Het zwarte gat

Zoals als elk jaar is de start van een schoolvakantie voor mij als alleenstaande leerkracht vaak een tijd van ontwenning en decompensatie. Tien maanden lang mocht ik met zoveel jonge mensen verbinding maken, onderweg naar hun adolescentie en zelfontplooiing. Elke dag opnieuw werd ik ondergedompeld in massa’s energie en beweging, niet enkel van die jonge mensen aan mij als leerkracht toevertrouwd, maar evengoed van mijn enthousiaste collega’s die samen passievol aan datzelfde doel willen werken. Na de laatste schooldag, na het laatste oudercontact, kom je dan plots thuis in de wetenschap dat je dit twee maanden gaat moeten missen.

Dit jaar valt de gewenning best mee. Dankzij een groeiend aantal tucht- en gedragsproblemen zonder beleidsmatig antwoord is het lesgeven steeds minder prioriteit of gewoon niet meer mogelijk. Bijgevolg is het aantal leerlingen waarmee ik verbinding kon of mocht maken lager dan vroeger.

Vroeger, zo’n 10 jaar geleden, was dit plotse zwarte gat niet zo voelbaar. Ik sprak af met vrienden of familie, ging op reis in groep of als leiding, en besteedde mijn vakantie vanaf augustus vaak al aan het voorbereiden van of uitkijken naar de nieuwe lessen en vakken.

Vandaag valt dit me echter toch zwaarder. Mijn vrienden zijn veelal getrouwd, hebben kinderen, zijn aangekomen in een andere levensfase. De invulling die we vroeger konden delen, wordt plots anders ingevuld. Meer en meer voel ik me een oneven wiel aan de wagen.

Ergens had ik me ook aan deze levensfase verwacht rond deze leeftijd, maar mijn persoonlijke context heeft andere plannen met mij. Hoewel dit soms wel een traantje doet rollen, geeft het me tegelijk de ruimte en vrijheid om mijzelf volledig als prioriteit te stellen. Ik ben mijn doel, ik mag voluit mijn gevoel, mijn intuïtie volgen.


Morgen vertrek ik voor ruim drie weken alleen op roadtrip naar Noorwegen. Geen vaste bestemming, geen geboekte verblijven, enkel ik, mijn auto, en de weg voor mij die me brengt naar de plek die me op dat moment roept.

De laatste dagen zijn er watervallen aan tranen gerold. Angstig probeert mijn ego, mijn ik, mij te weerhouden van te vertrekken. Waarom dat onbekende tegemoet? Waarom niet gewoon zoals elk jaar naar dezelfde camping met vrienden en familie? De angst trekt en scheurt mijn ingewanden in de knoop, overhoop. Het wil geen verandering, wil alles houden zoals het is. Het is bang zichzelf te verliezen, achtergelaten te worden, nooit meer terug te keren, bang om te sterven.

Mijn innerlijk Kind staat echter evengoed al dagen te springen om te vertrekken, vol nieuwsgierigheid, verlangend naar ontdekking, ontmoeting, vooruitgang, vernieuwing, verrijzenis.

Morgen spring ik vol overtuiging dat zwarte gat in, de leegte in. Eenzaam onderweg het onbekende tegemoet, alleen zijn om all-één te worden.
Morgen vertrek ik noordwaarts, opzoek naar mijn noorden dat ik levenslang verloren ben, opzoek naar de oud-tentieke verbinding met mijn-Zelf.

Tranen zullen rollen om het verleden dat mij verlaat, om het ik dat Ik achterlaat. Vreugde zal groeien voor de onverdeelde Ik die zich gespiegeld zichtbaar maakt.

Mijn ik zegt vaarwel.
Mijn Ik zegt tot binnenkort.