gebruik van uiterst dense lijnstructuren. Dat levert een soort wriemelende toonclusters op die voortdurend van kleur veranderen. Hermetisch als dat op papier ook moge klinken, in wezen heeft Ligeti altijd voor mensenoren geschreven. Sommigen van zijn collega’s leken het daarentegen soms meer op het musicologenbrein gemunt te hebben.

Ligeti’s houtblaaskwintet presenteert zich als een verzameling spitante miniatuurtjes, elk met een eigen karakter. Nu eens koraalachtig dan weer in de vorm van een mini-klarinetconcerto. Niet hoorbaar maar wel opmerkelijk is de voetnoot bij de laatste noot van de partituur, een ‘erg droog’ te spelen do kruis:

« …but-’ There was a long pause
‘Is that all’ Alice timidly asked
‘That’s all,’ said Humpty Dumpty.‘Good-bye.’ 
»

Het is een citaat uit Lewis Carolls komische meesterwerk Through the Looking-Glass, meer bepaald uit het hoofdstuk waarin Alice — ja, die van Wonderland — Humpty Dumpty ontmoet. Voor wie niet bekend is met het werk: Humpty Dumpty is een hooghartig en eigenwijs ei dat op een muurtje zit en Alice onder meer uitlegt wat het nonsensgedicht Jabberwocky nu precies betekent. Om de keuze van dit citaat even in perspectief te plaatsen. Rond 1968 verdiepte Boulez zich in E. E. Cummings en André Bréton — bezwaarlijk onernstig te noemen — en las Stockhausen vooral zichzelf en de geplaagde Franse occultist Satprem.

Humpty Dumpty en Alice © Peter Newell

Het zou te ver gaan om het blaaskwintet als een kantelpunt te zien, maar die komische knipoog op het einde afdoen als een gril… neen, daarvoor was Ligeti te lucide. Erg verleidelijk is het alleszins om er een meta-muzikaal commentaar in te lezen, als in ‘laat de Humpty Dumptys in Darmstadt maar kwebbelen’. En inderdaad, vanaf de jaren 1970 wordt het werk van Ligeti speelser, meer ritmisch gedreven en beginnen er zogezegd ouderwetse elementen als melodie en consonante intervallen opnieuw een rol te spelen. Die nieuwe koers kwam hem op veel kritiek te staan. Een terugkeer naar de oude tijd, klonk het. Een knieval voor postmoderne nostalgie. Nogmaals in retrospect: wie maalt er eigenlijk een zier om? Stijlpolitiek heeft de wereld van de nieuwe muziek lang genoeg vertroebeld. En daarom zeggen wij: Leve Ligeti. Leve Alice.

En Humpty Dumpty? Die viel van het muurtje en all the King’s horses and all the King’s men couldn’t put Humpty Dumpty in his place again. Natuurlijk niet, hij was namelijk een ei.

Siebe Thijs

Op het einde van zijn Tien Stukken voor Blaaskwintet verwijst Ligeti in zijn partituur naar een citaat van Lewis Carroll, dat hij op een ludieke manier muzikaal vertaalt. Dat inspireerde me om zelf eens te grasduinen in het overige werk van Carroll. Vanzelfsprekend greep ik meteen naar Alice in Wonderland en viel mijn oog onmiddellijk op onderstaand alom bekende fragment:

‘But I don’t want to go among mad people,’ Alice remarked.
‘Oh, you can’t help that,’ said the Cat: ‘we’re all mad here. I’m mad. You’re mad.’
‘How do you know I’m mad?’ said Alice.
‘You must be,’ said the Cat, ‘or you wouldn’t have come here.’
Cheshire Cat

Deze woorden spraken me enorm aan en zetten me aan het denken. Wanneer noemen we iets of iemand gek? Ben ik gek? Is het oké om gek, vreemd, abnormaal te zijn? Of is iedereen gewoon gek en is gek juist heel normaal? Muzikaal ga ik op zoek naar een balans tussen Ligeti’s taal en die van mij, die daar eigenlijk toch vrij ver van staat. Ik probeer een sfeer neer te zetten en het fragment van Carroll op mijn eigen manier muzikaal te vertalen, al zal er ook heel wat invloed van Ligeti in mijn werk te horen zijn.

Benjamin Windelinckx

In mijn stuk gebruik ik een tekst van Franz Kafka, dat andere literaire idool van Ligeti. Kafka’s tekst, een dagboekfragment, gaat over een tevergeefs zoeken naar ‘het zelf’ (zelfs zijn zinnen hebben geen echt onderwerp).

19 Juni 1916
Alles vergessen. Fenster öffnen. Das Zimmer leeren. Der Wind durchbläst es. Man sieht nur die Leere, man sucht in allen Ecken und findet sich nicht.

Een zwaarder thema misschien naast Lewis Carolls nonsenspareltjes, maar al minstens even absurd en even veel deel van Ligeti’s wereld. Trouwens, wat kan een relevanter onderwerp zijn voor een repliek op het werk van iemand anders?

Toon Pillaert

Commentaar leveren is geen evidente opgave, en al zeker niet in dit stadium van onze opleiding. De technieken die zo eigen zijn aan Ligeti’s muziek, zoals micropolyfonie, onregelmatige maatsoorten en het spel met ‘valse’ natuurlijke harmonieken, zijn in wezen ook ‘maar’ technieken, bedoeld om een bepaalde klankwereld op te roepen. Interessanter als uitgangspunt lijkt me de wijze waarop Ligeti zijn stukken concipieert. In de Musica Ricercata bijvoorbeeld bouwt hij de muziek op vanuit het niets, door bewust te vergeten wat er al die honderden jaren al op papier gezet was. Het is voor discussie vatbaar hoe goed hij daar in geslaagd is, maar los daarvan is het concept wel interessant. Bovendien is zijn gehele oeuvre trouwens zelf in zekere zin op te vatten als een commentaar. In 1996 zei hij daarover het volgende:

‘Nieuwe kunst volgt altijd een traditie, Je kan daar niet aan ontsnappen. Toen ik in het westen aankwam was men geobsedeerd door het vraagstuk ‘twaalftoons of geen twaalftoons?’ Iedereen vroeg zich af welk pad muziek moest volgen na Boulez en Stockhausen. Ik ben onbescheiden genoeg om te zeggen dat ik met mijn Atmosphères heb getoond dat het mogelijk was iets volkomen anders te doen. Ik begrijp die attitude niet van ‘er is avant-garde en dan ook nog dat postmodern neo-tonaal gedoe’, alsof er geen derde weg is. Er zijn altijd honderden wegen. Je moet ze gewoon vinden.’
György Ligeti, een man met humor

Veel meer heb ik daar niet aan toe te voegen. Je eigen pad vinden, het idioom vinden waarin je jezelf het best kan uitdrukken of vertellen wat je te vertellen hebt. Het blijft een streefdoel van elke (aspirant-)componist. Deze opdracht is een stap in mijn zoektocht, met het idee van Ligeti als leidraad. Klank, timbre en sonoriteit op een persoonlijke manier herontdekken. Maar ik maak mij geen illusies. From scratch alles heruitvinden is niet mogelijk en dat hoeft ook helemaal niet. Zoals zo vaak is de zoektocht zelf veel interessanter. Dus als deze of gene passage verdacht veel wegheeft van iets van Lachenmann, Boulez of Ligeti? Dat mag. Enkel door te schrijven en de uitvoering ervan te horen leer je bij. Los van al dat gefilosofeer, neem ik zeker ook de speelsheid mee van Ligeti’s muziek. Dat is misschien wel de belangrijkste les die we hier te trekken hebben.