Insanity 04: The Mudd Club, de nachtelijke hang out van Jean-Michel Basquiat

Het verhaal van één van de meest invloedrijke clubs ooit.
Als er iemand symbool staat voor het geroemde nachtleven van het New York van de jaren tachtig is het kunstenaar, poëet en muzikant Jean-Michel Basquiat(1960–1988). Niet alleen de doeken van Jean-Michel zijn wild en onstuimig. Hetzelfde geldt voor zijn korte turbulente leven dat zich voor een groot deel in het nachtleven afspeelde. Sinds dit jaar is Amsterdam een nieuw establishment rijker met Bar Basquiat. Salmari vroeg zich af hoe het eraan toeging in de favoriete nachtelijke hang out van Jean-Michel zelf: The Mudd Club.

Vruchtbare grond
The Mudd Club (1978–1983) heeft ondanks zijn korte bestaan een grote invloed gehad op de muziek- en kunstscene van downtown New York. De stad was in die tijd zo goed als bankroet en door globalisering stonden veel voormalige fabriekspanden leeg. De stad werd daardoor een speelveld voor arme kunstenaars en muzikanten. In de jaren zeventig kwamen vanuit Greenwich Village en SoHo de disco-sound en dj-cultuur op; de Lower East Side was het episch centrum van punk en new wave; in de Bronx ontstond hiphop en graffiti.

De eigenaar van de club aan White Street in de wijk TriBeCa was Steve Mass. De entrepreneur startte de club met een investering van slechts 15.000 dollar. Het idee ontstond na een lange autorit voor een filmproject met regisseur Diego Cortes en actrice Anya Phillips. Zij vertelden over hun droom om een club te beginnen met het rauwe karakter van de beroemde punkclub CBGB, maar dan met een multidisciplinaire mix met live-muziek, dj’s, performance-art, modeshows en kunsttentoonstellingen. In het boek Life and Death on the New York Dance Floor, vertelt Steve Mass dat hij zich voelde aangetrokken tot het idee, omdat hij geïnspireerd was geraakt door de filosofie van de Situationisten. Filosoof Guy Debord schreef in ’67 het boek “De Spektakelmaatschappij” waarin hij pleite voor het creëren van ‘situaties’ waarin consumenten ontwaken om zo het leven, de politiek en de kunst te herordenen.
Toch komt het DNA van The Mudd Club vooral voort uit de geest van de in Taiwan geboren Anya Phillips. Niet alleen het idee kwam van haar, ook was ze zelf een verpersoonlijking van de club. Ze liet zichzelf in haar creativiteit niet begrenzen tot een kunstvorm, en was actief geweest als modeontwerper, dominatrix, stripper op Times Square, art-punker, fotograaf, actrice en artiestenmanager.

Latex, drugs en seks
The Mudd Club werd de opvolger van Studio 54 als “the place to be”. Toch was The Mudd Club vooral een tegenreactie op de decadente Studio 54. Ditmaal geen rode loper met uitgelichte entree die zorgde voor glamour, maar een donkere voorgevel met een metalen ketting als afscheidingslint. Punkbiograaf Victor Bockris vertelt in het boek Club Risiko van Fred de Vries dat The Mudd Club de ontmoetingsplek was van een intense scene die “heel, heel hip en heel, heel cool, en erg, erg druggy” was. Hij beschrijft dat “het naar de klote zijn” werd verheerlijkt en veel mensen werden gedreven door drugs. Iets dat in de hand werd gewerkt door het Iran van de ayatollah Khomeini die de Verenigde Staten in 1979 overspoelde met goedkope heroïne.
De wildheid kwam ook terug in de vrije liefde. Het was de periode net voor het uitbreken van de aidsepidemie. De club ademde volgens deze clubrecensie uit People “pure kinkyness uit zoals die er niet meer is geweest sinds de cabaretscene in het Berlijn van de jaren twintig.” Het artikel bevat een quote Andy Warhol, die vertelt blij te zijn een plek te hebben gevonden “waar mensen met iedereen naar bed gaan — man, vrouw of kind”. Het management moest zijn best doen om seks in de unisex-toiletten binnen de perken te houden.
Punkers en bohème
Er werd een streng deurbeleid gehanteerd, waarbij typische Studio54 bezoekers zoveel mogelijk werden geweerd. De kans was groot dat als je met een limo kwam voorrijden, je werd gesommeerd te wachten (behalve als je een ster was), terwijl een zestienjarige punker of iemand die zijn armstompje liet zien wel meteen werd toegelaten. Binnen was er een mix van freaks, punkers,bohème, kunstenaars en artiesten. Denk aan Andy Warhol, Robert Rauschenberg, William S. Burroughs, Allen Ginsberg, Klaus Nomi, Debby Harry, de leden van The Ramones, Patti Astor, Jim Jarmusch, tot supermodel Gia Carangi.

De club werd de plek waar je moest zijn als je wilde weten wat er op artistiek gebied in de stad gebeurde. De club was essentieel om mensen te ontmoeten aangezien de meeste kunstenaars niet over een telefoon of antwoordapparaat beschikten. Op de dansvloer ontdekte je waar iedereen mee bezig was en zette je nieuwe samenwerkingen op. De club staat daardoor volgens onderzoeker Bernard Gendron in een traditie van invloedrijke multidisciplinaire hang outs als Chat Noir in Montmartre waar Emile Zola en Eric Satie voordroegen en optraden, en Cabaret Voltaire waaruit de DADA-beweging ontsprong met kunstenaars als Tristan Tzara en Jean Arp.
No-wave
Waar clubs als CBGB (punk), Paradise Garage (garage-disco) en Studio 54 (disco) synoniem staan met de muziekgenres die er gedraaid werden, was The Mudd Club de bakermat van de no-wave. De club opende op het moment dat de vernieuwing uit de punk en new wave was getrokken. Bands als The Ramones en The Clash behoorden nu zelf tot het establishment waar ze zich voorheen tegen hadden afgezet. Als reactie hierop begon een nieuwe generatie artiesten weg te breken van het traditionele rockband-format en experimenteerden met noise, atonaliteit en genres als jazz en funk. Anders dan in de CBGB, was in The Mudd Club de dansvloer een belangrijk onderdeel van de experience. Hoewel de punkers zich in het verleden hadden afgezet tegen de decadente disco-sound, had de 4/4 discobeat zich inmiddels bewezen als het meest effectieve dansvloerritme. Veel No Wave-acts als Liquid Liquid, James Chance en Talking Heads, begonnen disco, hiphop, dubreggae en wereldmuziek invloeden te integreren als bodem voor hun sound.
Er bestond in The Mudd Club veel vrijheid om te experimenteren. Dit kwam mede omdat de muziekprogrammering nooit vooraf werd aangekondigd. Het publiek bezocht de club daardoor zonder specifieke verwachtingen. Ook resident-dj Anita Sarko heeft hier een belangrijk aandeel in gehad. In Life and Death on the New York Dancefloor legt ze uit dat de meeste mensen dachten dat The Mudd Club een punkclub was, waardoor veel bezoekers boos werden als Sarko ook disco en andere genres draaide. Volgens haar begrepen deze mensen niet dat punk in de essentie geen specifiek geluid is, maar draait om een reactionaire attitude. Ze reageerde daarom met haar platenkeuze tegen de verwachtingen van het publiek.

Het samenbrengen van verschillende stijlen vond in The Mudd Club niet alleen plaats binnen de muziek. Mensen uit verschillende kunstvormen zoals graffiti, mode, film, dj-cultuur brachten nieuwe invloeden met zich mee. Door de energie van de Do It Yourself-mentaliteit van de punkscene die door de straten van New York zeilde, werd iedereen aangemoedigd om een kwast of een instrument op te pakken. Er leken geen limieten te zijn. Grenzen waren bedoeld om overheen te stappen en tegen het establishment moest je je afzetten. Daarbij hadden The Velvet Undergound en Andy Warhol een decennia eerder al bewezen dat de cross-over tussen kunst en muziek niet vreemd was.
Van dakloos naar limousine
Een van de kunstenaars die als muzikant begon op te treden was Basquiat. Hij was lid van de no-wave band Gray, actief als dj, en produceerde een invloedrijke hiphop track “Beat Bop” met Rammellzee en K-Rob. Ten tijde van de opening van The Mudd Club was Basquiat een graffiti-kunstenaar die anoniem succes had als SAMO. Hij was als tiener weggelopen van huis en was daardoor dakloos. Clubs waren voor hem plekken om vrouwen te ontmoeten (en zo uiteindelijk een slaapplek te vinden). In The Mudd Club kreeg hij van eigenaar Steve Mass gratis toegang en soms mocht hij er zelfs slapen in de kelder.
De club was ook de plek die hem connecties opleverde die uiteindelijk zouden zorgen voor roem en rijkdom. Zo ontmoette hij er onder meer de invloedrijke Fun Gallery eigenaar Patti Astor. In de expositieruimte op de vierde etalage van The Mudd Club (waarover ene Keith Haring de leiding had gekregen), zag ze zijn eerste schilderij. Het doek was onderdeel van de “Beyond Words” expo gecureerd door graffiti-pioniers Fab Five Freddy en Futura 2000.
Een paar jaar later werden de doeken van Jean-Michel verkocht voor bedragen rond de 50.000 dollar. Waar hij voorheen meestal vanwege zijn huidskleur geweigerd werd door taxi’s, reed hij nu in een limousine door de stad, in een met verf beklad Armani-pak terwijl hij dollars uit het raam strooide.
The Mudd Club sloot de deuren in 1983 toen de tent over zijn hoogtepunt heen was. Gelukkig voor de clientèle werd in New York de ene na de andere club geopend, zoals Area, Danceteria en The Limelight. Veel entrepreneurs hadden gezien hoe Steve Mass met slechts 15.000 euro de meest hippe plek van de stad had gecreëerd en besloten een soortgelijke club te beginnen. Daar ontwikkelde de alternatieve rock-disco-esthetiek zich in een meer poppy-sound. Het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld hiervan is Madonna. Voordat ze een ster werd werkte als garderobemeisje in de Danceteria. Ook zij zette haar eerste stappen in het nachtleven in The Mudd Club. Deze foto is genomen op de dansvloer van de club met Jean-Michel, met wie ze een korte romance had.
Jean-Michel Basquiat (22 december, 1960–12 augustus, 1988)

