Shut up and take my money
Op een zonnige zaterdag hield ik ooit eens mama’s winkel open. Vlak na de middag liep er een jonge gast binnen. Hij had een mooi verhaal voor me klaar. Hij was gisteravond naar ‘t Wit Paard geweest, tegenover ons, en had zijn portefeuille daar laten liggen. Drama drama, want hij moest de trein halen en had 17,45 euro nodig.
(ik ben het precieze bedrag vergeten, maar het was een random getal)
Zijn moeder was niet thuis en kon hem niet helpen. Maar ze was klant bij ons, dus kon ik hem geen geld lenen? Na haar werk, rond 17u, zou zijn moeder nog langskomen om het geld terug te betalen.
Arme jongen. Zo opeens de trein moeten halen en zijn portefeuille niet hebben…
Ik haalde mijn spaarpot leeg en gaf hem 20 euro, want dat was toch veel makkelijker dan die 17,45 euro. Hij noteerde zijn gegevens op een papiertje, met het nummer van zijn moeder, zijn adres en naam en daarmee was de kous af.

Het werd 17u. Niemand.
Het werd 18u. Niemand.
Het werd 18u15 en ik ging de winkel sluiten. Niemand.
Ik probeerde het nummer. Het nummer bestond niet.
Beetje zweet onder mijn oksels.
Dus ging ik op pad, naar de Brouwersstraat nummer 1, en belde aan. Een jong koppel deed open en de moed zonk naar mijn schoenen.
“Woont hier toevallig een jongen die Thomas Vandezande heet?”
Natuurlijk niet.
Geloof in de mensheid: -17,45.
Je zou dus denken dat ik vandaag ‘nee danku’ ging zeggen tegen de jonge vrouw met de fancy fiets die me 19,36 euro vroeg om haar trein te halen omdat haar tas nog in de auto van haar lief lag.
(ik heb haar 5 euro gegeven)
Groetjes,
Pauline

