Amsterdam

Ergens rond de kerst is de knoop doorgehakt. Na twee jaar heen en weer reizen tussen Amsterdam en Nieuw-Vennep en het slepen met koffers werd het tijd om mijn toekomst en die van Niek wat meer perspectief te geven en vooral rust te creëren. Inmiddels was ik moe van het gereis en het georganiseer, maar vooral was ik moe van het avonden alleen op de bank zitten zonder dat ik, nadat Niek op bed lag, nog weg kon. Die avonden dat ik om half negen dacht, ‘dan ga ik maar naar bed’, de avonden met etentjes en borrels die ik moest missen omdat ik, uit schuldgevoel, niet iedere keer weer een oppas wilde regelen. Ik was moe van het geregel als ik een dag zitting had, dat ik mezelf er iedere keer aan moest herinneren dat ik iemand moest regelen om Niek naar school te brengen en hem weer op te halen als het zou uitlopen en ik niet thuis kon eten. Ik was moe van de financiële gevolgen dat ik alleen was met Niek en dat ik aan het eind van de maand blij was als mijn salaris weer kwam. Ik was verdrietig als mijn kind mij vroeg: ‘waarom wonen wij maar met zijn tweeën mama?’

We gingen niet over één nacht ijs. Het is namelijk nogal wat om je hele zekere bestaan op te geven om te verhuizen naar een andere woonplaats. Om je eigen gekochte huis te verkopen en voor je kind een nieuwe school te zoeken en een nieuwe BSO. Om ervoor te zorgen dat hij goed terechtkomt en dat je alles goed regelt voor als er wat mocht gebeuren. Er zijn heel wat gesprekken geweest, ik heb veel tranen gelaten. Ik heb lijstjes gemaakt met voor- en nadelen. Ik heb gewikt en gewogen. Ik heb wakker gelegen en gepiekerd. Ik heb me zorgen gemaakt en ik heb me afgevraagd wat nu de beste keuze zou zijn.

In Nieuw-Vennep was ik al een tijdje niet meer zo gelukkig, dus de keuze voor Amsterdam was uiteindelijk voor mij een logische. Nadat de knoop eenmaal was doorgehakt ging het allemaal ineens vliegensvlug. Mijn huis verkocht ineens snel. Waar het idee was in de zomervakantie te verhuizen verschoof dat ineens naar de meivakantie. En nu, na een redelijk hectische tijd, woon ik in Amsterdam. Ik moet nog wat acclimatiseren met Niek, maar ik ben gelukkiger dan ooit en voel me sinds tijden niet meer zo opgejaagd.

Ik weet dat er mensen in mijn kring van familie, vrienden, kennissen en collega’s zijn die sceptisch zijn over mijn keus voor het Amsterdamse. Dat ze niet begrijpen dat ik mijn eengezinswoning met tuin in mijn veilige dorp heb ingeruild voor een appartement in de grote boze stad met gedeelde tuin. Dat ik ‘ver weg’ ben gaan wonen. Sommigen vertellen me dat gewoon, bij sommigen zie ik het aan lichaamstaal en houding die niet past bij de ogenschijnlijk enthousiaste reactie. Hoewel iedereen mag denken wat hij denkt, vind ik het soms moeilijk. Dat komt omdat ik (helaas) nog steeds iemand ben die zoekt naar goedkeuring van anderen, en zich door afkeurende reacties in negatieve zin laat beïnvloeden. Gelukkig ben ik aan de andere kant steeds beter in staat het geluk van mijn kind en dat van mijzelf voorop te stellen om uiteindelijk de conclusie te trekken dat ik mijn beslissingen niet moet laten afhangen van wat anderen vinden en denken, maar waarvan ik zelf gelukkig word.

En dat is precies wat ik heb gedaan. Ik ben nog steeds dezelfde Rebecca, gewoon Rebecca, niets meer en niets minder. Alleen woon ik nu in Amsterdam…

Rebecca