Het gedeelde kind.

Enige jaren geleden ben ik gescheiden. Nu alles achter de rug is en geregeld, ik mijn leven weer op de rit heb, mijn financiële situatie eindelijk weer gezond is, ons kind het goed doet in zijn nog jonge leventje en ik op geen enkele manier wrok, wroeging of spijt voel, kijk ik op deze periode terug als één grote les. Een zware les, dat zeer zeker, maar met ‘what doesn’t kill you makes you stronger’ en ‘dare to dream’ ben ik een heel eind gekomen.

Het enige dat nooit zal wennen aan het zijn van een gescheiden vrouw, is het delen van mijn kind. Hoewel ik degene ben die ons kroost het meeste ziet, is mijn gevoel dat ik heb als ik hem voor langer dan een paar dagen wegbreng naar zijn vader — omdat hij bijvoorbeeld met vakantie gaat — behoorlijk complex. Het voelt alsof ik een stukje van mezelf wegbreng en dat ik zelf pas weer compleet ben als hij weer bij me terug is. Ik ontken hierbij helemaal niet dat het soms ook heerlijk is om een weekend kinderloos te zijn, of in ieder geval te doen alsóf je kinderloos bent. Met mooi weer heerlijk een hele middag op het terras hangen, een feestje vieren tot vijf uur in de ochtend, uitslapen, een mooie tentoonstelling bezoeken en lekker uit eten gaan of gewoon de dag laten verlopen zoals hij op je pad komt… Voor een paar dagen (lees: een weekend) trek ik dat prima. Maar na die twee dagen klopt er gewoon iets niet, is het in de ochtenden té stil en mis ik het stampvoetende kind omdat hij ‘een ander shirt aan wil’. En hoe stoer ik ook ben en intens kan genieten van tijd alleen, vind ik het fijn als ik mijn mannetje weer in mijn armen kan sluiten…, tenminste, als hij een knuffel wíl.

Scheiden of uit elkaar gaan mét kinderen is moeilijk, het delen van een kind is zo mogelijk nog moeilijker. Het druist tegen alle natuurlijke moedergevoelens in. Dat moedergevoel zegt namelijk dat je je kind bij je wil hebben, de-hele- ‘frikken’-tijd. Totdat de onvermijdelijkheid komt dat je los moet gaan laten omdat je kinderen ouder en zelfstandiger worden. Een scheiding met een kind op jonge leeftijd zorgt ervoor dat je al vroeg gedwongen wordt om je kind ‘los te laten’, simpelweg omdat je niet meer samen in één huis woont en dus je kind moet delen. Ik heb veel moeilijke dingen gedaan in mijn leven en daar is dit er zeer zeker één van. En hoewel ik ervan overtuigd ben dat zijn papa en ik uiteindelijk de juiste beslissingen hebben genomen, is het soms nog steeds moeilijk te bevatten dat ons kind niet altijd deel uitmaakt van mijn leven, maar dat hij ook bij papa zijn belevenissen heeft.

Gelukkig is ons kind een blij en gelukkig kind. Hij heeft zijn portie goed doorstaan en hij vindt het zowel bij papa als bij mama fijn. Dat komt ook omdat dat mag van ons. Zowel bij papa als bij mama mág hij zichzelf zijn en als je het mij vraagt is dat één van de belangrijkste dingen in een kinderleventje. Gevoelens als wrok, jaloezie of rancune passen daar helemaal niet meer bij, want hoe kan een kind zich bij de andere ouder goed voelen als je het elkaar moeilijk maakt? Ik ben nu, een aantal jaren later, best trots op hoe het allemaal loopt en is geregeld. Was het moeilijk? Jazeker! Maar het is gelukt en ik vind dat gepaste trots op zijn plaats is.

Dus….. Ik ben trots op mijn kind en de manier waarop hij omgaat met een situatie die hem feitelijk ook maar is opgelegd… én ik ben trots op het feit dat zijn vader en ik aanstaande zaterdag samen en tegelijk kunnen kijken naar hoe dit kleine ventje zijn zwem A-diploma haalt.