Er zijn goede redenen om als schrijver met je kop op tv te komen. Move the product, zei Martin Bril al. Promotie is tegenwoordig core business van de auteur. Het plaatje net zo belangrijk als het praatje. Maar soms doe je er verstandiger aan om uit het zicht van de camera te blijven.

Ik heb nu drie maal gekeken naar programma’s waarin Diederik Stapel te gast was. Ik zou een zwak voor die man kunnen hebben, al was het maar omdat ik erg houd van gevallen helden. Daarnaast komt hij uit dezelfde plaats als ik (Oegstgeest), zat hij op dezelfde middelbare school (Het Rijnlands Lyceum) en bovendien is hij van mijn leeftijd. En toch is er iets wat me in hem tegenstaat. Het regelmatig interrumperen van de interviewer tijdens die optredens. Dat gelijkhebberige, drammerige, competitieve dat die man uitstraalt. Nog steeds het slimste jongetje uit de klas willen zijn.

Stapel praat niet vergoelijkend over wat hij heeft misdaan, maar hij lijkt ook niet helemaal doordrongen van z’n eigen misstappen. Hij heeft het over disproportionaliteit. Roept dat hij te zwaar is gestraft. Vindt het eigenlijk heel verwonderlijk dat híj niet mag schitteren op een bijeenkomst die gesponsord wordt door de KNAW.

Stapel laat zich tijdens zijn toernee vergezellen door Anton Dautzenberg. Samen schreven ze een boek. Dautzenberg, zo weet ik, is een slimme vent die ook nog eens goed uit z’n woorden komt, engagement toont waar anderen dat laten afweten, en erg mooi schrijft. Het is ook iemand die regelmatig de grenzen van de fictie opzoekt en overschrijdt, en waarschijnlijk daarom heeft Stapel in hem een leuk maatje gevonden. Vraag is alleen of die combinatie een gelukkige is. Laurel & Hardy (en alle succesvolle duo’s) schitteren bij de gratie van het contrast: de een de sul, de ander de slimmerik. De een de bad guy, de ander de goedzak. Bij Stapel en Dautzenberg is die balans zoek. Die zijn allebei pains in asses, enfants terribles, provocateurs. Dat mag natuurlijk, maar maakt hun optredens onuitstaanbaar, althans voor zover het Stapel betreft. Waar Dautzenberg The Guy You Hate To Love is, geldt voor Stapel precies het omgekeerde. En belangrijker nog: hij mist ten enenmale de gun-factor. Hij zal ongetwijfeld goed en mooi kunnen schrijven, maar z’n pedanterie weerhoudt me om dat boek te kopen.

Misschien, nee, waarschijnlijk is hij in werkelijkheid helemaal niet vervelend, kun je fantastisch leuke en zinnige gesprekken met hem voeren, maar op tv bevestigt hij ongewild alle vooroordelen die je over hem kunt hebben. De uitgever had er verstandig aan gedaan hem daarop te wijzen en daarvoor te behoeden. Maar nu is het te laat.

“Ja, maar ik ben er ook nog, ik besta!”, schreeuwt hij uit.
Ja, we zien je, Stapel. Maar blijf in godsnaam met je kop van TV. Gebruik je niet onaanzienlijke intellect op een slimme manier. Schrijf eens over een ánder. Verhuur jezelf als ervaringsdeskundige, coach van mijn part corrupte CEO’s, verkoop organisch geteelde pompoenen op de markt, verzin een geile tv-serie (mits die niet in Oegstgeest speelt, want daar ben ik al mee bezig). O ja, en laat je moeder erbuiten.

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Henk Rijks’s story.