Slimmer dan de tumor
Promovenda in beeld: Elien Doorduijn
Tumorcellen kunnen slim zijn. Zó slim, dat ze zich verstoppen voor het afweersysteem en niet gedood kunnen worden door conventionele therapieën. Daar komt Elien Doorduijn in beeld. Deze promovenda wil met haar onderzoek aantonen dat er wel degelijk immuuncellen zijn die de tumorcellen kunnen opruimen. Maar dan moeten haar experimenten wel eerst lukken natuurlijk.
In een klein ‘promovendihokje’ verstopt in een gang van het doolhof dat het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) heet, werkt Elien aan haar promotieonderzoek bij de afdeling Klinische Oncologie. Krap twee jaar is zij bezig en vastberaden om de buitenwereld ervan te overtuigen dat er een manier moet zijn om een type onzichtbare tumorcellen aan te vallen met lichaamseigen afweercellen.
TAP

Het type tumorcellen waar we hier over spreken zijn TAP-negatief, wat betekent dat ze het stofje transporter associated with antigen processing missen. Normaal gesproken wordt het afweersysteem geactiveerd zodra er een stofje op een cel wordt ontdekt dat lichaamsvreemd is: een antigen. Antigenen worden gepresenteerd op MHC-klasse I moleculen, een soort dienbladen van de cel, die op hun beurt weer TAP nodig hebben om op het celoppervlak te verschijnen. Zodra cellen van het afweersysteem een cel ontdekken met daarop een MHC-molecuul dat een antigen presenteert, wordt deze cel gedood. TAP-negatieve tumorcellen hebben minder MHC-klasse I moleculen op hun oppervlak en zijn ‘slim’ in die zin, dat ze onzichtbaar zijn voor het afweersysteem en dus niet worden gedood.
Hoewel TAP-negatieve tumoren het afweersysteem te slim af zijn, probeert Elien toch een manier te vinden om de tumor te herkennen. Want ook al zitten er minder MHC-klasse I moleculen op het celoppervlak, degenen die er wél zijn presenteren andere eiwitten dan gewoonlijk, waaronder het eiwit Trh4. Elien: “Wij proberen T-cellen, dat zijn cellen van je eigen afweersysteem, zo te ‘programmeren’ dat ze alleen cellen met Trh4 herkennen. Als dat lukt, zal het afweersysteem alleen de tumor opruimen.”
Muizen
Dit klinkt natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Want hoe programmeer je die T-cellen dan en hoe spuit je ze in? Bovendien kan dit idee nog niet getest worden op patiënten zelf. Daarom werkt Elien met muizen. “Daar moest ik wel even aan wennen. Maar het is een belangrijk onderdeel van het werk. We hebben muizen nodig om T-cellen te maken die Trh4 herkennen en een ander type muis met een tumor om te testen of de T-cellen de tumor herkennen”, zegt Elien. Alle cellen worden intussen weer verder gekweekt en getest op het laboratorium.

“Mijn beste resultaat tot nu toe is een experiment waarin we hebben aangetoond dat specifieke T-cellen inderdaad andere cellen met het eiwit Trh4 herkennen”, vertelt Elien. Voor het experiment werden T-cellen in muizen geïnjecteerd en programmeerd door middel van vaccinatie. Daarna werden twee verschillende celsoorten ingespoten: één met het Trh4-eiwit en andere met een controle eiwit. “Wat bleek? Na twee dagen waren alle cellen met Trh4 gedood. De T-cellen hebben dus de juiste cellen herkend!”
De buitenwereld
“Dit klinkt veelbelovend, maar we zijn er nog niet”, zegt Elien. Want de ideeën van haar onderzoeksgroep zijn nieuw, maar nog niet geaccepteerd door de buitenwereld. “Er zijn maar heel weinig mensen die hieraan werken”, verklaart Elien. “Aan de ene kant is dat leuk, omdat we bezig zijn in een heel nieuw veld dat nog open ligt. Maar aan de andere kant moeten we onze ideeën zien te verkopen, en dat is lastig.”
Een ander lastig aspect van onderzoek doen is het interpreteren van de resultaten. Die zijn nooit zwart/wit. Als je drie experimenten doet, waarvan er twee goede resultaten laten zien en één niet, welke vertrouw je dan? Elien: “Daar praten we veel over, want iedereen krijgt daarmee te maken in het onderzoek. Als je een experiment twee keer doet, krijg je nooit dezelfde resultaten. Het is soms een grijs gebied. Het is heel makkelijk om te zeggen: ‘Dit experiment werkte niet, dus die nemen we niet mee in de analyse.’ Ik ben daar zo eerlijk mogelijk in, maar je wilt ook je verhaal verkopen, dus dan moet je soms dingen nog verder uitzoeken en even laten liggen.”
Amerika
In de laatste jaren van haar promotieonderzoek hoopt Elien nog meer bewijzen te kunnen leveren voor haar hypothese. “Wat ik nog heel graag zou bereiken met dit onderzoek”, zegt ze, “is echt laten zien dat de afweercellen de tumoren kunnen opruimen.” Het concept bewijzen waar haar onderzoeksgroep nu in gelooft, zou heel mooi zijn. Elien heeft er wel vertrouwen in. En daarna? “Door in het onderzoek. En naar het buitenland, misschien Amerika!”