‘Minister, faciliteer de onafhankelijke pers in het hoger onderwijs’

Onderzoek ISO naar hogeschoolmedia

Deze week bracht het ISO een spraakmakend onderzoeksrapport uit: de onafhankelijke pers in het hoger onderwijs staat onder druk.

Acht van de veertien hogescholen hebben een eigen nieuwsvoorziening (foto: Roman Kraft on Unsplash)

Vinger in de pap

Het ISO, het Interstedelijk Studenten Overleg, kreeg diverse signalen dat het met de journalistieke onafhankelijkheid in de media van hogescholen en universiteiten bergafwaarts gaat. Bladen verdwijnen, er zijn veel incidenten en het bestuur van de instellingen wil steeds vaker een dikke vinger in de pap. Tijd voor een onderzoek, vond ISO. Jammer dat dit plaatsvond in een tijd dat SAM nog nét niet geboren was. Hoe het op de HAN is gesteld met die persvrijheid, lees je daarom verderop.

Onafhankelijk

Het ISO onderzocht de 23 media van 14 grote hogescholen en 14 grote universiteiten. Op acht hogescholen bestaat een, wat het ISO noemt, ‘blad’, ook al is dat vaak een website. De universiteiten hebben er allemaal minstens één.
Het studentenoverleg onderzocht hoe onafhankelijk deze media zijn en of er persvrijheid is. Benoemen de media dit zelf, is er een redactiestatuut en een raad en is het medium onafhankelijk van de communicatieafdeling? Dat waren de voornaamste criteria.

Opvallend: bijna alle hogeschoolbladen noemen zichzelf onafhankelijk en zes zijn onafhankelijk van de afdeling communicatie. Ze hebben alle acht een redactiestatuut, en bij zeven bestaat een redactieraad, waarvan de leden overigens bijna allemaal door het CvB van de onderwijsinstelling in kwestie zijn aangesteld.
Eén hogeschoolmedium opereert vanuit een eigen stichting. Op de universiteiten is het beeld ongeveer vergelijkbaar.

In gesprek

Het ISO vindt dat instellingen met elkaar in gesprek moeten gaan over knelpunten. Ron Bormans, voorheen voorzitter van het CvB van de HAN, en nu voorzitter van het CvB van Hogeschool Rotterdam, nam die handschoen onmiddellijk op. In een tweet over dit onderwerp zegt hij dat hij graag bereid is tot een openbaar debat tussen CvB-voorzitters over dit onderwerp.
Tenslotte vindt de studentenorganisatie dat binnen de instellingen het CvB in gesprek moet gaan met communicatieafdelingen en medezeggenschapsraden om onafhankelijkheid te waarborgen.

SAM van de HAN

Het onderzoek is uitgevoerd rond de tijd dat SAM nog niet bestond op de HAN. Sense (voorheen Sensor), het HAN-blad en HANovatie, tot eind 2016 drie onafhankelijke media binnen de HAN, waren inmiddels opgeheven. Intussen heeft de HAN met SAM wél weer een journalistiek medium.
SAM is echter niet journalistiek onafhankelijk, hoewel het wel zegt een ‘constructief-kritisch geluid’ te brengen. SAM heeft geen redactiestatuut en geen redactieraad en is onderdeel van de afdeling Marketing, Communicatie en Voorlichting (MCV) van de HAN.

Journalistieke bijdragen

Over de totstandkoming van SAM op deze punten vond een langdurig proces plaats, waar het CvB, de redactie van SAM, de afdeling MCV en de medezeggenschapsraad bij betrokken zijn geweest. Het resultaat: het CvB geeft aan dat er op SAM ruimte is voor onafhankelijke journalistieke bijdragen, maar benadrukt tevens dat een redactiestatuut, om de medewerkers van de redactie te beschermen, niet nodig is, aangezien iedereen een arbeidscontract heeft en op die manier wordt beschermd.

OCW moet faciliteren

Het ISO beveelt aan om te onderzoeken waarom een onafhankelijk medium ontbreekt. Ook vindt de studentenorganisatie dat de verhoudingen tussen de partijen onderzocht moeten worden.
Belangrijkste aanbeveling is dat de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het bestaan en de facilitering van een blad op elke instelling zou moeten garanderen.

Hoger onderwijs kan niet zonder vrije pers

Het ISO-onderzoek kwam uitgebreid in de pers. In NRC Handelsblad legt Thomas Bruning, algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) uit waarom hoger onderwijs niet zonder vrije pers kan: ‘De bladen spelen een belangrijke rol in het goed functioneren van universiteiten en hogescholen; de scholen hebben zelf ook belang bij vrije pers.’