Daarom


trouwt Jackie met Aristoteles

Het water klotst zachtjes tegen de boot, deinend verlaten we de haven. Het is hooguit een half uurtje varen. Ik knoop de zijden sjaal om mijn hoofd opnieuw, duw m’n zonnebril recht op mijn neus en zet mijn voeten tegen elkaar om mijn evenwicht te bewaren. Recht vooruit het eiland, mijn safehaven, mijn nieuwe Camelot. Na deze zomer zou hij met zijn grote broer en zus meegaan naar school. De auto is voorgereden, de kinderen staan op een rijtje klaar in hun uniformpjes, schooltassen in de hand. Mijn drie riddertjes. Hij gooit zijn armen in de lucht. ‘Mama, mama.’ Als ik me voorover buig, voel ik zijn warme handjes in mijn nek. Dan zijn beentjes om m’n middel. Zijn gezichtje in mijn hals. Hij vindt het spannend, de eerste dag naar school. Hij laat me niet los, mijn lieve Patrick.
Zelfs onder de witte luifel is het bloedheet. Ik zet mijn bril nog een keer recht en steek een sigaret op.
Drie maanden na de begrafenis van mijn zoon zoek ik op de achterbank van een auto de hersenen van mijn man bij elkaar. Op de automatische piloot, in een orkaan van oerkrachten die loskomt. Want zo is het, iets wat er niet is daar zijn we bang voor, en als het er is dan zijn we niet bang meer maar moedig als een leeuw.
Zo ben je met vijf, zo nog maar met drie.
Een, twee, drie Louis Vuitton-hutkoffers in de hoek. Heel veel heb ik niet meegenomen, maar ik moet het kunnen redden tot het einde van de maand. Misschien dat Lee volgende week in Parijs nog wat outfits kan oppikken. Mijn reddende engel. Zonder haar had ik nu niet op dit bootje gezeten. Had ik Ari nooit ontmoet. Waar anderen vinden dat ik hem van haar heb afgepakt, zal zij dat nooit zeggen. Mijn zusje wil niets liever dan dat ik me veilig voel.
Met een koud flesje Coca-Cola ga ik op het voordek zitten en trek mijn benen onder me. Als ik een slok neem, valt in de flessenhals diamantenschittering uiteen in duizend kleuren. Al zijn kleuren, mijn Bobby. Altijd bij me. Ashes to ashes, dust to dust en nu in witgoud gevat om mijn vinger. Daar past die van Ari en mij samen nog wel bij.
Ari, de piraat die leeft volgens de regel dat er geen regels zijn. De megalomane, hebzuchtige, tirannieke scheepsmagnaat die iedereen en alles gebruikt om te krijgen wat hij wil. Drieëntwintig jaar ouder dan ik, met het charisma van John keer twee en dito aantrekkingskracht. Ari, Oscarwinnaar in verleiding, die me zachtjes in beide armen knijpt en in mijn oor fluistert: ‘My queen, is this for real?
Is dit echt? Heb ik niet al genoeg geleefd? Kan ik nog opnieuw beginnen? Kan het me wat schelen?
Ik grabbel in mijn Hermès naar nog een sigaret. Eigenlijk moet ik minder roken, de lijnen in mijn gezicht worden groeven en gaan nooit meer weg. Die niet.


…terug



Originally published at www.evelynfox.nl.