Vakantie

Boessenkool en ik zaten aan het hoofd van de enorme tafel. Zij had soep, ik een veganistische club sandwich: dat klinkt vies maar was zalig. Een Duits echtpaar zat aan de andere kopse kant en een Vlaams gezin in het midden. Paludan is een groot café in het centrum van Kopenhagen met boekenkasten en goede koffie. Het is er de gewoonte om bij elkaar aan flinke tafels te gaan zitten, iets wat de Denen schoorvoetend doen. Toeristen hebben er minder moeite mee.

[caption id=”attachment_403" align=”alignright” width=”255"]

31051622706_7b37e3971e_c

chocoladetaart bij Paludan. Je spreekt dit uit als sjokollelkee[/caption]

De Vlaamse ouders gingen bestellen, want bij Paludan is geen service aan tafel. Hun zoon, een jochie van een jaar of zeven, bleef achter om de tafel bezet te houden. Boessenkool en ik genoten van onze lunch.
Plots richtte hij het woord tot ons. “Zijn jullie hier op vakantie?” vroeg hij. Zijn wenkbrauwen waren zo hoog opgetrokken dat ze verborgen raakten onder zijn hoofdhaar. Verbaasd was hij niet, het was veel erger. Volledig mesmerized. Aan dat woord moest ik denken.
Hij had een grootse ontdekking gedaan, een eureka-moment had hij beleefd: Ik kan die vrouwen verstaan. Die vrouwen spreken dezelfde taal als ik. Toegegeven, het was geen proper Vlaams zoals hij dat met zijn ouders sprak, maar toch.

“Nee, wij wonen hier” zei ik. Voor Boessenkool geldt dat zeker. Mijn situatie liet zich het best zo samenvatten. Het joch was zo mogelijk nog verbaasder nu: mensen, die toch dezelfde taal spraken als hij, die híer wòonden.

Het ging zijn bevattingsvermogen te boven.

Boessenkool besloot het over een andere boeg te gooien, om te voorkomen dat het jongetje zou flauwvallen. Ze zei “ben jíj hier op vakantie?” “Ja, voor drie dagen” zei hij.

Toen kwamen de ouders terug en deed hij of hij ons nooit gesproken had. Hij had er, waarschijnlijk, geen woorden voor.

Like what you read? Give Caryn Hart a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.