Energie heeft grenzen
Hetty Weichmann aan het woord.
Gesprek tussen Broer Soolsma met Hetty Weichmann (zestig-plus, alleenstaande vrouw, in Amsteldorp, is actief geweest in Amsteldorp Actief) in haar fraaie achtertuin op donderdagmiddag.
Ik woon hier inmiddels 12 jaar en hoop hier ook de rest van mijn leven op een zelfstandige wijze te kunnen wonen. Het is hier een plezierige omgeving met ruimte, licht en groen. Het enige minpuntje is geluid, van buren door de gehorige woningen en auto’s vanaf de Gooiseweg.
Ik heb goede contacten met een aantal buren van de omliggende woningen: we helpen elkaar met boodschappen en tuinieren, ruilen huishoudelijke spullen, en soms koken we voor elkaar. Mijn naaste buurvrouw is daar een van. Haar schatten van kinderen wonen ook in het dorp en zijn altijd bereid iets te doen. Soms ook voor mij.
Nu doe ik minder vrijwilligerswerk vanwege mijn rug, lastig. Maar ben nog wel actief als vrijwilliger bij het Amsterdam Museum; dat soort dingen zijn belangrijk voor mij, want ik wil mensen blijven ontmoeten. Als mijn rug meewerkt onderhoud ik nog tuinen van anderen, is een beetje mijn hobby, net als schilderen en sieraden maken. Die rug bepaalt ook of ik fiets, met de brommer op pad kan of toch maar met de taxi van Connexion moet reizen.
Als ik naar de toekomst kijk: van mijn familie ben ik de meest vitale. Mijn burennetwerkje is nu goed maar het verandert hier wel; de laatste jaren zijn hier meer huishoudens gekomen met ‘een rugzakje’. De buurt had daar in het begin wel oog naar en zorg voor, maar het worden er wel veel! Iedereen moet een woning hebben, maar pas op voor te grote concentratie van problemen op een plek. De energie van mantelzorgers heeft grenzen. Hierdoor is er ook een groot vraagteken als ik naar mijn eigen toekomst kijk. Ik hoop dus vooral lang gezond te blijven.
Broer reflecteert later op het gesprek en heeft twee gedachten.
“Ik hoor meer en meer van ouderen in Amsteldorp dat ze liever niet op de begane grond wonen, maar op een 1e verdieping willen (blijven) wonen. Dan zijn ze niet verantwoordelijk voor een tuin en het voelt veiliger. Ze willen dan liever toch zo’n traplift. Maar dat kost geld.
Het wordt ook minder aantrekkelijk gemaakt om op de begane grond te wonen door de huurharmonisatie. Mensen die graag naar beneden willen worden geconfronteerd met huurverhoging. Op basis van het puntensysteem, de zogenaamde ‘Donnerpunten’ mogen de corporaties de huur verhogen. Dat zijn stedelijke afspraken onder het Rijksbeleid en ook EU-woonbeleid. Dit systeem heeft consequenties voor de wijk. En ook zorgt het ervoor dat mensen langer zelfstandig thuiswonen in een bovenwoning. Er is geen huisvesting op maat, het huisvestingbeleid anticipeert niet op de ontwikkelingen in de zorg. Mensen wonen mooi met een voor- en een achtertuin die ze niet meer kunnen onderhouden. Ze hebben een Canta in de voortuin en een rollator in de gang. Voor hen is een verzorgingstehuis nog geen optie, daar hebben ze geen indicatie voor. Dat is pas voor de laatste 3, 4 jaar van het leven.
Ook zie ik steeds meer mensen met een ‘rugzakje’ in de buurt geplaatst. Waar we ons zorgen over maken in dit stadsdeel is een alcoholist hier, een psychiatrisch probleem daar. De corporaties verkopen hun woningen, dus het aantal sociale woningen worden steeds minder. Het risico is dat al die ‘tweede kans’ mensen bij elkaar komen te wonen in wijkjes waar sociale huurwoningen staan. Is er meer spreiding nodig? Het lijkt nu flink geconcentreerd. Hun woningen raken verwaarloosd en dat heeft weer consequenties voor nieuwe huurders die er dan niet willen wonen. In een nieuw verhuurbeleid van de Gemeente Amsterdam zou meer aandacht moeten zijn voor ‘zorg voor elkaar’ = er moet bewuster omgegaan worden met huisvesting met betrekking tot de omgang van mensen. Een psychiatrische patient heeft vaak een flink effect op de buurt. Er is dan overlast en de bereidheid om te helpen neemt af. Meldpunt Zorg en Overlast wordt dan gebeld maar een sociaal vangnet wat er normaliter zit is hier kwetsbaar en overbelast. Ik weet eigenlijk niet hoe het nu zit met het huidge plaatsingsbeleid. Wordt het geconcentreerd in bepaalde straten? Dat is een zorgpunt. De corporaties zeggen alleen maar: “wij moeten dit beleid uitvoeren, wij moeten die plaatsen.” Dat doen ze dan waar een woning snel vrij komt. Relevante partijen moeten bewuster omgaan en kijken hoe ziet onze buurt eruit. Dat denk ik.
Ik vind dat woningcorporaties meer toezicht moeten houden op hun bezit. Er komt hier ook onderverhuur voor in de buurt. Ik heb dat 1x gemeld. Vervolgens wordt tijdens werktijd iemand op pad gestuurd. Ja, zo’n onderhuurder die werkt ook; het heeft ruim anderhalf jaar geduurd voordat er echt iets veranderde.” .
Broer.