The end of the First Chapter

Steencirkels, Avebury, Alton Priors, White Horses, leylines, free entrance …

Vandaag bezocht ik als laatste geplande locatie opnieuw een prehistorische steencirkel in Avebury. Het dorpje ligt als het ware in de cirkel zelf, omringd door een duizenden jaren oude ditch gegraven door de neolitsche mens.

Opnieuw zoals bij Stonehenge is het gissen naar de betekenis van deze cirkels. Cirkels die trouwens niet alleen voorkomen op het Britse eiland, maar evengoed in Afrika en op andere plekken op deze aardbol, allemaal daterend uit dezelfde prehistorische tijdsperiode. Internet, draadloze communicatie, … waarmee wij van onze wereld een dorp maken, bestonden toen nog niet. En toch zijn gelijkaardige bouwwerken verspreid te vinden.

Opnieuw vind ik het boeiend om te zien hoe sommige dingen betekenis krijgen of hebben in een bepaalde periode, om deze dan op latere leeftijd te verliezen. We vergeten het, we verwaarlozen het, het daalt in waarde, en het wordt mogelijk gerecycleerd tot andere dingen. Nog later kan het plots als mysterie of hip opnieuw boven- of aangehaald, en stijgt de waarde soms uit boven de aanvangswaarde.

Dat gaat zo met ancient history, met auto’s, met mode, met design, … waarvan sommige dingen dan plots de stempel retro krijgen. Maar dat gaat niet (meer) zo met mensen in onze tijd. In onze hardrennende maatschappij zijn we zelf tot een vervangbaar tandwieltje verworden. Een tandwieltje dat overal flexibel ingezet moet kunnen worden. Durft het tandwieltje stuk te gaan, of uit te vallen, op te branden, zien we het als een last. Het tandwieltje moet evenzeer ook steeds langer blijven functioneren. En eens het deze opschuivende leeftijd van boekhoudkundige afschrijving bereikt heeft, danken we het af in een veel te duur en onderbemenste instelling.


Vandaag ontdekte ik wel dat het beheer van erfgoed op dit eiland best ingewikkeld kan zijn. Ik dacht met de Overseas Visitor Pass van English Heritage op verschillende plekken gratis binnen te kunnen, met eventueel gratis parking. Blijkbaar is er ook nog een National Trust met gelijkaardige bedoelingen. Ik had dit al op verschillende plekken zien staan, maar vandaag botste ik op een puzzel van de twee.

De site in Avebury is gedeeltelijk gratis toegankelijk als English Heritage, maar The Garden en Manor, op hetzelfde domein als de musea, verwachten een National Trust Membership. Je kan natuurlijk altijd een ticket kopen, maar geraak er maar wijs uit. Ook de parking bleek niet gratis te zijn, enkel de musea.

Niet dat ik zo op mijn geld zit, maar ergens voel ik toch een halve kat in een zak gekocht te hebben. En een membership wens ik nu niet direct. Zo vaak zak ik niet af naar dit Europese eiland.

Kerkgebouwen lijken blijkbaar nooit te behoren tot deze twee categorieën en krijgen evenmin subsidies van de overheid of the Church of England. Tot nog toe kon ik in elk kerkgebouw gratis binnen als ik dat wenste, maar vroegen ze een voorgestelde donatie, die je in alle vrijheid mag weigeren of aanpassen. In ons (apen)land worden deze leeglopende gebouwen tot nog toe wel gesubsidieerd.


Het laatste plekje dat ik bezocht op mijn route vandaag was Alton Priors met de oude All Saints’ Church. Een oase van stilte en rust ten midden van een koeienweide, met af toe wel een loeiende koei. Ik moest ook effectief door de weide om er te geraken.

De plek zou, net zoals Glastonbury, liggen op een leyline, een elektromagnetische highway. Op een leyline zou je een gebalanceerde energie kunnen ervaren, vaak beschreven als een gevoel van innerlijke vrede en rust. Ik kan ondertussen bevestigen dat zowel Glastonbury al van bij aankomst, als een tijdje verpozen in de kerk in Alton Priors een gelukzalige rust rondom en in mij deed gewaarworden.

Evenzeer kan je in Alton Priors één van de 16 White Horses zien. Een wit paard op één of andere manier aangebracht op een heuvel. De oudste dateert opnieuw uit de prehistorie. Deze in Alton Priors is iets jonger en werd aangelegd in 1812.


Na bijna twee weken in the UK rond te rijden is het toch nog telkens wennen aan de rijrichting. Vandaag werd ik meermaals onthaald aan zwaaiende WTF-armen in de auto die plots voor mij stond. Meestal in de morgen bij het eerste vertrek, of overdag wanneer de vermoeidheid zich laat voelen. Ik zwaai dan meestal vriendelijk terug, terwijl ik mijn auto naar het andere rijvak stuur. Fascinerend om te zien hoe je als mens geconditioneerd kan zijn.

Wat me ook opvalt is dat iedereen bij het wachten, bij smalle stukjes weg, of bij het oversteken, hun hand of duim opsteekt om te bedanken. In België gebeurt dit ook nog wel, maar naar mijn voelen steeds minder. Evengoed wordt er in plaats van zwaaiende armen dan ook vaak een andere vinger opgestoken.

En bij mobiele werkplaatsen staat er altijd een mens voor en een mens na de werken met een bord dat ofwel STOP of GO zegt. Mobiele menselijke verkeerslichten zou je kunnen zeggen. Op de dag vind je de job van je leven kan je misschien zeggen, maar het is in elk geval efficiënter dan dat het verkeer rond deze werkplaats zichzelf regelt.


Mijn geplande eerste hoofdstuk van de reis zit er op. Het eiland staat nog tjokvol met historische sites, maar ik voel er even genoeg van te hebben. Je kan niet blijven slikken, op een bepaald moment moet je ook verteren. Evenwel voel ik me nog niet klaar om me al terug onder te dompelen in de energie van settlement in België. Net zoals vorig jaar in Noorwegen, en telkens ik voor kortere tijd op reis ben, voel ik mij meer Thuiskomen onderweg dan thuis zelf.

Morgen sta ik vroeg op en trek ik vermoedelijk verder naar Wales, niet zozeer om steden en erfgoed op te zoeken, maar om enkel of voornamelijk rond te rijden doorheen de countryside. Sightseeing and cruising. Afwachten wanneer ik terug WiFi of Service heb op mijn iPhone en iPad.

Helena, signing off in Glastonbury.

Like what you read? Give Helena Gwyn Nijns a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.