Puzzelen met taal
Promovenda in beeld: Elaine van Dalen

(vanuit Manchester)
Elaine van Dalen houdt van taal. Het is zeg maar echt haar ding. Het liefst puzzelt zij met ingewikkelde talen, zoals Arabisch, Grieks, Aramees en Hebreeuws. Hoe complexer, hoe beter. Ze deed twee bachelorstudies tegelijkertijd in Leiden: Hebreeuwse en Aramese talen en culturen en Midden-Oostenstudies. Daarna heeft ze een masteropleiding Middle East studies gedaan in Egypte. Nu doet deze 24-jarige promovenda onderzoek aan de Universiteit van Manchester naar medische teksten in het Arabisch.
Hoe vond je deze promotieplek?
“Dat is een grappig verhaal. Toen ik nog in Cairo studeerde, zag ik de vacature en heb ik de leidinggevende professor gemaild om wat informatie. Hij mailde terug dat hij op dat moment toevallig ook in Cairo verbleef en of ik die avond met hem uit eten wilde gaan. Hij dacht meteen dat ik een sterke kandidaat zou zijn en daarna ben ik aangenomen. Het ging allemaal zo snel. Ik ben eigenlijk pas net geslaagd voor mijn master!”

Wat onderzoek je?
“Ik bestudeer medische teksten in het Arabisch. Dit zijn medische commentaren op de aforismen van Hippocrates, een van de eerste Griekse artsen. Zulke commentaren werden bijvoorbeeld in het Grieks geschreven door Claudius Galenus, een bekende arts die leefde in de 2e eeuw na Christus. In de 9e eeuw heeft de Arabische fysicus Hunayn Ibn Ishaq deze Griekse commentaren naar het Arabisch vertaald. Zo kwam de medische kennis voor het eerst in het Midden-Oosten terecht en konden de Arabieren hun medische kennis weer verder ontwikkelen. In de vijf eeuwen daarna hebben Arabische wetenschappers hun eigen commentaren en andere medische werken geschreven. Mijn onderzoeksgroep verzamelt alle Arabische medische commentaren, zodat ze gedigitaliseerd kunnen worden.”

Hippocrates leefde van 460 — 570 voor Christus. Hij wordt beschouwd als de vader van de Westerse geneeskunde. Tijdens zijn leven schreef hij verschillende werken, waaronder de aforismen. Dit zijn korte (soms laconieke) uitspraken, meestal niet langer dan één regel, die een levenswijsheid bevatten. Het bekendste en eerste aforisme van Hippocrates is (vertaald in het Engels): ‘Life is short, the art is long, the [right] time is fleeting, experience dangerous and decision difficult’, of (in het Latijn): ‘Ars longa, vita brevis’.
“Specifiek gaat mijn onderzoek over het medisch discours van de commentaren. Kunnen we de Arabische commentaren als een specifiek discours zien? Of is het een voortzetting van de Griekse traditie van Galenus? Zulke vragen wil ik voornamelijk beantwoorden door naar de taal van al deze werken te kijken. Wat zijn de stilistische kenmerken van de schrijvers en hoe verschillen ze van elkaar? Op welke manieren verwoorden ze hun medische kennis? Het is interessant om te kijken naar de ontwikkeling van het medisch Arabisch na de eerste vertaling van het commentaar van Galenus. Waarschijnlijk is er tijdens het vertalen terminologie bijgekomen, omdat deze er voorheen nog niet was. En latere commentatoren voegen hier weer vaktermen aan toe. Hoe is de kennis uitgebreid? Ik kijk dus vooral vanuit de linguïstiek naar de teksten.”
Hoe zien je dagen eruit?
“’s Ochtends ga ik naar kantoor en dan ligt het eraan welke bezigheden ik allemaal heb. Ik volg namelijk ook een vak gevorderd Grieks. Dat heb ik nodig om te kijken hoe de vertaling van het Arabisch beïnvloed is door bepaalde Griekse structuren. Ook zit ik bij een leesclub Arabisch, waar we als team wekelijks tijd besteden aan het lezen van de Arabische commentaren. ’s Avonds en in het weekend werk ik vaak thuis.”
Is het nodig om ’s avonds en in het weekend te werken?
“Misschien niet, maar als ik eenmaal iets aan het uitzoeken ben, wil ik daar het liefst mee doorgaan tot ik het probleem heb opgelost. Als ik het los laat en even laat liggen, raak ik het weer kwijt. Nadat ik iets heb uitgezocht, ben ik meestal een week wat minder druk omdat ik dan weer op zoek ga naar een nieuw ‘probleem’ om op te lossen. Ik vind thuis werken ook helemaal niet erg, want voor mij voelt het niet als werk. Het is niet verplicht, maar ik wil een goede thesis afleveren en daarom wil ik er veel tijd in steken.”
Wat vind je het moeilijkste aan promoveren?
“Toen ik net begon vond ik het moeilijk om te weten te komen wat precies mijn onderzoeksvragen zouden worden. Ik had wel een voorstel geschreven, maar dan moet je er ineens aan beginnen. Mijn begeleider vroeg mij bijvoorbeeld om naar conditionele zinnen te kijken. Ik keek ernaar en dacht: ‘En wat moet ik er nu verder mee doen?’ Het is moeilijk om zelf uit te vinden wat interessant is. Ik voelde me een beetje onzeker, omdat ik het nog niet eerder had gedaan. Kan ik het wel? Veel mensen hebben dat in hun eerste jaar; dan zijn ze totaal de weg kwijt en lezen ze alleen maar secundaire literatuur. Ik ben pas eind september begonnen, dus ik ben blij dat ik al een beetje op weg ben. Ik heb nu mijn eerste hoofdstuk geschreven, waarvoor ik onderzoek heb gedaan naar conditionele zinnen. In medische teksten zijn dat zinnen waarin een oorzaak en gevolg zit, zoals: ‘Als de patient X heeft, is er waarschijnlijk X aan de hand’. Ik heb gekeken of dat in het Arabisch ook zo wordt verwoord. Voor het eerste hoofdstuk heb ik die conditionele zinnen op een originele manier gecategoriseerd. Daar ben ik blij mee, want ik wist er amper iets vanaf.”
“Het leukste aan onderzoek doen vind ik om in verschillende data zelf structuur aan te brengen. Over dit onderwerp weten we nog weinig en ik kan nu de medische taal in die tijd zelfstandig in kaart brengen. Ik produceer nieuwe kennis!”
Met wat voor ‘probleem’ ben je op dit moment bezig?
“Nadat ik mijn eerste hoofdstuk af had, ontstond er binnen onze groep een discussie over dat we eigenlijk geen theoretisch kader hebben waarbinnen we dit onderzoek kunnen doen. Het is wel belangrijk om je onderzoek in te kunnen passen binnen bepaalde literatuur, zodat het niet geïsoleerd is van de rest. Ik moet de relevantie van het onderzoek kunnen uitleggen. Waarom willen we dit weten? Dat is lastig, maar ik raak nu steeds meer geïnspireerd! Ik wil mijn onderzoek namelijk linken aan Foucault’s ideeën over discoursanalyse. Verder wordt er onderzoek gedaan naar het modern medische discours en bijvoorbeeld naar medisch Latijn in het Romeinse Rijk. Die methoden kan ik ook op de Arabische middeleeuwse teksten toepassen. Bovendien is onze moderne medische kennis niet direct uit het oude Griekenland gekomen, maar via het Midden-Oosten. Dat feit wordt vaak genegeerd. Mijn project helpt om de medische traditie beter te begrijpen, maar ook om de Arabische taal beter te begrijpen en te ontdekken hoe het zich heeft ontwikkeld door de eeuwen heen. Dat is nog niet goed bestudeerd.”
Hoe is het om al zo’n lange tijd in het buitenland te wonen?
“Natuurlijk mis ik mijn familie en vrienden. Ik was eigenlijk van plan om na mijn opleiding in Egypte weer naar Nederland te komen en op mijn gemak naar een baan te zoeken of nog een masteropleiding te gaan doen. Gelukkig is Manchester wel wat dichterbij dan Cairo. Met Pasen ben ik weer even naar huis gegaan.”
Wat zijn je toekomstdromen?
“Ik wil graag verder in het onderzoek, het liefst in Amerika. De cultuur daar, het harde werken, dat spreekt me wel aan. Ik wil nog meer artikelen schrijven en daarna boeken. Ooit wil ik professor worden.”