Gevaar


Mijn fiets stond tegen de appelboom en ik op het zadel. Eventjes dan. Want toen ik naar de derde appel reikte, gleden de wielen weg in het gras en stuiterde ik tegen de stam naar beneden. Eerste hulp it was.
Ik wachtte al zeker een uur toen ze naast me kwam zitten, hijgend en overduidelijk gehaast. Ze slaakte een diepe zucht. “Oh, als het nog maar goed komt.” Ik keek op van de Privé van vorig jaar. ‘De vrouwen in Marco’s leven, zijn redding’ kopte het blad. Hij een hersenbloeding, ik nu een gebroken sleutelbeen, vermoed ik. Zo krijgt iedereen wel eens wat, inclusief de juffrouw naast me.
Ze was een jaar of 25 met sproetjes, haar lange rode haren in een staart. Ze bleef maar moeilijk om zich heen kijken, handenwringend, vingers in elkaar gevlochten. Ik vroeg haar wat er aan de hand was, misschien werkte een gesprekje kalmerend. “Het vuur, ze speelden met het vuur, maar toen werd het opeens heel groot en konden ze het niet meer klein houden en sloeg het over naar het houten speelhuisje, en plots stond dit ook in de fik, dat was niet de bedoeling.” Haar stem sloeg over. Gelukkig waren er geen gewonden gevallen. In dit groepje uit 5B.
Ze had de kinderen in kleine plukjes aan het werk gezet. De helft van de kinderen uit 5A had een zakmes meegenomen naar school om van een grote tak een speer te maken, een activiteit die het gevoel van zelfbewustzijn moest versterken. “Ik zei nog zo: alleen maar van je af snijden.” Drie van de tien waren nu in het ziekenhuis. Met een buikwond van zo’n 15 centimeter, een afgehakte vinger en een fikse jaap in een bovenarm. Juf had het vingertopje gevonden onder haar lessenaar en was als een gek naar het ziekenhuis geracet.
Een andere opdracht vond plaats in de bijkeuken. Daar was een groepje de wasmachine aan het demonteren en weer in elkaar aan het zetten. “Een super-puzzel. Zo leren de kids hoe een machine in elkaar steekt en je een apparaat aan het werk krijgt.” Helaas was er meteen al een in de wasmachine gaan zitten en had een ander toen op ‘start‘ gedrukt. “Waar was jij eigenlijk”, vroeg ik, onder de indruk van zoveel stupiditeit en durf tegelijk. “Ik kan mezelf toch niet in vieren splitsen? Bovendien zijn ze zelfstandig genoeg.”
De kinderen die bezig waren met het rippen van muziekbestanden (“Wetten zijn niet in beton gegoten”) konden gewoon naar huis toen het brandalarm afging. “Gelukkig maar!” Ze lachte inmiddels weer, al was het een voorzichtige. “Storm gooide droge bladeren op het vuur, Senna verschillende stukjes stof. Vuur is een soort real life laboratorium. Echt, om later gevaar te voorkomen, kun je de mysteries van het vuur maar beter zo jong mogelijk ontrafelen.”
Een arts kwam naar haar toe. “U bent de leerkracht van de drie jongetjes? De vinger zit er weer aan hoor! U was net op tijd.” Ze ontspande zichtbaar en vertelde kalm verder. “Na tien minuten bij het vuur dacht ik dat het wel los zou lopen en ben ik met vier kinderen rondjes gaan rijden om de school.” Elk rondje mocht een ander kind achter het stuur. “Zo’n stuur in je handen houden, die macht voelen, dat geeft een geweldige boost voor het zelfvertrouwen,” zei ze gedreven.
Aan het speerwerpen, goed voor ruimtelijk inzicht, een geweldige combinatie van analytische en fysieke vaardigheden én concentratieoefening, waren ze niet meer toegekomen. “Dat doen we een andere keer.” Enig optimisme was haar niet vreemd.
Hier sprak een leerkracht met een missie, zoveel was duidelijk. Ik vroeg ernaar. “Ik wil dat kinderen hun creativiteit ontwikkelen, werken aan hun zelfvertrouwen, in control zijn. Ze moeten leren omgaan met de wereld om hen heen. Ze doen het toch wel, gevaarlijke dingen opzoeken. Laten ze er dan maar op voorbereid zijn.” De arts kwam me halen, ik voelde me ineens weer negen jaar. Op een zadel gaan staan om appels te plukken, dat is vragen om ongelukken.

…terug


Originally published at www.evelynfox.nl.