Peter Heerschop: “Van goeie fouten leer je het meest, liefst met humor.”

HAN Educatie College Tour verwelkomt komisch icoon

Links: Peter Heerschop, rechts: student en interviewer Marc van Veggel

Dat hij cabaretier, radiomaker, acteur en schrijver is, weten de meeste mensen wel over Peter Heerschop. Maar dat hij nog altijd actief gymleraar is, is minder bekend. “Ik sta één dag per week voor de klas. Vaak zijn dat mijn beste ‘optredens’, omdat de verbinding zo direct en interactief is.”

| Fotografie: Ralph Schmitz

Een gymdocent die daarna Pedagogiek heeft gestudeerd: zo startte Heerschop zijn carrière, vertelt hij na een warm welkomstapplaus van de aanwezige educatiestudenten, medewerkers en andere genodigden bij de HAN Educatie College Tour. “Als student wilde ik álles meemaken. Tijdens de opleiding ALO (Academie voor Lichamelijke Opvoeding) ging ik naar elke les en sportte intensief. Ik deed aan alles mee, wilde niks missen. Dus moesten we naar de kloten in de kroeg? Dan gingen we naar de kloten in de kroeg.”

Afmeten deed hij aan zijn vrienden en een paar inspirerende docenten. “Zo had ik een judoleraar die mij het ene moment hóp, keihard op de grond smeet en het andere moment diep met me filosofeerde over het leraarschap en het leven. Dat vond ik mooi: gymleraar zijn is niet alleen maar sporten en bewegen, je gaat ook op sociaal emotioneel niveau aan de slag met je leerlingen. Vandaar dat ik doorstudeerde in pedagogiek.” Daarbij is humor enorm belangrijk, verzekert Heerschop zijn toehoorders, die vanaf minuut één uit zijn hand eten door de bevlogen manier waarop de geboren cabaretier vertelt. “Humor brengt verzachting en herkenning. Het haalt scherpe randjes eraf en geeft je de vrijheid om iets op een ándere manier te brengen.”

“In de pauzes klom ik in de aula op tafel en maakte allerlei grappen en deed persiflages van docenten.”

Humor is waar Heerschop om bekend staat, maar het was nooit zijn doel om cabaretier te worden. “Eigenlijk gebeurde dat vanzelf. In de pauzes klom ik in de aula op tafel en maakte allerlei grappen en deed persiflages van docenten. Dat ze in de smaak vielen, had ik wel door, maar ik dacht er verder nooit over na.” Anderen spoorden hem aan om zich in te schrijven voor Camaretten, hét studentencabaretfestival. Dat deed hij met studiegenoten Viggo Waas en Joep van Deudekom, als cabaretgroep Niet Uit Het Raam (NUHR). “We deden maar wat, waren totáál onvoorbereid. Het was ook gewoon niet goed, haha, maar het enthousiasme spatte er vanaf. Dat hielp ons naar de finale.”

Gedreven door het onverwachte succes, trad het drietal daarna overal en nergens op met als enige eis “dat er meer mensen in het publiek moesten staan dan op het podium.” Toen ze opgepikt werden door radiomakers ging de spreekwoordelijke bal rollen. “Ik heb toen geleerd dat je niet moet denken dat niemand op je zit te wachten. Ik belde met trillende handjes cabaretier en multitalent Bram Vermeulen, tegen wie ik enorm opkeek. In mijn hoofd had ik twintig keer geoefend wat ik ging zeggen en was bang dat Vermeulen zou denken: wat moet ik hiermee? Maar hij zei “wat leuk dat je belt, wat kan ik voor je betekenen?” Toen besefte ik: mensen gunnen je meer dan je denkt, als je maar oprechte bezieling toont.”

Naast zijn werk als cabaretier, radiomaker en uiteindelijk ook acteur, blijft Heerschop in het onderwijs werken. Zijn modus operandi? Verbinding maken, met humor. “Je moet éérst een relatie met elkaar aangaan en vertrouwen opbouwen. Vanuit verbondenheid kun je lachen met en om elkaar. Nooit ten koste van iemand, wel ten gunste.” In de anderhalf uur dat Heerschop het podium heeft, wordt zijn kijk op humor veelvuldig door hemzelf of via vragen uit het publiek uiteen gezet: maak geen geforceerde grapjes, probeer iedereen te betrekken, neem onverwachte wendingen, tast af hoe je grappen vallen, wees jezelf. 
 
Dat humor een veelbesproken onderwerp is deze avond is logisch, maar nóg meer draait het om de valkuilen van het onderwijs. Waarvan de grootste volgens Heerschop: te weinig respect voor het maken van fouten. “Terwijl je van fouten het allermeeste leert. Tegen mijn leerlingen roep ik dan ook geregeld: ‘wat een goeie fout!’. Hetzelfde geldt voor toetsen: het zou slechts een meetinstrument moeten zijn, een tussenstand. In plaats daarvan gebruiken we het als einddoel: ‘je hebt een vier, dus je kunt het niet.’ Terwijl je moet zeggen: ‘je hebt een vier, dus waar moeten we samen nog aan werken?’ Krankzinnig vind ik het.”

In twee indrukwekkende anekdotes komt veel van wat Heerschop bezielt naar boven. De eerste gaat over het moment dat hij beseft dat je er als docent niet bent om het leerlingen “naar de zin te maken”, maar om te bieden wat ze nodig hebben. Dat breekpunt kwam toen hij een jongen onder zijn hoede nam die veel spijbelde, aan de drugs zat en het slecht deed op school. Hij dacht hem te helpen door hem aan te moedigen en met zachte hand te sturen. Jaren later, toen Heerschop de jongen opzocht in Thailand waar hij duikinstructeur was geworden, bleek dat zijn methode averechts had gewerkt. “Hij zei dat hij liever had gehad dat ik streng was geweest, hem een schop onder zijn reet had gegeven. Dat ik de enige was die in hem geloofde en dat ik onze klik had moeten gebruiken om hem te pushen.” Twee jaar later hoorde Heerschop dat de jongen aan een fatale combinatie van antidepressiva en slaapmiddelen was overleden. En hoewel Heerschop wist dat hij daar niet verantwoordelijk voor was, realiseerde hij zich wél dat hij als docent enorme invloed heeft. “Sindsdien durf ik echt streng te zijn voor een leerling als ik denk dat hij of zij het nodig heeft. Uiteraard wel vanuit het vertrouwen en de verbondenheid die eerst is opgebouwd.”

“De eerste les stonden die gasten gelijk met houten blokken te smijten en de tent af te breken. “Zo jongens, zijn jullie bang voor helse pijn?’ begon ik. ‘Want dat gaan jullie krijgen.”

Het tweede verhaal is meteen de klapper waarmee Heerschop de avond afsluit. “Ik kreeg ‘de moeilijkste klas van de afgelopen drie jaar op die school’ toegewezen. De eerste les stonden die gasten gelijk met houten blokken te smijten en de tent af te breken. “Zo jongens, zijn jullie bang voor helse pijn?’ begon ik. ‘Want dat gaan jullie krijgen. Over een kwartier liggen jullie op de grond te roepen om je moeder, let maar op.” En hoppa, ik had hun aandacht. In het half uur dat volgde heb ik ze afgemat: ze moesten snoeihard trefbal spelen, zichzelf van het klimrek storten, elkaar omduwen, ga zo maar door. Na die ontlading had ik verbinding met ze, en heb nooit problemen met ze gehad. Ze hebben me zelfs gekoppeld aan de lerares Nederlands, met wie ik uiteindelijk ben getrouwd, en ze kwamen op kraambezoek toen mijn dochter werd geboren. Met een knalroze badjas voor de baby en een gedicht: “Jullie zijn lief, we hebben veel van jullie geleerd, kut dat het een meisje is, maar gefeliciteerd.” En weet je wie uit de groep ‘m voordroeg? Ahmed Marcouch, nu burgemeester van Arnhem. Ik wil niet beweren dat IK verantwoordelijk ben voor zijn succes, maar…..” Heerschop knipoogt, het publiek lacht. 
 
Of het écht zo is dat Marcouch het ‘kutgedicht’ opdroeg, maakt niet uit. Zijn punt is duidelijk: als docent heb je invloed. Je maakt indruk, soms groot, soms klein. Iemand kan 30 jaar later aan je terugdenken zonder dat jij dat weet. Jouw opmerking of actie kan er voor zorgen dat iemands leven een heel andere koers neemt. “Al maken kleine dingen ook veel impact: het kwartje dat door jouw uitleg valt, het toveren van een lach op iemands gezicht, het bieden van een troostende schouder”, aldus Heerschop. “Het docentschap is berezwaar, maar díe momenten maken alles waard.”

Heerschop met de studenten van de studieverenigingen die de Educatie College Tour organiseren

De HAN Educatie College Tour wordt georganiseerd door de studieverenigingen SV Meesterlijk, Lingua Franca, Pontifex, Blended, SV Fabulinus en alummnivereniging Kairos.