Bekentenissen van een online leugenaar

Ik was negen, maar op chatboxen speelden mijn beste vriendinnetje en ik Samantha, een meisje van 16, soms 18 die eruit zag als Playmate en op zoek was naar liefde. De bibliotheek van de wereld lag voor ons open en wij besloten mensen te catfishen. De modem sputterde, piepte of viel uit wanneer haar vader telefoon kreeg. Op zulke momenten moesten we de chatbox snel wegklikken, want het telefoontoestel stond naast de computer.

Ik was geen leugenachtig kind, toch voelde ik dat in de blauwe kadertjes met flikkerende namen meer mogelijk was dan in de rest van de wereld. We combineerden al de beperkte kennis die we hadden over flirten en relaties, vooral opgedaan uit Thuis (zij) en strips voor volwassen (ik) en draaiden PuNkRoCkeRGrl666 of Bartjen_007 rond onze vinger.

Vrij snel erna begreep ik dat ik Samantha niet nodig had. Op MSN durfde ik tegen jongens praten die een paar jaar boven me zaten, mijn hart opspringend als ik merkte dat de pauzes tussen de berichtsignalen steeds korter werden. Terwijl mijn broertje zeurde dat me nog vijf minuten computertijd restten, merkte ik dat ik al chattend gevatter, grappiger en charmanter was dan in het echte leven.

Van mijn barbiepoppen en Sims die volwassen waren en avonturen beleefden die voor mij onmogelijk bleven, was ik overgestapt op sociale media. Ik bleek niet de enige. Facebook gaf vorig jaar toe dat 10% van de accounts op hun site vals zijn en mijn eigen vrienden hebben ijverig meegewerkt aan die statistiek. Veel van hen hebben een valse account, compleet met een relatiestatus (’tis ingewikkeld) en wazige feestfoto’s.

Net zoals mijn favoriete Barbie-poppen na een knipbeurt, poging tot tatoeages met markeerstift of onopzettelijke onthoofding in een hoekje onder hoogslapers belandden, zweven deze fake accounts nu verloren rond. Eén enkele extreem beleefde ziel wenst ze soms een gelukkige verjaardag. Dat wil niet zeggen dat hun geestelijke moeders en vaders gestopt zijn met liegen.

Een Amerikaanse studie uit 2016 vroeg gebruikers van sociale media, online datingsapps, anonieme chatrooms en seksgerelateerde websites hoe vaak ze leugens vertelden over zichzelf. Wat opviel was dat de bevraagden niet alleen aangaven regelmatig te liegen (16 % loog op sociale media, 32% in anonieme chatrooms), maar dat ze ook extreem wantrouwig bleken te zijn ten opzichte van hun medegebruikers. Op sociale media verdachten 50% van de deelnemers hun contacten van liegen, bij datingsapps, anonieme chatrooms en sekswebsites steeg het wantrouwen naar 90%. Hoe meer participanten zelf logen, hoe minder vertrouwen ze hadden in hun online omgeving.

Zodra ik op de tast mijn smartphone zoek bij het wakker worden tot ik ga slapen krijg ik een salvo aan verbloemingen en leugens over me heen. Verre nonkels uit Congo beloven een fortuin, ik krijg gratis Raybans in ruil voor een share, influencers pronken met een jas die meer kost dan een maandloon en mijn kennissen lijken altijd op vakantie, steeds productief en vooral, steeds gelukkig.

Die kleine en grotere leugens zijn niet zonder gevolgen. Ik scroll door de comments onder een licht polariserend artikel en het valt mij op hoeveel argwaan er heerst. Facebook-gebruikers bijten van zich af als in het nauw gedreven diertjes, fanatiek op zoek naar complotten. Misschien kreeg ‘fake news’ daarom zoveel bijval. Mensen waren opgelucht dat er een term bestond om hun groeiend gevoel van ongemak te benoemen.

De afgelopen weken denk ik vaak aan Anna Delvey, het Russische meisje dat werd gearresteerd nadat ze zes jaar lang de beau monde voor de gek hield. Met valse cheques, valse bankafschriften en een stapeltje 100 dollar biljetten dat ze gul uitdeelde als fooi wist ze investeerders ervan te overtuigen dat ze een rijke erfgename was. Ze reisde af naar New York om er een prestigieus kunstencentrum op te richten. Uiteindelijk haalden onbetaalde rekeningen bij luxehotels en torenhoge schulden haar snelle klim naar de top in. Ze bleek Anna Sorokin te heten. Ze kwam uit een Russisch middenklassegezin dat aan de grens van Keulen woonde. Ondertussen is ze al een paar keer voor de rechter verschenen. De pers houdt ervan foto’s van haar in Balenciaga naast nieuwe beelden te plaatsen. Ze zit in afwaswaterkleurige gevangeniskleren in de rechtbank, met haar dat de overgang van Kréastase-shampoo naar twee-in-één-zeep nog niet heeft verwerkt. Ik vraag me af wie zij als haar echte zelf beschouwt. Uit interviews die ze vanuit haar cel gaf, blijkt dat ze naast de wereld ook zichzelf van haar verzinsels heeft overtuigd. Ze is nu die trustfund-baby met curatordromen, geld of geen geld.

Illustratie door Charlotte Van Hacht

Die identiteitscrisis kan ik begrijpen. Mijn smartphone is als een huis en Facebook en Instagram de nieuwe voorkamers waarin ik op mijn zondagse best bezoek ontvang. In de voorkamer post ik een spontaan vakantiekiekje uit Spanje. In de achterkamer stapelen foto-albums met tien gelijkaardige spontane foto’s zich op en vertel ik aan een kleine groep vrienden dat de paella op de foto me een voedselvergiftiging bezorgde. Vroeger konden mensen hun publieke zelf achterlaten in een fysieke ruimte, om in te ruilen voor hun private zelf. Eens de deur gesloten, was de scheiding tussen beide ruimtes duidelijk. Nu draag ik beide kamers in mijn achterzak en vergeet soms welke zelf de echte is. Misschien heb ik Samantha nooit helemaal achter mij gelaten. Ze is alleen gestopt ‘lol’ te typen na elke zin.