Zo wonen we over twintig jaar: dit zijn de huizen en steden van de toekomst

Met razendsnelle technologische ontwikkelingen en een sluimerend klimaatprobleem ontstaat de behoefte aan groener en slimmer wonen. Zo werkt Canada aan de wijk van de toekomst. In Amsterdam-Noord verrijst het eerste 3D-grachtenpand ter wereld. En het eerste verticale woonbos van Nederland staat gepland in Utrecht. Ik onderzocht een aantal duurzame innovaties die onze kijk op wonen in de aankomende twintig jaar kunnen gaan veranderen.

Zelf ben ik veel bezig met onderzoek naar nieuwe manieren van wonen. Want in het reguliere systeem val ik tussen wal en schip. Ik verdien teveel voor sociale huur, maar te weinig om het huis van mijn dromen te kunnen betalen. En dan rijst bij mij de vraag: waarom zou ik me beperken tot de status quo, als er tegenwoordig zoveel innovatieve, duurzame en spannende initiatieven zijn die “wonen” naar een compleet nieuw niveau tillen? Out of the box wonen — noem ik dit het liefst. Ver weg van de dure jaren dertig-huizen met uitbouw of yupperige vinex-wijken, maar geënt op de vruchten van jarenlange technologische ontwikkelingen en duurzame uitvindingen. Of ik er klaar voor ben is een tweede, maar ik vind het absoluut het oriënteren waard.

Ver hoefde ik niet te zoeken. Wereldwijd zien we al een hoop bijzondere woon- en leef initiatieven ontstaan als een directe reactie op razendsnelle veranderingen in het klimaat en huisvestingproblemen. Tegen de achtergrond van veranderende wetgeving en ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen ontwikkelen zich innovatieve woonconcepten die ons een glimp geven van wat ons te wachten staat. En daarvoor hoeven we niet alleen maar de oceanen over. Want ook op oer-Hollandse bodem gebeurt er genoeg. Ik onderzocht een aantal interessante ontwikkelingen — met Almere als overduidelijke pionier van de lage landen.

Bron: https://www.sustainerhomes.nl/projecten/het-kathedralenlaantje-almere-oosterwold/

Tiny houses en off-the-grid wonen

Almere staat landelijk bekend als koploper als het gaat om innovatief wonen en is pionier in de tiny house beweging. De opmars van de tiny house movement is misschien wel het meeste bekende en actuele signaal van een verandering in onze woon- en leefbehoeften. In China en Japan is klein wonen niet meer dan normaal. Maar in het Westen staan er steeds meer idealisten op die bewust kleiner gaan wonen om een statement te maken tegen de groeiende klimaatproblematiek. Klein wonen in ons eigen land — met een relatief klein leefoppervlakte — wordt ook benut als oplossing voor de krapte op de woningmarkt, met name in de Randstad.

Met de BouwExpo Tiny Houses wil Almere dan ook de bouw van kleine huizen onderzoeken en stimuleren. Twaalf ontwerpers kunnen hun droomhuis van maximaal vijftig vierkante meter op het expositieterrein realiseren. Duurzaamheid speelt een belangrijke rol in de tiny house filosofie: veel projecten zijn energieneutraal en maken gebruik van verantwoorde materialen, zoals golfkarton, hout en oude zeecontainers. In sommige gevallen kiezen bewoners er zelfs voor om volledig of-the-grid te wonen en hun eigen water- en riolering voorzieningen zelf te regelen.

Almere Oosterwold is daar een mooi voorbeeld van. Daar worden bewoners gestimuleerd om volledig zelfvoorzienend te leven. Zo hebben de meeste bewoners daar hun huis zelf gebouwd, zonder vooropgezet stedenbouwkundig plan en zonder de aanwezigheid van gas, wegen of riolering. Hun elektriciteit halen ze deels uit zonnepanelen en windmolens en veel huizen hebben een warmtepomp. Afvalwater filteren ze zelf met helofytenfilters: grote bakken met zand, grind en rietplanten waar het water doorheen stroomt. De bewoners wonen er op landbouwkavels in plaats van bouwkavels. Daarmee mag slechts een achtste van elk kavel bebouwd worden. De rest is bedoeld voor stadslandbouw. Leuk weetje: de eerste gezinswoningen van Sustainer Homes — weet je nog, de modulaire huizen van deze Utrechtse start-up — staan in Almere Oosterwold.

Print je eigen grachtenpand

In Amsterdam-Noord verrijst het eerste 3D-grachtenpand ter wereld dat uit een levensgrote printer komt rollen. Het is een ontwerp van DUS architects. De unieke printer produceert onderdelen van 2 bij 2 en 3,5 meter die zijn gemaakt van omgesmolten bioplastic-korrels. De 3D Print Canal House fungeert als levensecht onderzoekslaboratorium en blijft nog even een toekomstproject. Maar in de zomer van dit jaar introduceerde het architectenbureau al wel de Urban Cabin in Amsterdam-Noord: een 3D geprinte tiny house dat overal kan worden neergezet en weinig ruimte in beslag neemt. Het is een direct antwoord op de tiny house trend en de problematiek binnen de Amsterdamse stadhuisvesting. The bigger picture: door op kleine voet te wonen, draag je bij aan een duurzamere levensstijl.

bron: https://www.heijmans.nl/nl/projecten/3d-print-canal-house/

Verticale bossen

Wat doe je als je geen ruimte meer hebt om te bouwen? Dan ga je dus de hoogte in. Dit zie je in veel grote metropolen wereldwijd gebeuren. Maar wat nou als je diezelfde gebouwen kunt gebruiken om biodiversiteit te ontwikkelen en daarmee CO2 uitstoot te compenseren? Dit zien we terug in de opkomst van de zogenaamde verticale bossen. De Italiaanse architect Stefano Boeri ontwerpt woontorens die volledig begroeid zijn met bomen en planten. In China wordt zelfs gebouwd aan een volledige groene stad: Liuzhou Forest City. De gebouwen in deze stad zullen uiteindelijk bedekt moeten worden met veertigduizend bomen en één miljoen planten. Op den duur goed voor het produceren van zo’n negenhonderd ton zuurstof en het opnemen van tienduizend ton Co2 en 57 ton andere vervuilende stoffen. In Milaan staan twee torens van de hand van dezelfde architect. En ook Nederland krijgt er één. Utrecht heeft de primeur en krijgt een verticaal bos van negentig meter hoog met tienduizend planten en 360 bomen. De bouw staat gepland voor 2019 en zal zo’n drie jaar moeten gaan duren.

Bron: https://motherboard.vice.com/nl/article/7875pg/china-probeert-luchtvervuiling-tegen-te-gaan-met-verticale-bossen

Wonen in earth ships en zeecontainers

Nog meer moois op Hollandse bodem: de Overijsselse gemeente Olst heeft een primeur binnen de gemeentegrenzen. De enige Nederlandse earth ships openden daar in 2014 de deuren. Deze zogenaamde “aardehuizen” zijn vrijwel volledig gemaakt van gerecyclede materialen, waaronder autobanden. Ook deze huizen zijn ontworpen om zelfvoorzienend en klimaatneutraal te functioneren. Van oude materialen zijn bovendien nog veel meer nieuwe dingen te maken. Zo kun je tegenwoordig een tuinhuis, gastenverblijf of luxe villa maken van oude zeecontainers. Op het Amsterdamse Science Park is zelfs een complete start-up village gebouwd van containers.

http://www.zeecontainerwoningen.nl/toepassingen/luxe-villa/

Pop-up huizen bouwen met een inbussleutel

Pop-up winkels kenden we al — vaak tijdelijk van aard. Maar een pop-up woning is toch hele andere koek. De pop-up woning is een razendsnel te bouwen huis. Het Wikihouse van de Engelse architect Alastair Parvin speelt een sleutelrol in de pop-up trend. Op de internationale website kun je ontwerpen uitwisselen en downloaden. Vervolgens kun je het huis zelf (laten) bouwen met multiplex onderdelen. Ook in Nederland verrijst — ja zeker, weer in Almere — een eerste showmodel. Het is de bedoeling dat het project zelfbouwers inspireert om ook hun eigen woning in de stad te realiseren. Een Chinese variant van pop-up woningen is het zogenoemde Plug-in House. Het eerste exemplaar zagen we in het stadje Changchun Jie in de buurt van Bejing. Het compacte huis bestaat voor een groot deel uit prefab onderdelen, waardoor het in één dag gebouwd kon worden. En daarvoor is slechts één stuk gereedschap nodig: de beroemde inbussleutel — je weet wel, uit de Ikea-bouwpakketten.

https://wikihouse.cc/

Je leest het al: aan wooninnovaties in ons kleine kikkerlandje geen gebrek. En ook als we over de grenzen heen kijken zijn er nog veel meer bijzondere voorbeelden op te noemen die onze kijk op wonen in de aankomende twintig jaar zullen veranderen. Van slimme steden die ons beschermen tegen de grilligheid van de klimaatproblematiek tot volledig gerecyclede huizen.

De wijk van de toekomst in Canada

Zo ontwikkelt Sidewalk Labs, onderdeel van Google-moederbedrijf Alphabet, in de Canadese stad Toronto naar eigen zeggen de wijk van de toekomst. Volgens The Wallstreet Journal zal het gebied worden onderverdeeld in twee nieuwe wijken, Quayside en Port Lands, samen goed voor ruim drie vierkante kilometer. In Quayside komen zelfrijdende bussen, ondergrondse tunnels voor robots die pakketjes bezorgen en een woontoren met flexibel inzetbare openbare ruimten. Verwarmde fietspaden moeten ervoor gaan zorgen dat ze ook in de strenge Canadese winters toegankelijk blijven. En sensoren moeten aan gaan geven of prullenbakken vol zijn, of er geluidsoverlast is en of voetgangers willen oversteken. Het is nog niet duidelijk hoe lang de ontwikkeling van de nieuwe wijk gaat duren. Want er komt natuurlijk ook een hoop wet- en regelgeving bij kijken. Maar Sidewalk Labs en Alphabet zijn vastberaden. “Dit is geen willekeurige actie vanuit ons perspectief”, zegt Alphabet-voorzitter Eric Schmidt. “Dit is het samenkomen van bijna tien jaar nadenken hoe technologie het leven van mensen kan verbeteren.”

De Lilypad — een design van Vincent Callebaut — met het doel om klimaatvluchtelingen op te vangen.

Wonen met droge voeten

We schreven al eerder over de Lilypad, een ontwerp van de Belgische architect Vincent Callebaut voor drijvende steden die ecologische vluchtelingen kunnen huisvesten. Maar ook in andere delen van de wereld ontstaan nieuwe woonconcepten die inspelen op de klimaatveranderingen die ons te wachten staan. Zo ontwikkelde de Deense studente Lise Fuglsang Vestergaard een kleurige steen gemaakt van de plastic tassen die zich in de afvalbergen in India ophopen. Daarmee kunnen Indiërs een stevig onderkomen bouwen dat beter bestand is tegen de moessonregens dan de bestaande huizen, die vaak van klei zijn gemaakt.

Nog meer moois van onze Scandinavische buren: het Deense architectenbureau SLA ontwierp een park met zogenoemde blauwgroene plekken: groenstroken en waterbassins die overtollig water na een hoosbui opvangen om overstromingen te voorkomen. In het ontwerp voor het Hans Tavsens Park in Kopenhagen kunnen de waterbassins maar liefst achttienduizend kubieke meter water opnemen. Ook dichterbij huis helpen uitgekiende designtechnieken onze woon- en leefomgeving slim en groen te houden. Zo heeft ons eigen Rotterdam een stadsplein ontwikkeld dat helpt de voeten droog te houden. Bij zware regenval kunnen de bassins het regenwater van het plein en de daken opvangen. Dit is bij elkaar goed voor ongeveer 1,7 miljoen liter water.

Samensmelting van duurzaamheid en technologie

Het doet me goed om te zien dat de blijvende opmars aan technologische innovaties hoop biedt. En dat slimme ingenieurs, wetenschappers en pioniers daar ook op een nuttige en weldoordachte manier gebruik van weten te maken for the greater good. Wereldwijd zijn er ongetwijfeld nog tientallen spraakmakende innovaties op te noemen die onze kijk op wonen en leven veranderen. Ken jij er een paar die niet in dit artikel staan? Of is er juist een specifiek initiatief uit dit artikel dat jou inspireert? Laat het ons weten in de comments, we zijn heel benieuwd!

Interessant? Lees dan ook: ‘Hoe Sustainer Homes een standaard zet voor duurzame architectuur’

Moneyou Magazine
Vond je dit een fijn artikel? We hebben nog veel meer van dit voor je. Van praktische artikelen over de huizenmarkt tot prikkelende stukken over virtual reality. En alles ertussenin. Lees lekker verder in ons Moneyou Magazine.