Help! Mijn koffiemachine bespioneert mij. Waarom het Internet of Things eigenlijk gewoon het Internet of Shit is.

De belofte van het Internet of Things (IoT) is dat het ons leven eenvoudiger zal maken. In realiteit leven we stilaan in een laatkapitalistische, shitty dystopie waarin alles duur is, niets goed werkt en ons huishoudapparatuur ons bespioneert. De toekomst is hier, en ze suckt.

Ik heb een bevriend koppel, Luís en Stella, die in een ‘Smart Home’ wonen. De verwarming en de verlichting bedienen ze met een app. Dankzij de slimme deurbel zien ze op hun gsm wie er voor de deur staat. Luís is wild enthousiast. Stella is geen fan. “Ik vind dat verschrikkelijk,” luidt het.

“Wij hebben fancy lichtknoppen met touchscreen. Vaak weet ik niet welk licht er zal aan- of uitgaan. Bovendien zit er vertraging op. Dan druk ik 7 keer en is het systeem in de war. Over de meest simpele zaken die vroeger vanzelfsprekend waren moet ik nu nadenken. Zonder Luís krijg ik de verwarming zelfs niet aan.”

Eén van de grootste frustraties is Alexa, de virtuele assistent van Amazon. Alexa luistert om één of andere reden alleen naar Luís. Waardoor Stella bijvoorbeeld de muziek niet kan bedienen. Stella: “Die trut luistert niet naar mij, dat is super gênant wanneer er volk over de vloer is. In het begin vraag ik nog iets beleefd aan Alexa maar al snel ben ik luid aan ‘t schreeuwen dat Justin Bieber af moet.”

Het gaat nog veel verder dan verlichting, verwarming of muziek. Je kan tegenwoordig geen object meer verzinnen of één of andere techneut uit Silicon Valley probeert het te verbinden met het internet. In al hun enthousiasme zien deze would-be Elon Musks over het hoofd dat hun ‘uitvindingen’ gewoon belachelijk zijn. Hier volgt een bloemlezing, maar de lijst is schier eindeloos.

Een broodrooster verbonden met het internet die je via een app laat weten wanneer je toast klaar is. Een geconnecteerde eierdoos die je vertelt hoeveel eieren je nog over hebt en hoe lang ze nog goed zijn. Een drinkbus die je er aan doet denken te drinken. Een zoutvaatje. “Just shake your phone to dispense salt” is een letterlijke quote uit de hilarische promovideo op hun website. Een spiegel. Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is volgens Instagram de mooiste van het land? Een slimme haarborstel. Een tandenborstel. Een koortsmeter die je vertelt wanneer je de dokter moet bellen. Bedankt slimme koortsmeter, misschien is met 38,5 graden koorts de dokter bellen inderdaad een goed idee. Een condoom die de staat van je seksleven analyseert. Voor alle data-nerds die liever van een app horen hoe slecht ze zijn in bed in plaats van het aan hun lief te vragen. En, natuurlijk, tal van internet geconnecteerde dildo’s, die overigens eenvoudig gehackt kunnen worden. Moet ik doorgaan?

Ik stel voor dat we vanaf nu niet meer verwijzen naar apparaten verbonden met het internet als ‘slim’. Want al die toepassingen zijn stuk voor stuk oerdom. Eén van mijn favoriete Twitter-pagina’s is ‘Internet of Shit’. Een anonieme informaticus levert er cassante en hilarische commentaar op de zoveelste zinloze IoT-uitvinding of beveiligingslek. Ik neem zijn definitie over en spreek voortaan van het Internet of Shit.

Bovendien is het Internet of Shit naast duur en onpraktisch ook nog eens een gigantische bedreiging voor onze privacy. Een journalist besloot bij wijze van experiment zoveel mogelijk toestellen in haar huis aan te sluiten op het internet. Een collega monitorde via een speciale router alle uitgaande traffic. Wat bleek? Al die apparaten praten constant met hun fabrikanten. Non-stop. Ook wanneer ze niet thuis zijn.

Na verloop van tijd had je een zeer compleet beeld over het doen en laten van de journalist en haar gezin. Wanneer ze opstaan, wanneer de lichten aan- en uitgaan, wanneer hun kind opstaat en gaat slapen, welke shows ze kijken op televisie, wanneer ze hun tanden poetsen, … Dat is dan nog de niet-geëncrypteerde informatie. God weet welke gedetailleerde informatie die apparaten doorsturen naar hun fabrikanten.

Jaja, fabrikanten zeggen wel dat ze de privacy van hun gebruikers respecteren. Maar kan je ze vertrouwen? Het is de kat bij de melk zetten. Data is het nieuwe goud. Grote bedrijven als Amazon en Google betalen grof geld voor informatie over hoe consumenten zich thuis gedragen.

Het begint stilaan Orwelliaanse proporties aan te nemen. We bouwen vrijwillig een structuur rondom ons die totale surveillance mogelijk maakt. We kopen een toestel verbonden met het internet, maar wat geven we prijs?

Of er ook voordelen zijn aan hun ‘smart home’, vraag ik aan Stella. Ohja, die keer toen Stella ladderzat thuis kwam, gsm plat en de sleutel kwijt. Ze duwde 20 keer op de slimme deurbel. Luís, die nog aan ‘t feesten was, zag op z’n gsm Stella voor de deur staan, sprak met haar via de deurbel en vertrok naar huis om haar binnen te laten. De slimme deurbel nam ook beelden op van Stella die dronken en wanhopig voor de deur staat. Die zitten nu ergens in de cloud.

Like what you read? Give Frederik Van den Bril a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.