Uitblinkers in hoger onderwijs
Het geheim van de topopleidingen in het hbo
Wat maakt een hbo-opleiding eigenlijk tot een topopleiding? En bestaat er zoiets als een gouden formule voor eersteklas-hbo-onderwijs? SAM vroeg het aan enkele uitblinkers van de HAN.

Je zou doodleuk kunnen stellen: voor toponderwijs is er maar één maatstaf, een torenhoge studenttevredenheid. Actueel spannen bij de HAN 4 bachelors de kroon: Bio-Informatica, Food and Business, Fysiotherapie en de Lerarenopleiding tweedegraads Natuurkunde. Van studenten krijgen ze een 4,3 (5 is de max), aldus Studiekeuze123. Net zoals de master Neurorevalidatie en Innovatie, overigens.
Klaar, uit. Einde artikel. Nou ja… bijna dan.
Mensenwerk en samenspel
Want achter elk lijstje met fraaie tevredenheidscijfers gaat een rijke, complexe wereld schuil. Vergeet die zoektocht naar een patentrecept dus maar. Altijd weer komt het aan op mensenwerk en een samenspel van factoren binnen unieke omstandigheden. Toch hebben die toppers aardig wat dat hen bindt, zo brengt een korte rondgang aan het licht.
Oerlemans: ‘Contact met het werkveld is onmisbaar’
Aansluiting op de arbeidsmarkt
Typisch voor een top-hbo-opleiding, hoe kan het anders, is allereerst dat je er uitstekend mee uit de voeten kunt in het beroepenveld. Gastcolleges van experts uit het werkveld, werkbezoeken, leerwerkplaatsen… topopleidingen halen alles uit de kast. Terecht, zegt docent Fysiotherapie Wim Oerlemans: ‘Contact met het werkveld is onmisbaar bij de voorbereiding en aansluiting van studenten op het latere beroep.’
Docenten met zorg kiezen en koesteren
Vraag het aan iedereen die ooit in de schoolbanken heeft gezeten: zonder gedreven, kundige leraren voor de klas en in de studieloopbaanbegeleiding wordt het niks met goed onderwijs. Geen wonder dat topopleidingen hun docenten met zorg kiezen, koesteren en volop de creatieve ruimte geven. Oerlemans: ‘Het draait om passie en talenten, en dan van alle kanten: aspirant-collega, docent, werkveld en onderzoeker. Weten we dit alles steeds te verbinden, dan blijven we bouwen aan optimaal onderwijs.’
Practice what you preach
Studenten van vandaag de dag, met 21st century skills, veronderstellen docenten met exact diezelfde vaardigheden. Onderzoeksvaardigheden, Bildung, internationalisering, noem maar op. Telkens geldt: practice what you preach. Topopleidingen maken dit niet alleen tot hun missie, maar tot hun DNA.
Van der Bruggen: ‘Ruimte voor schitterende onenigheid’
Gezamenlijke doelstelling
Martijn van der Bruggen, docent/opleidingscoördinator Bio-Informatica, vult aan: ‘De kern van een goed team? Een gezamenlijke doelstelling. Voor een onderwijsteam is dat de succesvolle ontwikkeling van de student. Die bindende factor schept ruimte voor schitterende onenigheid over hoe we die doelstelling waarmaken. Een inspirerend team zit ‘m eerder in het oneens zijn dan in het eens zijn met elkaar’, stelt hij. ‘Zolang er maar vertrouwen is dat je een gemeenschappelijk doel nastreeft. Betrek je vanuit diezelfde benadering ook de studenten er volwaardig bij, dan voelen zij zich thuis en kun je succesvol samenwerken aan hun toekomst.’
Organisatie op orde
Docenten kunnen niet toveren (al schijnen sommige politici en managers daar anders over te denken). Ze kunnen wel grootse daden verrichten. Tenminste, als ze steun krijgen van een hoogwaardige onderwijsorganisatie. Het studierooster (tijdig!) in kannen en kruiken, eersteklas studiefaciliteiten, flexibele leerarrangementen, gedragen onderwijsvernieuwing, het draagt allemaal bij aan een opleiding waar studenten oprecht blij van worden.
Hechte leergemeenschap
‘Hoe meer studenten, docenten, onderzoekers en werkveld intensief samen optrekken en met en van elkaar leren, hoe meer de opleiding wint aan kleur en kwaliteit’, zegt Oerlemans.
Binnen zo’n community zijn het vaak juist kleinschalige opleidingen waar studenten opperbest floreren. Met een overzichtelijke omgeving laat het zich nu eenmaal makkelijker identificeren. Hetzelfde geldt voor een uitgesproken opleidingsprofiel: pure motorolie voor een sterk merk. Zeker als de opleiding uitdagend en vernieuwend is, maar toch ook uitnodigend en gezellig. Net die combinatie doet het ‘m.
Van der Bruggen: ‘Een sterke binding tussen studenten en docenten creëren’
Van der Bruggen: ‘Bij Bio-informatica zijn we dankzij de schaalgrootte van de HAN in staat klein te organiseren. Hierdoor kunnen we een sterke binding tussen studenten en docenten creëren. Hoe groter je bent als opleiding, hoe beter je klein kunt organiseren. Anderzijds: des te groter ook de verleiding om groot te organiseren.’
Vinger aan de pols van de tijdgeest
Eigen aan een topopleiding is verder een curriculum dat staat als een huis en dat de vinger alert aan de pols van de tijdgeest heeft. Zo’n lesprogramma stoelt per definitie op een kraakheldere, doorleefde visie op onderwijs, beroepenveld en maatschappij. Opleiden doe je voor de banen van morgen. Veel banen van vandaag staan immers al sinds gisteren op de tocht.
Geen passieve kennisconsumenten
En zeker, het komt ook aan op de student zelf, op diens inzet, aanleg en persoonlijke bevlogen- en betrokkenheid. Met louter passieve kennisconsumenten in de collegebanken haal je de top in geen 1000 jaar. Alleen samen, in een kwaliteitscultuur en met de student als partner, kun je als opleiding excelleren. Oerlemans: ‘Partnerschap betekent dat docent en aankomend collega(student) er beide zowel als lerende en als onderwijzer voor elkaar zijn, elkaar ondersteunen en uitdagen in voor- en tegenspoed.’ Waarop van der Bruggen afsluitend zegt: ‘Onderwijs is niet het overdragen van kennis maar van bevlogenheid. Studenten het vertrouwen geven dat je samen met hen op weg bent.’

