illustratie door Charlotte Van Hacht

Is mijn Facebook een gedenkplaats voor gestorven vriendschappen?

Laatst ging ik met de grove borstel door mijn vriendenlijst op Facebook. Marie Kondo-gewijs overliep ik de namen. ‘Do you spark joy?’ vroeg ik me af, turend naar de profielfoto van een meisje uit mijn middelbare school van wie ik me vooral haar blokjes met regenboog-elastiekjes herinnerde. Uit haar feed kon ik afleiden dat ze in de 12 jaar sinds ik haar zag een huwelijk, echtscheiding, maagverkleining en een bevalling achter de rug had. Een tiental minuten later waadde ik kniediep in een poel van haar Tenerife-foto’s en spaghetti-etentjes. En dus verzon ik mijn eigen, meer efficiënte selectievraag: ‘Zou ik ze dag zeggen als ik ze op straat tegenkwam?’ Een klein knikje volstond om de schifting te halen. Nu kan ik bij tijden nogal een asociale trut zijn, en dus was mijn lijst in een mum van tijd een 150-tal zielen lichter. Tot nu toe gaf ik enkel jarige contacten die ik me niet herinnerde een defriending cadeau. Onterecht, want deze schrobbeurt werkte verlichtend. Ik spoorde mijn huisgenootje vrolijk aan ook door haar lijst te harken, wat ze onmiddellijk enthousiast deed.

Een paar dagen na mijn kleine Facebook-purge had ik nog steeds een huppeltje in mijn stap, tot een vriend me belde. Hij vertelde me dat een gemeenschappelijke vriend had besloten hem en mij voorgoed te ‘defrienden’ in het echte leven. Het gesprek en de situatie waren een hoop ingewikkelder dan ik het nu samenvat, maar het volstaat te zeggen dat de vriend in kwestie ons absoluut niet meer wou zien. In mijn hoofd wandelde ik door alle scènes van de herinneringen die ik de afgelopen tien jaar met hem had opgebouwd. Ik bekeek de momenten in detail, met tot spleetjes geknepen ogen. Toch slaagde ik er niet in te ontdekken op welk punt er iets onherroepelijk was overgeheld. Op welk moment had ik hem zo teleurgesteld dat hij nu niets meer met me te maken wou hebben? Andere vrienden gaven me knuffels en verzekerden me dat ik niets fouts had gedaan. Ik bestudeerde ze wantrouwig. Waren ook zij in staat me met evenveel gemak als een muisklik uit hun leven te verwijderen?

Scrollend door mijn Facebookprofiel zag ik beelden van mijn nu verbroken vriendschap voorbij glijden. Het verbaasde me hoeveel mensen met wie ik vrolijk poseerde ik vandaag nog amper hoor of spreek. Facebook heeft net zijn 15e verjaardag achter de rug en nu voelt mijn profiel soms aan als een gedenkplaats voor verwaterde vriendschappen. Bij exen zou ik misschien nog wat romantische foto’s verwijderen, voor doodgebloede vriendschappen neem ik die moeite niet.

Illustratie door Charlotte Van Hacht

De overgang verloopt dan ook een stuk subtieler. Relaties bestaan eerst nog uit het elkaar taggen in memes, omdat er niet genoeg tijd is om af te spreken. Uiteindelijk zijn er nog een aantal likes op essentiële posts van de ander, tot de band rustig zijn laatste adem uitblaast. Tot ze af en toe opduiken in mijn feed en me een met een schuldgevoel achterlaten. Hun ouder wordende gezichten en evoluerende levens maken me onbehaaglijk, net als een wandeling langs mijn oude schoolgebouw dat ondertussen drie facelifts heeft ondergaan. Is het angst om zelf ouder te worden? Misschien wel.

Voor sociaal incapabele über-nerd als Mark Zuckerberg of nog daarvoor Tom van Myspace (die nu trouwens op pensioen is) leek het misschien logisch om de term ‘vriend’ te koppelen aan de connecties die we maken op sociale media. Zelf kan ik niet één persoon aanwijzen met wie mijn band dankzij hun platformen sterker werd.

Na mijn 27 jaar op deze aardbol weet ik nog steeds niet waarom bepaalde mensen mijn vrienden werden en anderen niet. Zeker is dat wanneer je samen een potje jankt of een monster-kater deelt, je ook een beetje van elkaar gaat houden. Of om het met J.K. Rowlings woorden te zeggen: “There are some things you can’t share without ending up liking each other, and knocking out a twelve-foot mountain troll is one of them.” Maar mocht je nog twijfelen, ga dan voor de korte pijn, draai je naar je vrienden om en vraag ze op de man af, gewoon: ‘Do I spark joy?’