Vlaanderen. Who cares?

door Jurian Van Parys

Een grijze winterzondag in de Vlaamse Ardennen. Eindelijk is het gestopt met regenen. De mals en sappig gebraden rosbief, de fijne prinsessenboontjes en de vers gesneden frietjes van mami smaken heerlijk. Omdat het weerbericht een droge namiddag belooft, heb ik me voorgenomen om te fietsen.

De wegen liggen er nat en vet bij. Vandaag heb ik geen zin in kasseien en hellingen. Er is één vlakke ontsnappingsroute uit Brakel: het asfalt fietspad op het traject van de voormalige spoorlijn naar Zottegem. Via Roborst en Nederzwalm bereik je de brug over de Schelde. 20 km verder stroomafwaarts volgt het keerpunt. Dit is meer dan een klassieke trainingsrit. Dit is mijn fietsbedevaart naar de Ghelamco Arena. Waar het ongelofelijke is gebeurd op 21 mei 2015.

Als oud-scout ben ik altijd nieuwsgierig naar routes, hoe je ergens kan geraken. Het fietsparcours van de Ronde van Vlaanderen is een zakdoek groot: de ruit Kluisbergen, Ronse, Brakel, Oudenaarde. Ik kan uren turen naar mijn fietskaart. In mijn hoofd verbind ik hellingen, ontdek ik beken en valleien, snijd ik af of voeg nog een lus toe. Sorry, ik vind dit heerlijk. En het doet geen pijn.

Ik bekijk Brakel door een bucolische bril omdat het leuk contrasteert met de werkweek in Brussel, waar ik overigens graag woon. Dat ik van Vlaanderen houd, heeft mogelijk te maken met het feit dat ik er ooit vier jaar weg was. Om iets echt te kunnen appreciëren moet je het eerst hebben achtergelaten, niet? Als student had ik het geluk de kandidaturen rechten in Namen te beleven. Nadien volgde een Erasmusjaar in Glasgow en een jaartje Londen.

Aan de samenvloeiing van Samber en Maas beleefde ik een onvergetelijke tijd. Mijn ouders gingen akkoord dat ik zou studeren in de hoofdstad van Wallonië. Ze stuurden me wel op kot aan de Rue du Séminaire. Een vroom oord met avondklok en zonder meisjes. De kleine, fijne en iets oudere medemens, conciërge Monsieur Jacques, waakte achter de voordeur. Ik was allang blij met deze permissie om de dingen te ontdekken, op veilige afstand van de heimat.

De betonnen ondergrondse parking tussen de faculteiten rechten en economie was het toneel van een legendarische sinterklaasfuif. Wat een lol. “On ira tous, tous, tous à Torremolinos” is best te pruimen na enkele pintjes. Ik maakte kennis met de Franse taal. “Je te souhaite des océans de bonheur” stond er handgeschreven op een knalrood kaartje in een rode enveloppe. Gekregen van een mooi Waals meisje uit de les. Ik interpreteerde het als een liefdesbrief. Ten onrechte ontdekte ik achteraf.

Mijn favoriete vak in Namen was “droit constitutionnel”. Het werd ons ingelepeld door een inspirerende professor, een Vlaming. Ik smulde van zijn grote kennis, scherpe analyse en fijne humor. Ik werd een liefhebber van “le communautaire”, de typische en hartstochtelijke intra-Belgische discussies over staatshervormingen en bevoegdheidsverdelingen. Stel dat de communautaire discussie in dit land ooit definitief en voor altijd beslecht wordt (in deze of gene richting), dan weet ik één ding zeker: ik zal het missen.

Ook in Glasgow was het leven goed. De stad van Celtic (met toen “Juice” Valgaeren en Martin O’Neill) en Rangers is ook de toegangspoort naar de Schotse Highlands. Een aanrader. In Londen studeerde ik nota bene Europees recht. In splendid isolation.

Never judge a region by its size. Vlaanderen telt zeven miljoen inwoners. Dat zijn heel veel mensen. Maar wat betekent dat in de wereld? Europa is honderd maal groter, de wereld een duizendvoud. Vlaanderen is niet meer dan een stip op de wereldkaart.

Will Tura zingt in “Vlaanderen mijn land” over “een uit de tijd geworpen, vergeten paradijs. Van duizend kleine dorpen, onder wolken, grauw en grijs”. Sinds 2009 ben ik aan de slag bij het ministerie van buitenlandse zaken van Vlaanderen. Heeft Vlaanderen een ministerie van buitenlandse zaken? Jazeker. Hoe kleiner een land, hoe meer buitenland. Bijgevolg, hoe groter de zin van samenwerking met de buitenwereld.

Ik geloof in het spreekwoord “beter een goede buur dan een verre vriend”. Voor mijn werk reis ik vaak met Thalys of ICE naar Keulen en Düsseldorf, hoofdstad van Noordrijn-Westfalen. Het valt me steeds op hoe eenvoudig en proper de stations er zijn. Met klassieke gietijzeren overkapping en aangename, nette, ondergrondse vertrekhallen en -gangen. In mijn Keulens stamcafé tussen spoor 16 en 17 drink ik een Schwarztee of een biertje. Als een overstap me meer dan een half uur kost, bezoek ik er graag de Dom. Het epitheton “grootste kathedraal van Duitsland” zegt iets en niets. Je voelt pas hoe monumentaal en indrukwekkend deze kerk is als je er binnenstapt.

Noordrijn-Westfalen, vlakbij en met 18 miljoen inwoners de grootste deelstaat van Duitsland, is bij ons mede door de drempel van de Duitse taal grotendeels onbekend. Wist je dat Duisburg, aan het kruispunt van Rijn en Ruhr, de grootste binnenhaven van Europa is? Voetballiefhebbers horen te weten dat NRW in weelde baadt met niet minder dan vijf ploegen in de Bundesliga (met nog Dortmund, Gelsenkirchen (Schalke 04) en Mönchengladbach). Ken je het monster van Loch Ness? Ik bedoel de IJzeren Rijn-spoorverbinding tussen de Vlaamse zeehavens en het Ruhrgebied. Een dossier dat komt en gaat. Op de politieke radar staat, maar soms de neiging heeft weer te verdwijnen. Als Nessie.

Met vier jaar “buitenland” op de teller zet ik me graag in voor betere netwerken en verbindingen met onze buren. Omdat ik Vlaming ben. Met hart en ziel. Leve Will.


Jurian Van Parys

Jurian Van Parys (38) is beleidsmedewerker bij het Vlaams Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij heeft een passie voor nieuws en sport. Met dit verhaal wil hij het enthousiasme voor zijn job delen. Hij zet de waarde van openheid in de verf omdat hij vindt dat Vlaanderen niet gericht mag zijn op zichzelf maar op de wereld.


Dit is een van de literaire verhalen die negen collega’s begin 2016 schreven over de vier waarden van de Vlaamse overheid: openheid, wendbaarheid, daadkracht en vertrouwen. Lees hier alle verhalen: