Omslagbeeld: Margi Geerlinks

Ik ken jou

Carl Vissers


De koffietafel van de begrafenis van mijn oom. Opgeschoten neefjes en nog nooit geziene nichtjes. De laatste nieuwtjes worden verteld, oud zeer steekt de kop op. Het succesverhaal van de reuzensnoek van Ome Leo komt voor de derde keer voorbij. Reünies worden afgesproken, waar nooit iets van komt trouwens.

Twee beverige handen pakken me van achteren vast.

‘Ik ken jou.’

Ik herken de breekbare stem en ruik de mottenballen. Mijn lieve tante Nel, zesentachtig. Warme herinneringen aan maandelijkse bezoekjes met smeuïge verhalen. Nu een schim van het vitale, reislustige type van vroeger. Slechts een krom pakketje rimpels. Met bagage: ze heeft Alzheimer.

Ik draai me om en kijk in twee vragende ogen. Blauwgrijs. Ze doet haar best maar kan wat hulp gebruiken.

‘Eric,’ zeg ik. ‘Van Kees, je broer.’

Een lach breekt door. ‘Natuurlijk, Eric. Hoe is het met je?’

Zonder verder antwoord af te wachten excuseert ze zich en strompelt ze richting het toilet. Na zo’n tien minuten staat ze weer voor me.

‘Ik ken jou.’

Aan tafel achter zijn derde biertje zegt een zwager: ‘Dat is Wim, van je zus Alie.’ Hij maakt daarbij met zijn wijsvinger een draaiend gebaar bij zijn slaap. Gelach aan tafel. Leedvermaak heet dat. Tante staat daar maar; een standbeeld van bezinning.

Dan een fonkeling van herkenning. ‘Wim? … Nee, Eric toch?’

Haar ogen stralen. De tafel zwijgt. Kippenvel tot in mijn nek: ze is er weer. Ze schuifelt bij ons vandaan.

Aan het eind van de middag zit ze te dommelen achter een kopje thee. Bij het weggaan kus ik haar teder op haar wang. ‘Dag, tante Nel.’

Ze schrikt zichtbaar. ‘Dag meneer, en u bent?’


Carl Vissers is een van de tien genomineerden van de verhalenwedstrijd die het Algemeen Dagblad uitschreef naar aanleiding van Ma, het bijzondere boek dat Hugo Borst schreef over zijn moeder die aan dementie lijdt.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.