Werken aan de klimaatbestendige Smart City

John van de Pas
Dec 21, 2018 · 8 min read

Jeroen Kluck, Lector Water in en om de stad, Hogeschool van Amsterdam:

“Ik ben sinds 2008 lector aan de Hogeschool van Amsterdam. Mijn lectoraat heet Water in en om de Stad, maar mijn onderzoeksgebied is veel breder. Feitelijk richt ik me op het klimaatbestendig inrichten van de stad. Want het klimaat warmt op, en binnen afzienbare tijd zullen we te maken krijgen met gemiddelde wereldwijde temperatuurstijgingen van 1,5, 2 en zelfs 3 graden. En dat heeft effecten. En het gaat ook nog eens sneller dan we denken. Gemeenten hebben allerlei vragen over het wat, hoe en waarom van deze ontwikkeling. En je hebt het over hoe je de stad bij dergelijke forse temperatuurstijgingen toch tot een aangename stad kunt maken.”

Photo by frank mckenna on Unsplash

In hoeverre draagt klimaatbestendigheid bij aan de totstandkoming van een Smart City?

Jeroen Kluck: Ik vind het ‘Smart’ als je nieuwe data gaat gebruiken om iets te analyseren dat je van tevoren niet kon analyseren. De ontwikkelingen op het gebied van Geodata gaan erg snel. We zijn van een oplossend vermogen van 25 m, via 10 naar een halve meter gegaan. En de ontwikkelingen staan niet stil, dus het einde is nog niet in zicht. Dat betekent dat we elk jaar beter slimmer, en gedetailleerder kunnen kijken doordat de detailniveaus in de data nieuwe antwoorden op nieuwe vragen mogelijk maken.

De Algemene Hoogtekaart Nederland is daar een uitvloeisel van, opgesteld op basis van data verzameld met LIDAR. We weten nauwkeurig hoe hoog huizen en bouwwerken zijn, hebben oppervlaktereliëfs en bomen gemeten, het is duidelijk waar groenstroken en waar asfalt of stenen liggen. Alle fysieke data van de stad kunnen we inmiddels in detail meten en vastleggen. Doordat die data vervolgens als open data beschikbaar wordt gesteld, kunnen allerlei overheden, bedrijven en andere organisaties — maar ook individuele burgers of belangengroepen — er vervolgens mee gaan rekenen, en ontwikkelingen nauwkeurig in kaart brengen.

Dat heeft onder andere geleid tot het oprichten van een stichting CAS, Climate Adaptation Services, die een klimaateffectatlas produceert. Die is gebaseerd op luchtfoto’s van heel Nederland, verrijkt met de hoogtedata die ik zojuist noemde. Daarmee kun je bijvoorbeeld een compleet dekkend bomenbestand maken. Maar we hebben ook voor alle woonwijken een wijktypologie gemaakt. Daarna hebben we een script geschreven om bouwhoogte, leeftijd, functie van de gebouwen en het gebied, groenstroken en straten te identificeren op die kaart.

Zo kun je ook hittekaarten maken. Satelietbeelden zijn inmiddels zo gedetailleerd geworden, dat je op de kaart tegenwoordig de temperatuur van elk individueel dak kunt meten. Dat levert op zich al interessante informatie, maar het gaat niet alleen om die fysische meetuitkomsten. Er zijn normen voor bijvoorbeeld luchttemperatuur. Maar dat biedt nog altijd geen zicht op de wat die temperatuur betekent voor de inwoners. Dat is iets heel anders, en die perceptie wil je ook graag in je hittekaart meenemen.

We hebben dus heel Nederland in kaart, en de typologie toegepast. Vervolgens kunnen we die kaart gebruiken om per wijktype kunnen bepalen wat de impact is van hitte, droogte, of natheid, en vervolgens maatregelen kunnen berekenen per type. Dat zorgt voor een soort ‘dashboard’ voor beleidmakers, met duidelijke beelden van woonwijken, om de impact van verschillende beslissingen helder te maken.

We schuiven dus door van datarepresentatie naar voorinterpretatie. Ruwe data zegt wat, maar de bewerkte data moeten door een model gepresenteerd worden. Je moet die data dus ook verrijken met de perceptie van de bewoners.

Doordat steeds meer data beschikbaar komt, en steeds makkelijker beschikbaar gesteld wordt, gaat dat soort data gaat steeds meer een rol spelen in de interactie tussen burgers, gemeenten en bedrijven.

Image for post
Image for post
Photo by Blake Wheeler on Unsplash

Kun je daar een voorbeeld van noemen?

Jeroen Kluck: Een van de vraagstukken waar we met de hittegolf van de zomer van 2018 weer met onze neus op gedrukt zijn, is hitte in de stad.

Je kunt de vraag stellen: is zo’n langdurige periode van stralende zon en subtropische temperaturen erg? Het hangt er natuurlijk maar net van af hoe je het bekijkt. Je kunt lekker lang op een terras zitten, het is tot diep in de nacht aangenaam vertoeven in je achtertuin, kortom, de mediterrane levenswijze, waar veel mensen blij van worden. En het was ook goed voor de portemonnee: door de hoge temperaturen hoefden we minder te stoken.

Er was ook een keerzijde. Als de temperatuur in de nacht niet onder de 20 graden zakt, slapen mensen slechter. Ze worden minder alert, wat onder andere gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid, en ze worden minder productief. Slapen met open raam leidt eerder tot geluidsoverlast van late tuinfeestjes op zwoele avonden. Tot slot is hitte ronduit slecht voor bejaarden en chronisch zieken. Geschat wordt dat 250 mensen vroeger zijn overleden tijdens de hittegolf, die anders 3 maanden langer geleefd zouden hebben.

Het vraagstuk “hitte in de stad” heeft dus meerdere kanten, waarbij de aanpak zowel reactief als anticiperend moet zijn voor een optimaal effect. Dus ga je kijken naar regels, normen, problemen maar tegelijk ook kansen en mogelijkheden. Zo’n onderzoek naar het oplossen van hitte in de stad heb ik nu lopen in een conglomeraat van 12 gemeenten. Het is letterlijk ‘hot topic’

‘Meet je stad’ van Amersfoort is heel leuk, omdat dat gericht is op bewonersparticipatie. Zij vragen hun burgers: “wat vindt u van de hitte in de wijk?”. Daarnaast gaan bewoners zelf ook met data aan de slag, doordat ze op de kaart kunnen zien: hoe heet is het qua gevoelstemperatuur op dit moment; waar kan ik verkoeling vinden in de stad? De gemeente heeft dezelfde data, en kijkt vanuit een ander perspectief: hoe is het weer nu, blijft het zo heet, in welke wijken loopt de hitte de spuigaten uit, en welke maatregelen moeten we nemen om bruggen en asfalt te koelen? Voor de langere termijn kan het bij het beleid ook gebruikt worden om te bepalen waar bijvoorbeeld bomen geplant moeten worden om schaduw en verkoeling te bieden.

Image for post
Image for post
Photo by Hung Tran on Unsplash

Is het al mogelijk om de effecten van maatregelen in real-time te zien?

Jeroen Kluck: De realisatie is nu nog lastig, want we maken nog gebruik van momentopnamen. Je meet op een specifieke dag en dat levert data die alleen voor dat moment geldt. Je hebt dus een beperkte set fysische metingen, je hebt ervaringen, en die verwerk je in modellen waarmee je antwoorden op wat-als-vragen kunt gaan berekenen. Stel dat ik alle daken wit schilder, wat is dan het effect? Of als ik als gemeente tegels uit de straat haal en zo 20% meer groene ruimte creëer? Of ga ik inwoners verleiden mee te doen met een project als ‘Tegels uit de tuin’?

Maar ook minder voor de hand liggende simulaties zijn mogelijk. Zo is er een verband tussen bomen en zonnepanelen. Meer bomen betekent meer schaduw, en dus minder opbrengst van de zonnepanelen. Tegelijkertijd is de schaduw gunstig om oververhitting te helpen beperken. Wat is dan wijsheid? Het blijft een dilemma, waarbij je moet bepalen welke optie het meest effectief is.

Een probleem daarbij zijn zogenaamde niet-kwantificeerbare baten. Die vormen vaak echt een ‘blinde vlek’. Om daar wat meer zicht op te krijgen hebben we TEEB stad (The Economics of Ecosystems and Biodiversity) ontwikkeld: een tool om de voordelen van het groen in de stad meten. Want puur economisch-bestuurlijk bekeken zijn groenbeheerafdelingen natuurlijk kostencentra. De baten vallen elders — in welzijn, gezondheid, een aangename stad om te verblijven. Als je de voordelen daarvan inzichtelijk kunt maken lever je een grote bijdrage aan slimmere en betere beslissingen in de stad.

Wat is een smart city in jouw optiek?

Jeroen Kluck: De Smart City is eigenlijk een stad die net iets ‘smarter’ dan voorheen is. Dat moet ook het doel zijn. Want het gevaar van de Smart City is dat je doorschiet in de mogelijkheden, en dat je naar een geoptimaliseerde stad gaat streven, waarin je beslissingen neemt zonder daar alle belangen bij te betrekken en ruimte voor afwijkingen probeert weg te modelleren. De vraag is of je dan nog van een aangename stad om te leven kunt spreken. Bewonersparticipatie is daarvoor essentieel.

Er worden fantastische tools gemaakt. De veelheid aan informatie leidt tot beter inzicht in de effecten van keuzes. Ook dat kun je weer gebruiken richting burgers: “kom maar kijken hoe mooi we deze wijk gaan maken!”. En zie wat er gebeurt als maatregel A of B genomen wordt. De betrokkenheid kan groter worden. In omstreden dossiers als Schiphol zouden we deze technieken best toe kunnen passen. Laat de geluidskaarten maar zien op basis van real-time sensoren. Dan heb je het in elk geval over hetzelfde.

Tegelijkertijd blijven er vragen over wat er gebeurt als je data, visualisaties en simulaties open beschikbaar stelt. De gevolgen zijn inderdaad niet altijd te voorspellen. De rol van meer informatie bij het mondiger worden van burgers en burgerplatforms is reëel, en dat kan het de overheid of het bedrijfsleven behoorlijk lastig maken. Zo durfde men wateroverlastsimulaties heel lang niet te laten zien. Het tonen van de delen van de stad die onder water kunnen komen te staan, heeft bijvoorbeeld effecten op de waarde van panden die op die plekken staan. En dat kan allerlei gevolgen hebben voor bijvoorbeeld WOZ-grondslagen waarop gemeentelijke heffingen gebaseerd zijn, maar ook voor de hypotheekverstrekkers. Inzichten die geld gaan kosten kunnen politiek erg gevoelig liggen. Daarnaast speelt zichtbaarheid en direct ervaren ongemak vaak een grote rol. Losliggende stoeptegels zijn dan al snel belangrijker dan klimaatdoelstellingen.

Image for post
Image for post
Photo by pixpoetry on Unsplash

Welke rol speelt het platform bij je onderzoek?

Jeroen Kluck: De rol van het platform vind ik lastig te duiden. Het brengt de mogelijkheid om bepaalde onderwerpen naar voren te brengen en verder te praten. Door zelf te laten zien wat je doet in zo’n context krijg je suggesties van anderen. Ik kreeg zelf door het platform het idee om telefoondata te gaan gebruiken. Het voordeel is voor mij dat je lectoren vanuit andere domeinen ziet, met andere invalshoeken.

Tegelijkertijd is het een tijdsinvestering. Je moet dingen verkennen, en dat kost inspanning waarvan je moet zien wat er uitkomt. De ideeën zijn mooi. Aan tijd om ze uit te werken ontbreekt het. Want het uitwerken van die multidisciplinaire benadering stuit op de heel praktische problematiek van een overvolle eigen agenda en dito onderzoeksportfolio. Ik weet niet hoe dat voor de andere lectoren werkt, maar voor mij is dat wel een bottleneck om het verder te kunnen brengen.

Image for post
Image for post
Photo by Stephen Dawson on Unsplash

In mijn ideaalbeeld zou je binnen het platform ruimte hebben voor de verdere uitwerking van die nieuwe invalshoeken. Door gezamenlijk aan landelijke en Europese projecten te werken, om daardoor binnen de verbonden onderzoeksgroepen en onderzoeksagenda’s een rol te spelen. Als we iets groots weten te organiseren vanuit het platform zouden we de impact verder kunnen vergroten.

“ De trajecten die tot Smart Cities leiden doen wij al jaren. De geotools die wij maken, maken het mogelijk om ruwe data op zo’n manier te presenteren dat leken ook kunnen snappen waar het over gaat, en mee kunnen praten over maatregelen.” (Jeroen Kluck, Lector Water in en om de stad)

Platform Smart Cities & Citizens

Het platform Smart Cities & Citizens brengt onderzoekers…

John van de Pas

Written by

Editor, researcher, teacher @Saxion University of Applied Sciences, The Netherlands

Platform Smart Cities & Citizens

Het platform Smart Cities & Citizens brengt onderzoekers van HBO-instellingen, stedelijke actoren en vertegenwoordigers van kennisinstellingen en kennisnetwerken samen. Het sluit aan op ambities van de topsectoren HTSM en Creatieve Industrie.

John van de Pas

Written by

Editor, researcher, teacher @Saxion University of Applied Sciences, The Netherlands

Platform Smart Cities & Citizens

Het platform Smart Cities & Citizens brengt onderzoekers van HBO-instellingen, stedelijke actoren en vertegenwoordigers van kennisinstellingen en kennisnetwerken samen. Het sluit aan op ambities van de topsectoren HTSM en Creatieve Industrie.

Medium is an open platform where 170 million readers come to find insightful and dynamic thinking. Here, expert and undiscovered voices alike dive into the heart of any topic and bring new ideas to the surface. Learn more

Follow the writers, publications, and topics that matter to you, and you’ll see them on your homepage and in your inbox. Explore

If you have a story to tell, knowledge to share, or a perspective to offer — welcome home. It’s easy and free to post your thinking on any topic. Write on Medium

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store