Vijf vragen over economisme

aan Jesse Klaver

Wat is economisme?

Het betekent dat alles wordt gereduceerd tot een economische en financiële kwestie. Alles wordt verkleint tot een rekensom. In het ‘economisme’ is het platte economische argument doorslaggevend. Alleen wat een prijs heeft telt mee. Maar veel van wat van waarde is, wat in ons leven belangrijk is, heeft geen prijs: vrije tijd, vriendschap, natuur, zeggenschap, schone lucht, kunst. In het economisme kennen we van alles de prijs maar vergeten we wat de waarde is.
Het economisme gaat ervan uit dat we slechts een ‘homo economicus’, calculerende mens zijn. Dan wordt kwaliteit kwantiteit; waarde wordt prijs; geloofwaardigheid wordt rating; burger wordt klant; betekenis wordt functie; zin wordt target; oordeel wordt benchmark; leven wordt resource; geest wordt instrument; handelen wordt strategie; waarheid wordt impact; politiek wordt bestuur; vrijheid wordt consumentisme; besturen wordt boekhouden.

Welk effect heeft het economisme op de politiek?

De politiek voegt zich in het economisme als vanzelfsprekend naar de wensen van de markt. Want daar wordt de rekensom gemaakt. Politici verworden op deze manier tot technocraten en de politiek tot eenheidsworst. Echte keuzes raken buiten beeld want zijn ‘niet realistisch’. Het gevolg is dat je zelden nog echt grote ambities hoort van een politicus. Of dat er een moreel debat gevoerd wordt.
Het economisme maakt overigens zijn beloften op geen enkele manier waar. Want wat heeft ons gebracht? We zijn beland in een diepe economische en financiële crisis. De werkloosheid is schrikbarend hoog. Het vermogen van de hyperrijken groeit en de ongelijkheid neemt toe. De aarde warmt op en het klimaat verandert. Het is een understatement om te zeggen dat de fixatie op de markt sinds de jaren negentig ons niet alleen maar goeds heeft gebracht.

Ben je tegen het maken van rekensommen?

Nee, helemaal niet. Rekensommen zijn nuttig, net als het beprijzen van vervuiling. Het is heel behulpzaam om kosten en baten tegen elkaar af te wegen. Zoals het helpt om milieuvervuiling duurder te maken. Maar we moeten ons voortdurend beseffen dat we er daarmee niet zijn. De rekensommen of kosten-batenanalyses vertellen nooit het hele verhaal. Ze kunnen startpunt van een afweging zijn, maar nooit het eindpunt. We kunnen pas echt tot een oordeel, en tot een debat, komen als we ook alle waarden onder ogen zien, die geen prijs hebben.

Wat is een alternatief voor het economisme?

In mijn politieke denken staat het werken aan een alternatief voor dit economisme centraal. Er is behoefte aan een politiek waarin niet alleen telt wat we in cijfers uit kunnen drukken, maar waar ook telt wat intrinsiek waardevol is: de natuur, een fijne buurt, vriendschap, een goede school en gezond voedsel. Een politiek die kiest voor samenwerking in plaats van concurrentie, gemeenschapszin in plaats van egoïsme, evenwicht in plaats van disbalans en vertrouwen in plaats van wantrouwen. Niet kwantitatieve groei, maar kwalitatieve vooruitgang is het doel.
Wanneer de politiek zich weer door waarden laat leiden, komen weer echte keuzes in beeld; keuzes die daadwerkelijk de ongelijkheid aanpakken, de klimaatverandering stoppen en onderwijs en werk zin geven. Zo’n politiek kan het economisme een halt toe te roepen, de macht van de financiële markten terug te dringen en de democratie herwinnen.

Kunnen we dat bereiken?

De grootste uitdaging waar wij voor staan is een democratische, geen economische. De economische crisis is een democratische crisis. Het politieke, het morele, primaat over de economie moet weer heroverd worden. De globalisering is geen natuurwet.
Ik ben ervan overtuigd dat we de samenleving kunnen veranderen. Alles wat je om je heen ziet is bedacht door mensen zoals jij en ik. En dat kan je veranderen, als je wilt. De wereld zoals we die nu kennen is ons niet overkomen. Hij is bedacht door mensen met een idee, met een droom, met een ambitie. Niemand van ons is minder dan die mensen, en er is dus geen enkele reden om de wereld te accepteren zoals die is. Daarom moeten we durven om te dromen en groot te denken, moeten we durven om onze plannen uit te voeren, durven om te falen en opnieuw te beginnen. Alle vooruitgang die we als samenleving hebben geboekt begon met een doel; een ideaal. Niet met een rekensom of met een model maar met een keuze over wat we belangrijk vinden.